RECHTBANK OVERIJSSEL locatie Almelo team familie- en jeugdrecht zaaknummer: C/08/264588 / ES RK 21-2260 beschikking van 13 december 2021 inzake [verzoeker] , verder te noemen: de man, wonende te [woonplaats], verzoeker, advocaat: mr. B.A.M. Oude Breuil, en [belanghebbende] , verder te noemen: de vrouw, wonende te [woonplaats], belanghebbende, advocaat: voorheen mr. A. Hashem Jawaheri. 1Het verdere procesverloop 1.1. De rechtbank heeft op 19 juli 2021 een tussenbeschikking gegeven in deze zaak. 1.2. De rechtbank heeft daarna kennisgenomen van de volgende stukken: - een op 2 augustus 2021 ingekomen uitstelverzoek van mr. Hashem Jawaheri; - een op 6 augustus 2021 ingekomen F2- formulier van mr. Hashem Jawaheri; - een op 16 augustus 2021 binnengekomen F9-formulier van mr. Hashem Jawaheri van 16 augustus 2021 met bijlagen; - een op 12 september 2021 binnengekomen e-mailbericht van mr. Oude Breuil van 12 september 2021 met bijlagen. 1.3. Op 2 november 2021 is door de griffie van de rechtbank aan de raadslieden van partijen een e-mailbericht gestuurd waaruit blijkt dat de rechtbank begrijpt dat de vrouw niet meer op de laatste reactie van de man wil reageren en dat partijen wensen dat de zaak schriftelijk wordt afgedaan. Hierop is geen reactie mee binnengekomen. 2De feiten Voor de feiten wordt verwezen naar genoemde beschikking van 19 juli 2021. 3De verdere beoordeling Bij voormelde beschikking van 19 juli 2021 heeft de rechtbank in de zaak met nummer C/08/261118 / ES RK 21-597 onder meer de echtscheiding uitgesproken en heeft zij in de zaak met nummer C/08/264588 / ES RK 21-2260 iedere beslissing met betrekking tot de afwikkeling van het huwelijksgoederenregime aangehouden. De vermogensrechtelijke afwikkeling 3.1. In de beschikking van 19 juli 2021 heeft de rechtbank in rechtsoverweging 6.19. overwogen en beslist dat het Iraans huwelijksvermogensrecht van toepassing is op het huwelijksvermogensstelsel. Partijen zijn vervolgens door de rechtbank in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de vermogensrechtelijke afwikkeling naar Iraans recht. 3.2. Naar Iraans recht bestaat er geen gemeenschappelijk vermogen tussen partijen; het huwelijksgoederenregime houdt naar Iraans recht volstrekte uitsluiting van iedere goederengemeenschap in. Uit het stelsel van de scheiding van goederen volgt in beginsel dat hetgeen de echtgenoten ten tijde van het aangaan van het huwelijk bezaten en hetgeen zij tijdens het huwelijk hebben verworven privé-eigendom blijft en niet in enige huwelijksgemeenschap valt. Schulden moeten worden toegerekend aan degene op wiens naam deze staan. Wanneer de eigendom van bepaalde (huishoudelijke) zaken niet kan worden bewezen, wordt in de regel aangenomen dat de zaken die gewoonlijk door een man worden gebruikt aan de man toebehoren en omgekeerd, de zaken die gewoonlijk door een vrouw worden gebruikt, aan de vrouw toebehoren. De echtgenoten kunnen bewijs leveren dat deze algemene regeling in hun specifieke geval niet geldt. ‘Terms and conditions’ in de huwelijksakte aan te merken als geldige huwelijkse voorwaarden? 3.3. De rechtbank heeft kennisgenomen van de huwelijksakte van partijen. Hierin zijn zogenaamde ‘terms and conditions’ opgenomen omtrent het tijdens het huwelijk opgebouwde vermogen en de wijze waarop en voorwaarden waaronder dit vermogen tussen de echtgenoten wordt verdeeld. De rechtbank is van oordeel dat deze ‘terms and conditions’ zijn aan te merken als huwelijkse voorwaarden in de zin van artikel 25 HuwverVo. 3.4. Artikel 25 lid 1 HuwverVo bepaalt dat huwelijkse voorwaarden, wat de vorm betreft, geldig zijn, indien deze op schrift zijn gesteld en door beide echtgenoten zijn ondertekend. De huwelijksakte en daarmee de ‘terms of conditions’ zijn gedagtekend en door beide echtgenoten ondertekend. 3.5. Artikel 25 lid 2, derde alinea HuwverVo bepaalt vervolgens dat, indien slechts een van de echtgenoten bij het aangaan van de overeenkomst zijn gewone verblijfplaats heeft in een lidstaat waar huwelijkse voorwaarden aan aanvullende vormvereisten zijn onderworpen, die vereisten van toepassing zijn. De man woonde ten tijde van het sluiten van het huwelijk in Nederland en de vrouw heeft zich eerst op 31 januari 2020 in Nederland gevestigd. In Nederland geldt dat huwelijkse voorwaarden op straffe van nietigheid bij notariële akte moeten worden aangegaan. Gesteld noch gebleken is dat dit is geschied. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de ‘terms and conditions’ zijn aan te merken als huwelijkse voorwaarden die naar hun vorm niet geldig zijn. Hieraan doet niet af dat op grond van artikel 1119 van het Iraans Burgerlijk Wetboek echtgenoten huwelijkse voorwaarden kunnen overeenkomen, mits deze niet strijdig zijn met de aard van het huwelijkscontract en zijn neergelegd in het huwelijkscontract of in een ander bindend document. Op grond van de HuwverVo is geen sprake van rechtsgeldige voorwaarden (hetgeen anders zou zijn geweest indien het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 van toepassing zou zijn). Dit betekent dat er geen sprake is van gemeenschapsvermogen en dat de vrouw geen recht heeft op de helft van de bezittingen die tijdens het huwelijk door de man zijn verworven, danwel de waarde ervan. De mazda en (het saldo
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.