← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2021:4748

beslissing RECHTBANK OVERIJSSEL Wrakingskamer Zittingsplaats Zwolle zaaknummer: 274582 KG RK 21-530 Beslissing van 17 december 2021 in de zaak van drs. [verzoeker], wonende te [woonplaats] , verzoeker tot wraking. 1De procedure 1.

  1. Bij brief van 23 november 2021 (ingediend per e-mail) heeft [verzoeker] een verzoek tot wraking gedaan met betrekking tot de behandeling van de zaak die bij de rechtbank is geregistreerd onder zaaknummer ZWO 21/1996 BESLU. 1.
  2. Vandaag beslist de wrakingskamer op dit verzoek. 2Waar het verzoek over gaat 2.
  3. [verzoeker] heeft op 13 oktober 2021 een brief gestuurd naar de afdeling Bestuursrecht van de rechtbank Overijssel. In zijn wrakingsverzoek beklaagt [verzoeker] zich over de manier waarop deze brief door de rechtbank Overijssel is behandeld. Onder meer klaagt [verzoeker] erover dat zijn zaak niet meteen een zaaknummer heeft gekregen en dat de rechter die zijn zaak behandelt niet bekend is. 3De beoordeling van het wrakingsverzoek 3.
  4. De wrakingskamer zal [verzoeker] in zijn verzoek niet ontvankelijk verklaren. De reden daarvoor laat zich als volgt omschrijven. 3.
  5. Ten behoeve van de behandeling van een verzoek tot wraking is het Wrakingsprotocol van de rechtbank Overijssel opgesteld. Dit protocol is voor iedereen te raadplegen, bijvoorbeeld via de website van rechtspraak.nl. 3.
  6. In dit protocol is in artikel 5, lid 2 onder e, bepaald: De wrakingskamer kan het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk verklaren: (…) e. indien het verzoek geen betrekking heeft op de met de behandeling van de zaak belaste rechter (…). 3.
  7. In de zaak waarop de wraking van [verzoeker] betrekking heeft (ZWO 21/1996 BESLU) is nog geen rechter aangewezen die deze zaak zal behandelen. Dat houdt verband met het feit dat de griffier van de rechtbank eerst een brief aan [verzoeker] heeft gestuurd, waarin wordt gevraagd om zijn verzoek verder aan te vullen. Uit het wrakingsverzoek van [verzoeker] volgt dat hij dit verzoek van de griffier onterecht vindt. Wat hier ook van zij, dat verandert niets aan het feit dat er op dit moment nog geen rechter aan zijn zaak is toegewezen. 3.
  8. [verzoeker] kan daarom niet in zijn verzoek tot wraking worden ontvangen. Een wrakingsverzoek moet immers betrekking hebben op het handelen van een specifieke rechter (of rechters) en dat is hier niet het geval. 3.
  9. Ten slotte merkt de wrakingskamer op dat [verzoeker] in zijn verzoek ook heeft verwezen naar zaaknummer ZWO 21/1995 BESLU. Uit het verzoek blijkt echter niet dat het wrakingsverzoek ook op deze zaak betrekking heeft. Dit zaaknummer blijft daarom verder onbesproken in deze uitspraak van de wrakingskamer. 4De beslissing De wrakingskamer, 4.
  10. verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking. Deze beslissing is gegeven door de mrs. U. van Houten, L.M. Rijksen en H.T. Pos in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 17 december
  11. de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.