← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2021:4120

RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige economische kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08.997057-19 (P) Datum vonnis: 3 november 2021 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 oktober

  1. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. D. van Ieperen en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. J.D. Onland, advocaat te Oldenzaal, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte in november 2019 in Enschede opzettelijk onbevoegd professioneel vuurwerk heeft opgeslagen en/of voorhanden gehad. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: Primair verdachte op of omstreeks 26 november 2019 en/of 28 november 2019, althans in of omstreeks de maand november 2019, op één of meer (nader te noemen) locaties in de gemeente Enschede, opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk, te weten: in een personenauto (merk Chevrolet Kalos) (COV pv pagina 105 tot en met 121) - 36 stuks, althans een aantal stuks, shells (mortierbommen) en/of - 100 stuks, althans een aantal stuks, signalrakete (lawinepijlen) en/of - 1 batterij enkelschotsbuizen (flowerbed) en/of - 30 stuks, althans een aantal stuks, knalvuurwerk (banger / flashbanger) in een woning gelegen aan de [adres] (COV pv pagina 122 tot en met 130) - 1 stuk knalvuurwerk (banger / flashbanger) en/of in een schuur nabij genoemde woning (COV pv pagina 131 tot en met 154) - 9 stuks, althans een aantal stuks, shells (mortierbommen) en/of - 11 stuks, althans een aantal stuks, knalvuurwerk (banger / flashbanger) en/of in een bestelbus (Opel Movano) nabij genoemde woning (COV pv pagina 155 tot en met 214) - 180 stuks, althans een aantal stuks, shells (mortierbommen) en/of - 1170 stuks, althans een aantal stuks, signalrakete (lawinepijlen) en/of - 10 stuks, althans een aantal stuks, batterij enkelschotsbuizen (flowerbeds) en/of - 258 kilogram, althans een hoeveelheid, bangers en/of in een garagebox aan of nabij de [locatie] (COV pv pagina 215 tot en met 292) - 1008 stuks, althans een aantal stuks, shells (mortierbommen) en/of - 59 stuks, althans een aantal stuks batterij enkelschotsbuizen (flowerbeds) en/of - 120 stuks, althans een aantal stuks, knalvuurwerk (banger / flashbanger) heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad; Subsidiair verdachte op of omstreeks 26 november 2019 en/of 28 november 2019, althans in of omstreeks de maand november 2019, op één of meer (nader te noemen) locaties in de gemeente Enschede, opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten: in een personenauto (merk Chevrolet Kalos) (COV pv pagina 105 tot en met 121) - 36 stuks, althans een aantal stuks, shells (mortierbommen) en/of - 100 stuks, althans een aantal stuks, signalrakete (lawinepijlen) en/of - 1 batterij enkelschotsbuizen (flowerbed) en/of - 30 stuks, althans een aantal stuks, knalvuurwerk (banger / flashbanger) in een woning gelegen aan de [adres] (COV pv pagina 122 tot en met 130) - 1 stuk knalvuurwerk (banger / flashbanger) en/of in een schuur nabij voornoemde woning (COV pagina pv 131 tot en met 154) - 9 stuks, althans een aantal stuks, shells (mortierbommen) en/of - 11 stuks, althans een aantal stuks, knalvuurwerk (banger / flashbanger) en/of in een bestelbus (Opel Movano) nabij genoemde woning (COV pv pagina 155 tot en met 214) - 180 stuks, althans een aantal stuks, shells (mortierbommen) en/of - 1170 stuks, althans een aantal stuks, signalrakete (lawinepijlen) en/of - 10 stuks, althans een aantal stuks, batterij enkelschotsbuizen (flowerbeds) en/of -258 kilogram, althans een hoeveelheid, bangers en/of in een garagebox aan of nabij de [locatie] (COV pv pagina 215 tot en met 292) - 1008 stuks, althans een aantal stuks, shells (mortierbommen) en/of - 59 stuks, althans een aantal stuks batterij enkelschotsbuizen (flowerbeds) en/of - 120 stuks, althans een aantal stuks, knalvuurwerk (banger / flashbanger) heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad. 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De bewijsoverwegingen 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen is. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten: - kennisgevingen van inbeslagneming, pagina 77-81, - het proces-verbaal van onderzoek aan in beslag genomen vuurwerk, pagina 105-121,- het proces-verbaal van onderzoek aan in beslag genomen vuurwerk, pagina 122-130,- het proces-verbaal van onderzoek aan in beslag genomen vuurwerk, pagina 131-154,- het proces-verbaal van onderzoek aan in beslag genomen vuurwerk, pagina 155-212,- het proces-verbaal van onderzoek aan in beslag genomen vuurwerk, pagina 215-292, - het proces-verbaal van bevindingen van 29 november 2019, pagina 35, - het proces-verbaal van de terechtzitting van 20 oktober 2021, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht, op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat: Primair hij op 26 november 2019 en 28 november 2019, in de gemeente Enschede, opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk, te weten: in een personenauto (merk Chevrolet Kalos) - 36 shells (mortierbommen) en - 100 signalrakete (lawinepijlen) en - 1 batterij enkelschotsbuizen (flowerbed) en - 30 knalvuurwerk (banger / flashbanger) en in een woning gelegen aan de [adres] - 1 stuk knalvuurwerk (banger / flashbanger) en in een schuur nabij genoemde woning - 9 shells (mortierbommen) en - 11 stuks knalvuurwerk (banger / flashbanger) en in een bestelbus (Opel Movano) nabij genoemde woning - 180 shells (mortierbommen) en - 1170 signalrakete (lawinepijlen) en - 10 stuks batterij enkelschotsbuizen (flowerbeds) en - 258 kilogram bangers en in een garagebox nabij de [locatie] - 1008 shells (mortierbommen) en - 59 stuks batterij enkelschotsbuizen (flowerbeds) en - 120 stuks knalvuurwerk (banger / flashbanger) heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad. De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. 5De strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in artikel 1.2.2, derde lid van het Vuurwerkbesluit, in samenhang met artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op: het misdrijf: overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan. 6De strafbaarheid van verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezen verklaarde feit. 7De op te leggen straf of maatregel 7.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf van 24 maanden zal worden opgelegd, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. 7.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft de rechtbank verzocht aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die langer is dan het al ondergane voorarrest. Ter onderbouwing van het verzoek heeft de raadsman gewezen op de volgende omstandigheden. Verdachte heeft meegewerkt aan het onderzoek en heeft spijt betuigd. Verdachte is inmiddels doordrongen van de ernst van zijn strafbare handelen. Voorts heeft de ontdekking van het feit al ernstige nadelige gevolgen gehad voor verdachte en zijn gezin. Zo zijn zij hun woonruimte kwijtgeraakt en wordt verdachte benaderd door personen die hun vooruitbetaalde geld voor vuurwerk terug eisen. Ondanks het voorgaande is verdachte er in geslaagd om werk te vinden met perspectief op een vast contract op korte termijn. Een gevangenisstraf zal leiden tot ontslag en verlies van het belangrijkste gezinsinkomen. 7.3 De gronden voor een straf of maatregel Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang. Verdachte heeft, in een woonwijk, een grote hoeveelheid van circa 1860 kg professioneel vuurwerk van de zwaarste categorie opgeslagen in een garagebox, in een bedrijfsbus, in zijn woning en in zijn personenauto. Voor de opslag van dergelijk vuurwerk gelden strenge regels en is specialistische kennis vereist. Verdachte heeft gehandeld zonder enige kennis en zonder vergunningen voor het vervoeren en opslaan van dergelijke gevaarlijke stoffen. Dit vuurwerk is extreem krachtig en veroorzaakt, mede gelet op de hoeveelheid, een uitzonderlijk gevaarlijke situatie voor de wijde omgeving van de opslaglokaties. Uit het dossier komt naar voren dat verdachte (ook) aan andere handelaren leverde en dus als groothandelaar moet worden aangemerkt. De levering van het vuurwerk aan verdachte, als groothandelaar, geschiedde op bedenkelijke wijze. Onbekend is gebleven, naar eigen zeggen ook voor verdachte, onder welke omstandigheden het transport en opslag vóór overname door verdachte plaatsvond. Verdachte heeft voorts geen zicht op het gebruik door de personen aan wie hij het vuurwerk leverde of door degenen die het vervolgens weer doorgeleverd kregen. In handen van criminelen is het extreem zware vuurwerk potentieel geschikt om als zwaar explosief bij aanslagen te gebruiken. Ook in handen van kinderen of andere personen die bij het ontsteken geen of onvoldoende veiligheidsmaatregelen (weten te) nemen is dit vuurwerk (levens)gevaarlijk, zowel voor henzelf als voor omstanders. Door zijn handelwijze heeft verdachte er blijk van gegeven zich niets te hebben aangetrokken van de hiervoor genoemde ernstige risico’s. De rechtbank neemt verdachte dit kwalijk en is van oordeel dat de gevaarzetting dermate groot is geweest dat, vanuit het oogpunt van generale preventie, met geen andere straf dan een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf volstaan kan worden. De rechtbank heeft gelet op het strafblad van verdachte van 20 april 2021 dat geen veroordelingen bevat die voor deze zaak relevant zijn. Daarnaast heeft de rechtbank kennis genomen van het over verdachte opgemaakte reclasseringsrapport van 1 februari
  2. De reclassering schat de kans dat verdachte in herhaling valt in als laag-matig. Verdachte lijkt over voldoende copingvaardigheden te beschikken om problemen zelfstandig op te lossen en krijgt steun van familie en vrienden. Hulpverlening in een gedwongen kader en bemoeienis vanuit de reclassering zijn, aldus de reclassering, niet geïndiceerd. Verdachte heeft meegewerkt aan het politieonderzoek en relatieve openheid van zaken gegeven. Ter terechtzitting heeft hij verklaard dat hij inmiddels doordrongen is van de gevaarzetting en de laakbaarheid van zijn handelen. Hij heeft blijk gegeven van, voor zover de rechtbank kan overzien, oprechte en doorleefde spijt. De rechtbank heeft tenslotte rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden zoals door verdachte zelf ter terechtzitting naar voren gebracht. Het gepleegde feit heeft nadelige gevolgen voor hem en zijn gezin gehad. Zij zijn hun woning kwijt geraakt, hun financiële toestand is achteruit gegaan en de onzekerheid over de uitkomst van de strafzaak heeft gedurende een periode van twee jaar zwaar op hen gedrukt. Gelet op de hiervoor genoemde persoonlijke omstandigheden maar ook en vooral om verdachte ervan te weerhouden opnieuw dergelijke gevaarzettende strafbare feiten te plegen, zal de rechtbank een aanzienlijk deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen. De rechtbank acht, gelet op het voorgaande en alles afwegende, in dit geval een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, passend en geboden. 8De toegepaste wettelijke voorschriften De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten en de artikelen 14a, 14b, 14c en 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht. 9De beslissing De rechtbank: bewezenverklaring - verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven; - verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij; strafbaarheid feit - verklaart het bewezen verklaarde strafbaar; - verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert: het misdrijf: overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan; strafbaarheid verdachte - verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde; straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden; - bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 9 (negen) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen: - stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte: - zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; - bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht. Dit vonnis is gewezen door mr. J.Th. Pouw, voorzitter, mr. M. Melaard en mr. M. van Berlo, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.H. van den Ham-Pool, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 3 november
  3. Buiten staat Mr. J.Th. Pouw en mr. M. Melaard zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-
  4. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.