RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer : 9019856 \ CV EXPL 21-708 Vonnis van 10 augustus 2021 in de zaak van [eiser] , handelend onder de naam [naam bedrijf],gevestigd te [vestigingsplaats] , eisende partij, hierna te noemen [eiser] , gemachtigde: M. Hennen, Juristu Incassodiensten B.V., tegen [gedaagde] ,wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] , verschenen in persoon. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 22 januari 2021; - de conclusie van antwoord van [gedaagde] ; - de conclusie van repliek van [eiser] ; - de conclusie van dupliek van [gedaagde] . 1.
- Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag vonnis zal worden gewezen. 2Waar gaat deze zaak over? Wat [eiser] wil 2.
- [eiser] vordert dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot het betalen van een bedrag van € 387,20, te vermeerderen met de rente, buitengerechtelijke kosten, proceskosten en nakosten. 2.
- [eiser] heeft zijn vordering als volgt onderbouwd. Nadat [gedaagde] met haar auto een ongeval heeft gehad, heeft zij een andere auto gekocht, om op die manier van twee auto’s weer één auto te kunnen maken. [eiser] zou één reparatie gratis verrichten, voor de volgende reparatie(s) zou hij een factuur sturen en dat heeft hij gedaan. Daarnaast heeft hij een bedrag van € 50,00 aan [gedaagde] voorgeschoten voor een bobine, aldus [eiser] . Wat [gedaagde] ervan vindt 2.
- [gedaagde] voert verweer. Volgens [gedaagde] zou [eiser] proberen vast te stellen waarom het dak van de aangekochte auto niet werkte. Daarna zou hij laten weten wat de reparatiekosten zouden zijn. [eiser] heeft de fout echter niet gevonden. Toch heeft hij er acht uur aan doorgewerkt. Dat was volgens [gedaagde] niet nodig. Wat betreft de kosten voor de bobine voert [gedaagde] aan dat deze niet door [eiser] zijn voorgeschoten, maar door een vriendin van [gedaagde] . 3Wat vindt de kantonrechter van de zaak? 3.
- De kantonrechter begrijpt dat [eiser] zijn vordering tot betaling baseert op reparatiewerkzaamheden die hij heeft uitgevoerd aan de auto van [gedaagde] . [gedaagde] erkent dat zij met [eiser] is overeengekomen dat hij onderzoek zou uitvoeren naar het defecte dak van de auto. Zij betwist echter dat zij [eiser] opdracht heeft gegeven voor reparatiewerkzaamheden. De kantonrechter overweegt dat werkzaamheden aan een auto, naast reparatiewerkzaamheden, ook kunnen bestaan uit het onderzoeken van een defect. [eiser] heeft echter, naar aanleiding van het verweer van [gedaagde] , bij repliek niet nader onderbouwd welk soort werkzaamheden hij heeft uitgevoerd en gefactureerd. Dat had wel op zijn weg gelegen, omdat [gedaagde] heeft betoogd alleen opdracht te hebben gegeven voor onderzoek naar het defect van het dak en niet voor reparatiewerkzaamheden. Daarnaast heeft [gedaagde] betwist dat het nodig was om acht uur lang te werken aan onderzoek naar het defect. Ook daar heeft [eiser] niet op gereageerd. De vordering van [eiser] met betrekking tot de werkzaamheden aan de auto zal daarom als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen. 3.
- De vordering tot betaling van € 50,00 voor de bobine zal eveneens worden afgewezen. [gedaagde] betwist dat [eiser] € 50,00 aan haar heeft voorgeschoten. Uit het rekeningafschrift dat [eiser] ter onderbouwing heeft overgelegd, blijkt dat ook niet. Er bestaat dan ook geen grond voor toewijzing van die vordering. 3.
- Nu de vordering tot betaling van de hoofdsom zal worden afgewezen, zullen de vorderingen tot betaling van de rente en buitengerechtelijke incassokosten ook worden afgewezen. 3.
- [eiser] wordt in deze procedure in het ongelijk gesteld. Hij moet daarom de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] betalen. Deze worden begroot op nihil, nu [gedaagde] procedeert zonder professioneel gemachtigde. 4De beslissing De kantonrechter 4.
- wijst de vordering af; 4.
- veroordeelt [eiser] in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld - Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 augustus
- (SB)