← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2021:4266

RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer : 9148987 \ CV EXPL 21-1701 Vonnis van 9 november 2021 in de zaak van de besloten vennootschap [eiseres],gevestigd te [vestigingsplaats 1] , eisende partij, hierna te noemen [eiseres] , gemachtigde: M. Hennen (Juristu) tegen de besloten vennootschap [gedaagde],gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] , verschenen bij [Y] . 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 1 april 2021; - de e-mail van [gedaagde] , aangemerkt als conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de e-mail van [gedaagde] , aangemerkt als conclusie van dupliek. 1.
  2. Omdat [gedaagde] bij conclusie van dupliek een nieuwe productie heeft overgelegd, is [eiseres] in de gelegenheid gesteld om daarop te reageren. Van die mogelijkheid heeft [eiseres] geen gebruik gemaakt. Ten slotte is bepaald dat vonnis zal worden gewezen. 2De beoordeling 2.
  3. Bij dagvaarding vordert [eiseres] dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van een bedrag van € 541,44 aan [eiseres] , te vermeerderen met de wettelijke rente, de buitengerechtelijke incassokosten, de proceskosten en de nakosten. 2.
  4. [eiseres] heeft aan de vordering ten grondslag gelegd dat [eiseres] op 8 februari 2019 transportwerkzaamheden heeft uitgevoerd voor [gedaagde] . [gedaagde] is vervolgens de betalingsverplichting niet nagekomen. 2.
  5. Bij conclusie van antwoord betwist [gedaagde] dat de werkzaamheden waarvan [eiseres] betaling vordert, zijn uitgevoerd voor [gedaagde] . De transportwerkzaamheden hebben plaatsgevonden vanaf het adres van [X] . [gedaagde] is niets bekend van deze werkzaamheden. 2.
  6. [eiseres] heeft bij conclusie van repliek gesteld dat [eiseres] geen vordering op [A] Aannemingsmij B.V. heeft. Volgens [eiseres] gaat het om [B] Transport B.V. die een vordering heeft op “ [één van de B.V.’s] ”. 2.
  7. Bij conclusie van dupliek heeft [gedaagde] herhaald dat de factuur niet voor [gedaagde] bedoeld is. 2.
  8. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat [eiseres] een vordering heeft op [gedaagde] . [eiseres] geeft zelf aan dat niet [eiseres] , maar [B] Transport B.V. een vordering zou hebben op [één van de B.V.’s] . De factuur die [eiseres] bij dagvaarding heeft overgelegd draagt het logo en de gegevens van [B] Transport B.V. Daarnaast is de factuur niet gericht aan [gedaagde] maar aan [A] Aannemingsmij B.V. De vorderingen van [eiseres] zullen dan ook worden afgewezen. 2.
  9. [eiseres] wordt in het ongelijk gesteld en wordt daarom veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil, omdat [gedaagde] zonder professioneel gemachtigde procedeert. 3De beslissing De kantonrechter 3.
  10. wijst de vorderingen van [eiseres] af; 3.
  11. veroordeelt [eiseres] in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld - Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 november 2021.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.