RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats ZwolleZwolle Zaaknummer : 8489592 \ CV EXPL 20-1790 Vonnis van 18 augustus 2020 in de zaak van de besloten vennootschap URBANA ZWOLLE B.V.,gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle, eisende partij, hierna te noemen Urbana, gemachtigde: mr. G.D. te Biesebeek, tegen de besloten vennootschap ZWOLLE B.V.,gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle, gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde], gemachtigde: mr. A.M. Takkenberg. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding, de conclusie van antwoord. 1.2. Vervolgens heeft de kantonrechter de zaak aangehouden om te beslissen of een mondelinge behandeling zal worden bevolen. 2De overwegingen 2.1. De kantonrechter zal een mondelinge behandeling bevelen om nadere informatie van partijen over de zaak te krijgen en om met hen te bespreken of zij het op één of meer punten met elkaar eens kunnen worden. 2.2. Maar buiten dat, heeft de kantonrechter de stellige indruk dat deze zaak zich bij uitstek leent voor mediation, omdat: een huurovereenkomst een relatie voor langere duur inhoudt en partijen daarom gebaat zijn bij een goede verhouding, maar die onderlinge verhouding momenteel steeds verder lijkt te vertroebelen; er sprake is van meerdere geschilpunten, maar het er eigenlijk alle schijn van heeft dat partijen het liefst een ándere oplossing willen dan met een beslissing op de aangevoerde juridische vorderingen kan worden bereikt; partijen dan ook mogelijk gebaat zijn bij een meer omvattende oplossing dan via een vonnis mogelijk is; partijen al intensief overleg met elkaar voeren, maar de bemiddeling van een neutrale, onpartijdige derde misschien vruchten kan afwerpen; als partijen geen ándere oplossing kunnen bereiken, zij waarschijnlijk nog langer op elkaar aangewezen zijn, omdat het hier een huurverhouding betreft die nog niet van vandaag op morgen is beëindigd; met deze kwestie al meerdere juridische procedures gemoeid zijn en er mogelijk nog meer zullen volgen; een snelle oplossing gewenst lijkt en deze mogelijk eerder te bereiken is via mediation dan via het voortprocederen in deze (en andere) procedures. 2.3. De kantonrechter adviseert partijen niet te snel afwijzend te reageren op dit voorstel tot doorverwijzing naar mediation. Partijen (en hun gemachtigden) zouden zich bij hun afweging in elk geval de volgende vragen moeten stellen: Als u verliest, legt u zich dan daar bij neer? Stel dat u wint, is voor u dan alles opgelost? Komt u elkaar na afloop van deze procedure nog tegen? Zijn naast deze procedure andere zaken die partijen verdeeld houden? Wat gaat deze procedure (en mogelijke vervolgprocedures) nog kosten aan geld en stress/emoties? Kort gezegd: Wat zijn de lasten van doorprocederen en wat lost het uiteindelijk op? 2.4. De kantonrechter geeft nog in overweging dat bij doorverwijzing het eerste gesprek van maximaal 2 uren bij de mediator zal kunnen plaatsvinden tegen een instaptarief van € 90,75 incl. BTW per partij. Partijen zouden dit eerste gesprek kunnen benutten om te onderzoeken wat mediation hun zou kunnen opleveren. 2.5. De kantonrechter zal het dossier doorgeven aan het Mediationbureau van de rechtbank, teneinde contact met partijen op te nemen over de mogelijkheden van mediation als oplossing voor het conflict. Indien partijen ingaan op het advies om samen een mediationgesprek aan te gaan, dan zal de nader te bepalen datum voor de mondelinge behandeling desgewenst kunnen worden uitgesteld. Zo niet, dan zal de nader te bepalen mondelinge behandeling gewoon doorgang vinden. Het kiezen voor mediation hoeft op zich geen vertragend effect te hebben op de voortgang van deze procedure. De wachttijd tot de mondelinge behandeling kan simpelweg worden benut om de mogelijkheden van mediation te beproeven. 2.6. Intussen zal de kantonrechter – op grond van artikel 131 WvBRv – een mondelinge behandeling bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op één of meer punten met elkaar eens kunnen worden. 2.7. De kantonrechter acht de aanwezigheid van beide partijen bij de mondelinge behandeling wenselijk, in het bijzonder van personen die inhoudelijk van de zaak op de hoogte zijn alsmede van personen die bevoegd zijn om een regeling te treffen. 2.8. De mondelinge behandeling zal in beginsel volgens de navolgende agenda verlopen: I. Inleiding en door kantonrechter te bespreken formaliteiten II. Toelichting (indien gewenst) door (de gemachtigden van) partijen (maximaal 10 minuten per partij), waarvan beknopte notities kunnen worden overgelegd III. Onderwerpen die onder meer aan de orde zullen komen:A. Machtiging tot zelf verrichten van onderhouds-, herstel en vervangingswerkzaamheden (art. 7:206 BW):- verzuim [gedaagde] ? (o.a. in verband met ingebrekestelling (brieven d.d. 26-11-2019 en 12-03-2020) – gevolgen intentieovereenkomst – crediteursverzuim);- (lijst met) te verrichten onderhouds-, herstel- en/of vervangingswerkzaamheden: door wie moeten deze werkzaamheden worden verricht, tegen de achtergrond van de vraag hoe art. 9 van de huurovereenkomst en art. 9.1. en 9.2. van de Algemene Bepalingen van de huurovereenkomst zich onderling verhouden?B. Huurprijsherziening (art. 7:303 BW)- ontvankelijkheid in verband met vereiste van een door één of meer door partijen gezamenlijk benoemde deskundige(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.