RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08-997026-17 ontneming (P) Datum vonnis: 9 december 2021 Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officieren van justitie ten aanzien van de veroordeelde: [veroordeeld bedrijf 1] V.O.F., gevestigd aan [adres] . 1De vordering van de officier van justitie De officieren van justitie vorderen dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 48.560,67. 2De procedure Ter terechtzitting van 10 maart 2021 is beslist dat de behandeling van de ontnemingsvordering voor onbepaalde tijd zal worden aangehouden. De rechtbank heeft op 10 maart 2021 termijnen gesteld voor de schriftelijke ronde die vooraf zal gaan aan de behandeling van de ontnemingsvordering ter zitting en beslist dat vervolgens een datum voor de behandeling ter terechtzitting van de ontnemingsvordering zal worden vastgesteld. In de schriftelijke procedure zijn de volgende processtukken overgelegd: - een conclusie van eis van 2 maart 2021; - een nadere conclusie van eis van 3 mei 2021; - een conclusie van antwoord van 8 juni 2021; - een conclusie van repliek van 24 juni 2021; - een conclusie van dupliek van 3 augustus 2021. De vordering is vervolgens behandeld op de openbare terechtzitting van 28 oktober 2021. Namens de veroordeelde is op die terechtzitting niemand verschenen. De raadsman van veroordeelde, mr. A.H.J.G. van Voorthuizen, advocaat in Ede, is wel verschenen en als bepaaldelijk gevolmachtigde op de vordering gehoord. Op de terechtzitting hebben de officieren van justitie mr. E. Duijts en mr. D. van Ieperen hun vordering gehandhaafd. De raadsman heeft ter zitting zijn standpunten gehandhaafd zoals hij die in zijn conclusie van antwoord en zijn conclusie van dupliek heeft ingenomen, met uitzondering van zijn standpunt met betrekking tot de fiscale implicaties. 3De beoordeling van de vordering 3.1 Veroordeling De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 12 april 2021 veroordeeld, voor zover van belang, voor de strafbare feiten: feit 1 primair het misdrijf: medeplegen van waren verkopen, te koop aanbieden of afleveren, wetende dat zij voor het leven of de gezondheid schadelijk zijn en dat schadelijk karakter verzwijgende, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd; feit 2 en feit 3 het misdrijf: medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 43, derde lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd; feit 4 en feit 5 het misdrijf: medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 43, eerste lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd. 3.2 De beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel 3.2.1 Inleiding Bij de beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel neemt de rechtbank het rapport ‘Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel betreffende [veroordeeld bedrijf 1] ’ opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , beiden opsporingsambtenaar bij de Inlichtingen en Opsporingsdienst van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, gedateerd 4 juni 2019 (hierna: het rapport WVV) als uitgangspunt. De rechtbank neemt bij de beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel eveneens het onder 3.1 genoemde vonnis in aanmerking. Uit de voor die bewezenverklaring gebruikte bewijsmiddelen is aannemelijk geworden dat de veroordeelde uit het bewezenverklaarde handelen financieel voordeel heeft genoten. De rechtbank is bij de beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel dan ook steeds uitgegaan van de feitenvaststelling en beslissingen van de rechtbank uit voornoemd vonnis. 3.2.2 De hoogte van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel 3.2.2.1 Algemene vaststellingen Zoals hiervoor reeds overwogen is de rechtbank bij de beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel steeds uitgegaan van de feitenvaststelling en beslissingen van de rechtbank zoals die in het vonnis van 12 april 2021 zijn opgenomen. De rechtbank is van oordeel dat op basis van de voor die bewezenverklaring gebruikte bewijsmiddelen aannemelijk is geworden dat de veroordeelde financieel voordeel heeft genoten door het verkopen en toepassen van de niet-toegelaten biociden Formaline, Kilcox, Virex en Envirex. Periode Veroordeelde is onder meer veroordeeld voor overtreding van artikel 43 Wet op de Gewasbestrijdingsmiddelen en biociden gedurende de periode van 1 januari 2015 tot en met 10 augustus 2017. De facturen van [veroordeeld bedrijf 1] over de periode 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015 stonden niet ter beschikking van het onderzoeksteam, waardoor er geen specificatie van de opbrengsten, gesplitst in gebruikte middelen, arbeid en overige componenten beschikbaar was. De factuur met de laatste datering, die is gebruikt bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, is van juni 2017. Gelet hierop zal de rechtbank bij de bepaling van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitgaan van een periode van 1 januari 2016 tot en met juni 2017. 3.2.2.2 Het door [veroordeeld bedrijf 1] wederrechtelijk verkregen voordeel Opbrengst Op werkbonnen en facturen uit de administratie van [veroordeeld bedrijf 1] en [veroordeeld bedrijf 2] staan de middelen vermeld die door beide vennootschappen vervolgens werden (door)verkocht aan de pluimveehouders. Aan de hand van de facturen en werkbonnen kan worden vastgesteld dat in 2017 door [veroordeeld bedrijf 1] een hoeveelheid van 5.093 liter, ter waarde van € 15.282,50, van het product Formaline is verkocht. In 2016 werd van Formaline 22.955 liter voor een totaalbedrag van € 52.527,15 verkocht. Van het product Kilcox is in het jaar 2017 voor een bedrag van in totaal € 812,50, 50 liter verkocht en in het jaar 2016 een hoeveelheid van 1.144 liter voor een bedrag van € 18.138,70. Van de producten Virex en Envirex samen, werden in 2016 106 stuks verkocht (42 stuks Virex en 64 stuks Envirex) voor een bedrag van € 8.468,50. In 2017 zijn Virex en Envirex blijkens de facturen en werkbonnen niet gebruikt. Correctie In de periode van 1 januari 2016 tot en met april 2016 werd door [veroordeeld bedrijf 1] facturen verstuurd waarbij een totaalprijs is gefactureerd voor ‘ontsmettingswerkzaamheden’. Op deze facturen ontbreekt een verdere uitsplitsing. Uit de werkbonnen behorende bij deze facturen blijkt dat in alle gevallen de niet toegelaten biocide Formaline is gebruikt. De omzet van deze facturen is opgenomen in de opbrengst 2016 voor Formaline. Naast de Formaline zijn er volgens de werkbonnen bij deze werkzaamheden ook toegelaten middelen gebruikt. De verkoopopbrengst van deze andere gebruikte middelen behoort niet tot het wederrechtelijk verkregen voordeel. Ammoniak en Virocid zijn toegelaten middelen en daarom worden deze tegen de verkoopprijs die werd gehanteerd in de 2e helft van 2016 in mindering gebracht op de opbrengst 2016. De verkoopprijs van Ammoniak was in 2016 € 0,85 per liter en voor Virocid was dat € 8,-- per liter. Blijkens de werkbonnen is in 2016 620 liter Ammoniak verkocht hetgeen neerkomt op een totaalopbrengst van € 527,-- (620 x € 0,85). Van Virocid is 124 liter verkocht, wat betekent dat dit € 992,-- (124 x € 8,--) heeft opgebracht in 2016. In totaal dient er derhalve een bedrag van € 1.519,-- (€ 527,-- + € 992,--) op de opbrengst van 2016 in mindering te worden gebracht. Kosten [veroordeeld bedrijf 1] / [veroordeeld bedrijf 2] namen de middelen Kilcox, Virex en Envirex af bij de Belgische firma [bedrijf] . Blijkens de facturen die [bedrijf] aan [veroordeeld bedrijf 1] heeft verstuurd, heeft [veroordeeld bedrijf 1] in 2016 2.275 liter Kilcox, 72 eenheden van 10 Kg Virex en 158 eenheden van 20 Kg Envirex afgenomen. Van het product ‘Formaline 37 % Breustedt 21,6 kg’ werden, in de jaren 2016 en 2017 tezamen, 1.203 verpakkingen ingekocht. Dit betekent dat er een totaalhoeveelheid van 25.984,80 Kg (1.203 stuks x 21,6
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.