RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer : 268317 / HA ZA 21-284 Vonnis in incident van 3 november 2021 in de zaak van [eiser] ,wonende te [woonplaats] , eisende partij in de hoofdzaak, verwerende partij in het incident, hierna te noemen [eiser] , advocaat: mr. R.J. Postma tegen 1 [gedaagde 1] ,
- [gedaagde 2],beide wonende te [woonplaats] , gedaagde partijen in de hoofdzaak, eisende partijen in het incident, hierna gezamenlijk en in enkelvoud te noemen [gedaagde 1] , advocaat: mr. A. de Rooij. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 23 juni 2021; - de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring; - de conclusie van antwoord in het incident. 1.
- Ten slotte is bepaald dat in het incident vonnis zal worden gewezen. 2Het geschil in de hoofdzaak 2.
- [eiser] heeft in 2019 van [gedaagde 1] voor € 570.000,00 een woning in [plaats 1] gekocht. De woning is in 2020 aan [eiser] geleverd. Vlakbij de woning zijn daarna twee windmolens gebouwd. [eiser] vordert daarom primair een verklaring voor recht dat de woning non-conform is, gedeeltelijke ontbinding en (terug)betaling van € 75.000,
- Subsidiair vordert [eiser] een verklaring voor recht dat de overeenkomst onder invloed van dwaling tot stand is gekomen, wijziging van de overeenkomst en (terug)betaling van € 75.000,
- Meer subsidiair vordert [eiser] een verklaring voor recht dat [gedaagde 1] heeft gehandeld/nagelaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt en schadevergoeding van € 75.000,
- Zowel primair, subsidiair als meer subsidiair vordert [eiser] de rente, buitengerechtelijke incassokosten, proceskosten en nakosten. in het incident 2.
- [gedaagde 1] vordert dat hem wordt toegestaan om de heer [A] , handelend onder de naam [X] Makelaardij, wonende aan de [adres 1] te [plaats 2] en gevestigd aan de [adres 2] te [plaats 2] (hierna: [A] ) in vrijwaring op te roepen. Hiertoe voert [gedaagde 1] aan dat [A] in opdracht van [gedaagde 1] heeft bemiddeld bij de verkoop van de woning. Volgens [gedaagde 1] heeft [A] niet de zorg van een goed opdrachtnemer in acht genomen. [A] heeft [eiser] niet de informatie verstrekt die voor hem van belang was en daarnaast heeft hij [gedaagde 1] niet juist geadviseerd over zijn mededelingsplicht. Indien er in de hoofdzaak geoordeeld zal worden dat aan de zijde van [eiser] schade is ontstaan en [gedaagde 1] zou daarvoor aansprakelijk worden gehouden, dan is dat het gevolg van de schending van de zorgplicht door [A] , aldus [gedaagde 1] . 2.
- [eiser] heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 3De beoordeling in het incident 3.
- De rechtbank stelt voorop dat een vordering tot vrijwaring in beginsel toewijsbaar is, indien voldoende concreet en gemotiveerd wordt gesteld dat de verzoeker tot vrijwaring in geval van een voor hem ongunstige afloop van de hoofdzaak, krachtens hun onderlinge rechtsverhouding een verhaalsrecht kan hebben op diegene die hij in vrijwaring wenst op te roepen. De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde 1] voldoende onderbouwd heeft gesteld dat er een rechtsverhouding tussen [gedaagde 1] en [A] bestaat die voor [gedaagde 1] mogelijk een verhaalsrecht op [A] met zich meebrengt. De vordering tot oproeping in vrijwaring zal dan ook worden toegewezen. 3.
- [gedaagde 1] zal worden veroordeeld in de proceskosten van dit incident. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op nihil, nu hij zich heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. in de hoofdzaak 3.
- De rechtbank zal bepalen dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 1 december 2021 voor het nemen van de conclusie van antwoord door [gedaagde 1] . 3.
- Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 4De beslissing De rechtbank in het incident 4.
- staat [gedaagde 1] toe om de heer [A] , handelend onder de naam [X] Makelaardij, wonende aan de [adres 1] te [plaats 2] en gevestigd aan de [adres 2] te [plaats 2] , in vrijwaring te doen dagvaarden tegen de civiele terechtzitting van de rechtbank Overijssel, afdeling civiel, team kanton en handelsrecht, locatie Zwolle op woensdag 1 december 2021, teneinde op de eis in vrijwaring te antwoorden; 4.
- veroordeelt [gedaagde 1] in de proceskosten van dit incident, aan de zijde van [eiser] begroot op nihil; in de hoofdzaak 4.
- bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 1 december 2021 teneinde [gedaagde 1] in staat te stellen te concluderen voor antwoord; 4.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld - Koekkoek en in het openbaar uitgesproken op 3 november
- (SB)