vonnis RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo zaaknummer / rolnummer: C/08/258582 / HA ZA 20-501 Vonnis van 1 december 2021 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PLASTICON COMPOSITES INTERNATIONAL CONTRACTING B.V., gevestigd te Oldenzaal, eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident ex artikel 223 Rv, verweerster in het incident tot onbevoegdheid en in het (voorwaardelijke) vrijwaringsincident, verder te noemen: Plasticon, advocaat mr. W.S. van Dijk te Haarlem, tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht ZAKLAD KONSTRUKCJI SPAWANYCH MONTEX SP Z O.O., gevestigd te Swietochlowice (Polen), gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident ex artikel 223 Rv, eiseres in het incident tot onbevoegdheid en in het (voorwaardelijke) vrijwaringsincident, verder te noemen: Montex, advocaat mr. J.B. Houtappel te Rotterdam. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met producties, de provisionele vordering ex artikel 223 Rv in incident tot veroordeling tot betaling van een voorschot, de conclusie van antwoord in het incident ex artikel 223 Rv tevens houdende exceptie van onbevoegdheid, tevens houdende voorwaardelijke incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring, de conclusie van antwoord in het (voorwaardelijke) vrijwarings- en bevoegdheidsincident, de akte uitlating producties van de zijde van Montex, de akte uitlating producties van de zijde van Plasticon, het tussenvonnis van 16 juni 2021 waarbij een mondelinge behandeling is gelast, de zijdens Plasticon ingezonden aanvullende producties. 1.2. De mondelinge behandeling van de zaak vond plaats op 3 september 2021 via een Skype-verbinding. Voor Plasticon verschenen de heer [A] (managing director) en de heer [B] (projectleider), bijgestaan door mr. Van Dijk en voor Montex verscheen mr. Houtappel. Beide partijen hebben bij die gelegenheid het eigen standpunt mondeling nader toegelicht, waarbij zowel mr. Van Dijk als mr. Houtappel gebruik hebben gemaakt van vooraf ingezonden schriftelijke pleitnotities die onderdeel uitmaken van het procesdossier. Van het verhandelde ter zitting is door de griffier aantekening gehouden. Ten slotte is vonnis bepaald in de incidenten. 2De feiten 2.1. Plasticon ontwerpt, produceert en installeert (veelal cilindrische) composiet producten, die gebruikt worden voor de opslag, het transport of de procesvoering van gassen en vloeistoffen. 2.2. Montex is een in Polen gevestigde producent van (onder meer) industriële stalen componenten. 2.3. Tussen partijen is een overeenkomst gesloten, waarbij, kort gezegd, Plasticon aan Montex de opdracht heeft verstrekt om een stalen ring te produceren. Plasticon had de betreffende ring nodig voor werkzaamheden op een project in Bosnië en Herzegovina. Voor het project had Plasticon een tweetal onderaannemers ingeschakeld, te weten de firma MHPS en RUDIS. 2.4. In de zogeheten ‘Purchase Order” gedateerd 21 maart 2018 is onderaan de volgende zinssnede opgenomen: “ We request you to supply/carry out the goods or services as mentioned, at the terms and conditions stated in this purchase order. The ‘General Terms and Conditions of Purchase’ can be found on our webpage: http://www.plasticoncomposites.com/legal.” 2.5. Bij dagvaarding heeft Plasticon een afschrift overgelegd van enkele algemene voorwaarden die zijn gehanteert, getiteld “General Terms and Conditions of Purchase”. In artikel 15 van die algemene voorwaarden is een forumkeuzebeding opgenomen dat, kort gezegd, bepaald dat geschillen tussen partijen dienen te worden beslecht door de rechtbank Overijssel, locatie Almelo. 2.6. Montex heeft in een “Purchase Order Confirmation” van 20 juni 2018 de opdracht en de nadere (technische) specificaties daarvan bevestigd aan Plasticon. 2.7. Nadat Montex de ring heeft geproduceerd en afgeleverd, heeft Plasticon in de zomer van 2018 melding gemaakt bij Montex van enkele gebreken aan de ring. Partijen zijn met elkaar in gesprek gegaan over een oplossing, waarbij Montex heeft aangeboden een nieuwe ring te zullen vervaardigen en leveren tegen betaling van € 20.536,00. 2.8. Op 27 september 2018 is een nieuwe ring geleverd door Montex aan Plasticon. 2.9. Plasticon heeft Montex aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden schade, ontstaan als gevolg van de productie en levering van de eerste, gebrekkige ring, door haar vastgesteld op een totaalbedrag van € 136.821,00. 2.10. Montex heeft die aansprakelijkstelling doorgeleid naar haar verzekeraar, Warta, waarna tussen laatstgenoemde en Plasticon verdere correspondentie is gevoerd over de aansprakelijkstelling en de gevorderde schadevergoeding. 2.11. Plasticon heeft, in afwachting van de uitkomst van de aansprakelijkstelling en de verdere onderhandelingen daarover met Montex en haar verzekeraar Warta, de betaling van de factuur voor de tweede ring groot € 20.536,00, opgeschort en daarbij een beroep gedaan op verrekening (met de door haar gestelde schadevergoeding). 2.12. Montex heeft in de tussentijd op 7 augustus 2019 bij de rechtbank te Katowice, Polen, een Europees betalingsbevel verzocht voor de onbetaald gebleven koopprijs voor de door haar vervaardigde tweede stalen ring. De rechtbank te Katowice heeft dit bevel op 21 april 2020 uitvoerbaar verklaard. 2.13. Plasticon ontving op 10 juli 2020 een deurwaardersexploot waarin Montex is overgegaan tot executie van het betalingsbevel. 2.14. Op 3 september 2020 is Montex overgegaan tot het leggen van executoriaal bankbeslag onder ING Bank ten laste van Plasticon op basis van het Europees betalingsbevel. 2.15. Plasticon is op haar beurt overgegaan tot het leggen van eigenbeslag na daartoe verkregen verlof van deze rechtbank van 24 september 2020. 3Het geschil In de hoofdzaak: 3.1. Plasticon vordert in de hoofdzaak, samengevat weergegeven, bij vonnis en zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: de executie door Montex van het Europees betalingsbevel te schorsen en Montex te verbieden nog verdere executiemaatregelen te nemen op grond van dat betalingsbevel totdat de schadevergoedingsvorderingen van Plasticon op Montex zijn afgewikkeld bij een in kracht van gewijsde gegane uitspraak van een Nederlandse rechter; primair: het door Montex op 3 september 2020 ten laste van Plasticon gelegde bankbeslag op het heffen; subsidiair: Montex te gebieden om het door haar op 3 september 2020 ten laste van Plasticon gelegde bankbeslag op te heffen; Montex te veroordelen tot betaling aan Plasticon van € 136.476,00 ter zake door haar geleden schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover; Montex te veroordelen tot betaling aan Plasticon van € 9.199,05 ter zake de kosten verband houdende met het eigenbeslag en overige geleden schade, eveneens te vermeerderen met de wettelijke rente daarover; Montex te veroordelen in de proceskosten en de nakosten. 3.2. Samengevat weergegeven is daartoe het navolgende aangevoerd. Plasticon erkent de verschuldigdheid van de koopsom van de tweede ring. Evenwel, daar gaat het wat Plasticon betreft in de kern niet om. Plasticon wenst eerst haar eigen schade veroorzaakt door de door Montex vervaardigde en geleverde eerste ring vergoed te zien. Dan kan zij vervolgens overgaan tot verrekening van die veel grotere schade, met de door haar te betalen koopprijs voor de tweede ring. De door Montex in dit verband bewust gekozen vertragingstactiek valt haar aan te rekenen. Zonder dat Plasticon daarvan tijdig op de hoogte was, is Montex naar een Poolse rechtbank gestapt om een Europees betalingsbevel te verkrijgen voor dat veel lagere bedrag van de tweede stalen ring. Dit terwijl partijen, alsook de verzekeraar van Montex, op dat moment nog aan het onderhandelen waren over de aansprakelijkstelling voor de schade van Plasticon voortvloeiende uit de geleverde eerste ring. Voor wat betreft de vordering tot schorsing van de executie van het Europees betalingsbevel beroept Plasticon zich op artikel 3:13 BW. Het beslag- en executierecht wordt in deze zaak door Montex misbruikt. Door tijdens de toen nog lopende schikkingsonderhandelingen een Europees betalingsbevel aan te vragen in Polen (hetgeen overigens in strijd is met het in de algemene voorwaarden vastgelegde forumkeuzebeding dat uitdrukkelijk bepaalt dat de Nederlandse rechter te Almelo bevoegd is), en vervolgens over te gaan tot het laten leggen van een onnodig en vexatoir beslag, maakt Montex misbruik van haar bevoegdheid. Bovendien valt dit handelen te kwalificeren als maatschappelijk onbetamelijk en daarmee onrechtmatig ex artikel 6:162 BW. Plasticon zag zich door dit alles bovendien genoodzaakt om eigenbeslag te laten leggen, met de daarmee gepaard gaande kosten. Dat eigenbeslag is uitsluitend gelegd en nodig geweest om te voorkomen dat Montex de door Plasticon beoogde verrekening (van haar vordering met de tegenvordering van Montex) zou dwarsbomen door voortijdig en heimelijk executiemaatregelen te treffen voor haar eigen (tegen)vordering. Plasticon vordert vergoeding van de in dat verband door haar gemaakt beslagkosten. In het incident ex artikel 223 Rv: 3.3. Daarnaast heeft Plasticon een incident ex art. 223 Rv opgeworpen. Die provisionele eis betreft een voorschotbetaling op (een deel van) de in de hoofdzaak gevorderde schadevergoeding. Zij betoogt daartoe, samengevat weergegeven, dat zij daarbij een belang heeft gelet op de liquiditeitskrapte waar Plasticon mee kampt, ontstaan als gevolg van de coronapandemie. Mede gelet op de mate van zekerheid waarmee de vordering tot schadevergoeding in de hoofdzaak vaststaat, kan van Plasticon niet worden gevergd dat zij de hoofdzaak afwacht, voordat zij over de haar toekomende gelden kan beschikken. 3.4. Montex heeft gemotiveerd verweer gevoerd en daarbij kort gezegd geconcludeerd tot afwijzing van de provisionele vordering ex artikel 223 Rv. Zij betoogt daartoe dat een voldoende spoedeisend belang aan de zijde van Plasticon ontbreekt. Zij voert verder aan dat tussen partijen nadere afspraken zijn gemaakt. Die afspraak luidt dat Montex niet zal overgaan tot uitvoering van het Europees betalingsbevel en dat Plasticon geen voorlopige voorziening zou vragen waarbij een voorschot op de schadevergoeding zou worden gevorderd. Dat doet Plasticon alsnog langs de weg van de provisionele vordering. Zij schendt daarmee de afspraken die partijen hierover hadden gemaakt. In de exceptie van onbevoegdheid: 3.5. Op haar beurt heeft Montex voor alle weren een onbevoegdheidsincident opgeworpen, waarbij zij kort gezegd betoogt dat de rechtbank niet bevoegd is van de vorderingen van Plasticon kennis te nemen. 3.6. Plasticon voert verweer en concludeert tot afwijzing. In het vrijwaringsincident: 3.7. In het voorwaardelijk vrijwaringsincident betoogt Montex kort gezegd het navolgende. Voor het geval de rechtbank tot het oordeel komt dat zij bevoegd is van de vorderingen (in de hoofdzaak) kennis te nemen, heeft zij er belang bij haar verzekeraar, Warta, in vrijwaring op te roepen. Montex is immers verzekerd tegen schade. Mocht Montex veroordeeld worden tot vergoeding van enig schadebedrag aan Plasticon, dan wenst zij Warta in vrijwaring op te roepen. 3.8. Plasticon heeft geen verweer gevoerd op dit onderdeel. Zij refereert zich aan het oordeel van rechtbank. Overig: 3.9. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling In het incident tot onbevoegdheid 4.1. Gelet op het hiervoor samengevat weergegeven geschil dat partijen aan de rechtbank hebben voorgelegd, ziet de rechtbank aanleiding om eerst het incident tot onbevoegdheid te beoordelen. Dat geschilpunt omvat kort gezegd de vraag of de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt. Indien die vraag ontkennend wordt beantwoord, komt de rechtbank niet toe aan een verdere beoordeling van de overige geschilpunten, noch wat betreft de overige twee incidenten, noch in de hoofdzaak. Het standpunt van Montex 4.2. Volgens Montex is de Nederlandse rechter onbevoegd om van de vorderingen van Plasticon kennis te nemen. Zij betoogt daartoe, samengevat weergegeven, dat partijen geen forumkeuze zijn overeengekomen nu de door Plasticon als productie 3 bij dagvaarding overgelegde algemene voorwaarden (aangehaald onder de feiten), waarin het door Plasticon aangehaalde forumkeuzebeding zou zijn opgenomen, niet van toepassing zijn, noch zijn deze meegezonden met de purchase order. 4.3. Volgens Montex is van wilsovereenstemming aangaande de door Plasticon gestelde toepasselijkheid van het forumkeuzebeding uit die algemene voorwaarden waarnaar Plasticon verwijst geen sprake. Die uitdrukkelijke wilsovereenstemming is de maatstaf voor het antwoord op de centrale vraag in deze kwestie, zo volgt uit artikel 25 van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: Herschikte EEX-Vo). Aan die maatstaf wordt niet voldaan. 4.4. Ter onderbouwing van die stellingname betoogt Montex voorts het navolgende. De overeenkomst tussen partijen is per e-mail tot stand gekomen, waarvoor Montex verwijst naar de als productie 1 bij haar conclusie van antwoord in het incident overgelegde e-mailcorrespondentie. Daarbij is niet verwezen naar enige algemene voorwaarden, noch is tussen partijen over enige algemene voorwaarden gesproken of op andere wijze gecorrespondeerd. Ter bevestiging van de afspraken die partijen maakten stuurde Plasticon vervolgens de purchase order (aangehaald onder de feiten). Onderaan die purchase order is een voetnoot opgenomen met daarin een verwijzing naar een link, waarop de algemene voorwaarden te vinden zouden zijn. De purchase order is niet door Montex voor akkoord ondertekend. Er is evenmin enig ander stuk tussen partijen ondertekend. 4.5. Montex bestrijdt de stelling van Plasticon dat de algemene voorwaarden die door haar zijn overgelegd via de in die voetnoot genoemde link beschikbaar waren, meer bepaald het document met de titel “procurement conditions Plasticon Composites”. Blijkens het als productie 47 zijdens Plasticon overgelegde overzicht is een divers aantal documenten, 20 in totaal, toegankelijk via de link naar de website. Voor Montex is gelet daarop niet duidelijk welke van die documenten, waarin steeds afzonderlijk algemene voorwaarden zijn opgenomen, van toepassing zijn. Kortom, er is geen getekend document tussen partijen tot stand gekomen, de overeenkomst is per e-mail gesloten, de in de voetnoot opgenomen voorwaarden zijn niet meegezonden en de betreffende link in die voetnoot verwijst naar een veelheid van verschillende algemene voorwaarden waarvan op voorhand niet duidelijk is welke van toepassing zijn. Het verweer van Plasticon 4.6. Volgens Plasticon komt aan de Nederlandse rechter wel rechtsmacht toe omdat op de overeenkomst die partijen sloten de algemene voorwaarden (die door Plasticon bij dagvaarding zijn overgelegd) van toepassing zijn én, alsdan, het forumkeuzebeding (artikel 15 van de algemene voorwaarden) tussen partijen is overeengekomen. Volgens Plasticon leidt die vaststelling ertoe dat de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, bevoegdheid toekomt, ook op grond van artikel 25 van de Herschikte EEX-Vo. 4.7. Ter verdere onderbouwing van dat standpunt betoogt Plasticon het navolgende. De centrale vraag of de algemene voorwaarden van toepassing zijn op de overeenkomst moet worden beantwoord aan de hand van het Weens Koopverdrag (hierna: CISG). Beslissend voor de beoordeling van die vraag is of partijen, uitdrukkelijk of stilzwijgend, tijdens of voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst, de betreffende algemene voorwaarden zijn overeengekomen én de andere partij een redelijke mogelijkheid is geboden van die voorwaarden kennis te nemen. Aan dat criterium is volgens Plasticon voldaan. Er is sprake van een uitdrukkelijke verwijzing naar de algemene voorwaarden, te weten in een voetnoot, op het voorblad van de purchase order. Die algemene voorwaarden, inclusief het daarin opgenomen forumkeuzebeding, waren via de elektronische weg toegankelijk en vindbaar voor Montex vóór het moment van het sluiten van de overeenkomst (via de in de purchase order in de voetnoot opgenomen link naar een website van Plasticon). Aan de hiervoor genoemde vereisen uit het CISG, meer bepaald dat aan Montex een redelijke mogelijkheid is geboden om kennis te nemen van de algemene voorwaarden, is daarmee voldaan, zodat de rechtbank bevoegdheid in deze toekomt. Het oordeel van de rechtbank Juridisch kader 4.8. Bij de beoordeling van de zijdens Montex opgeworpen exceptie van onbevoegdheid, gaat het er in de kern om of tussen partijen rechtsgeldig een forumkeuzebeding is overeengekomen, als deze is opgenomen in de algemene voorwaarden van Plasticon waarnaar Plasticon heeft verwezen en waarop zij een beroep heeft gedaan. 4.9. De rechtbank stelt bij de beantwoording van die vraag het navolgende voorop. Herschikte EEX-Vo en forumkeuzebeding 4.10. De bevoegdheid van de rechter moet, voor wat betreft de gevorderde hoofdsom onder iii ad € 136.476,00 en het gevorderde voorschot in het incident, worden vastgesteld aan de hand van de in deze toepasselijke en hiervoor reeds genoemde Herschikte EEX-Vo, meer bepaald artikel 25. Tegen die achtergrond moet worden bezien of het forumkeuzebeding in de algemene voorwaarden tussen partijen gelding heeft. De rechtbank zoekt, voor de beantwoording van voornoemde vraag, aansluiting bij hetgeen het Hof van Justitie heeft overwogen in het Höszig- arrest. In dat arrest heeft het Hof van Justitie haar vaste rechtspraak over (oud) artikel 23 van Verordening (EG) nr. 44/2001 (thans artikel 25 van de Herschikte EEX-Vo) bevestigd en verduidelijkt. Die komt er op neer dat (oud) artikel 23 lid 1 voornamelijk vormvereisten bevat (onder a, b en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.