RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige economische kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08/994588-19 (P) Datum vonnis: 21 mei 2021 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte 1] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] c.a., wonende aan de [woonplaats] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 10 mei 2021. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. P. van der Vliet en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. F.H.J. van Gaal, advocaat in Wijchen, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte met een ander professioneel vuurwerk heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: primair hij op of omstreeks 30 november 2019 in de gemeente(
- n)Druten en/of Heerlen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, professioneel vuurwerk, te weten - 24, althans één of meer stuks Shells (mortierbommen) (US5 Display) en/of - 144, althans één of meer stuks Shells (mortierbommen) (US4 Display) en/of - 288, althans één of meer stuks Shells (mortierbommen) (US3 Shell Mix) en/of - 1 stuks Enkelschotsbuizen (Flowerbed) (XB4100) en/of - 1 stuks Enkelschotsbuizen (Flowerbed) (XB4010) en/of - 1 stuks Enkelschotsbuizen (Flowerbed) (XB4029) en/of - 3, althans één of meer stuks Enkelschotsbuizen (Flowerbed) (XB4095) en/of - 1 stuks Enkelschotsbuizen (Flowerbed) (CB Moskau) en/of - 2, althans één of meer stuks Enkelschotsbuizen (Flowebed) (F95056) en/of - 1 stuks Enkelschotsbuizen (Flowerbed) (TXB324) en/of - 1 stuks Enkelschotsbuizen (Flowerbed) (CB65 K210-19) en/of - 14 kilogram, althans een hoeveelheid knalvuurwerk (CB Moskau) en/of - 64 kilogram, althans een hoeveelheid knalvuurwerk (Mad Bull Dog) en/of heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad; althans, voor zover het vorenstaande niet tot een veroordeling zou kunnen leiden: subsidiair hij op of omstreeks 30 november 2019 in de gemeente(
- n)Druten en/of Heerlen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk, professioneel vuurwerk, te weten - 24, althans één of meer stuks Shells (mortierbommen) (US5 Display) en/of - 144, althans één of meer stuks Shells (mortierbommen) (US4 Display) en/of - 288, althans één of meer stuks Shells (mortierbommen) (US3 Shell Mix) en/of - 1 stuks Enkelschotsbuizen (Flowerbed) (XB4100) en/of - 1 stuks Enkelschotsbuizen (Flowerbed) (XB4010) en/of - 1 stuks Enkelschotsbuizen (Flowerbed) (XB4029) en/of - 3, althans één of meer stuks Enkelschotsbuizen (Flowerbed) (XB4095) en/of - 1 stuks Enkelschotsbuizen (Flowerbed) (CB Moskau) en/of - 2, althans één of meer stuks Enkelschotsbuizen (Flowebed) (F95056) en/of - 1 stuks Enkelschotsbuizen (Flowerbed) (TXB324) en/of - 1 stuks Enkelschotsbuizen (Flowerbed) (CB65 K210-19) en/of - 14 kilogram, althans een hoeveelheid knalvuurwerk (CB Moskau) en/of - 64 kilogram, althans een hoeveelheid knalvuurwerk (Mad Bull Dog) en/of heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad. 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4. De bewijsoverwegingen 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. 4.2 Het standpunt van de verdediging Volgens de raadsman kan tot een bewezenverklaring worden gekomen, met uitzondering van het knalvuurwerk, zoals dat is opgenomen bij het twaalfde gedachtestreepje. Hij heeft daartoe aangevoerd dat dit vuurwerk ook al is opgenomen bij het achtste gedachtestreepje, maar dan met de aanduiding “1 stuks Enkelschotsbuizen”, terwijl het feitelijk twee keer dezelfde doos vuurwerk betreft. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Partiële vrijspraak Aan het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk is een aantal bijlagen gehecht. Elke bijlage bevat een foto en beschrijving van het onder verdachte, en medeverdachte [medeverdachte 1] , inbeslaggenomen vuurwerk. De rechtbank heeft, aan de hand van onder meer het artikelnummer, vastgesteld dat op de foto’s van bijlagen 6 en 10 dezelfde doos met vuurwerk is te zien. Het vuurwerk is evenwel twee keer op de tenlastelegging terechtgekomen, namelijk als “1 stuks Enkelschotsbuizen” bij het achtste gedachtestreepje en als “knalvuurwerk (CB Moskau)” bij het twaalfde gedachtestreepje. De rechtbank is, met de raadsman, van oordeel dat het vuurwerk ten onrechte (ook) als knalvuurwerk is opgenomen bij het twaalfde gedachtestreepje van de tenlastelegging, nu in bijlagen 6 en 10 staat dat het vuurwerk betreft van het soort “batterij enkelschotsbuizen”. De rechtbank spreekt verdachte dan ook vrij van het ten laste gelegde in het twaalfde gedachtestreepje van de tenlastelegging. Redengevende feiten en omstandigheden De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit, met uitzondering van het twaalfde gedachtestreepje, waarbij de rechtbank – nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering, zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten: het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van 7 april 2019, pagina’s 177-247; de bekennende verklaring van verdachte, zoals die is opgenomen in het proces- verbaal van verhoor verdachte [verdachte 1] van 30 november 2019, pagina’s 19-22, en het proces-verbaal van de terechtzitting van 10 mei 2021. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 30 november 2019 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, professioneel vuurwerk, te weten - 24 Shells (mortierbommen) (US5 Display) en - 144 Shells (mortierbommen) (US4 Display) en - 288 Shells (mortierbommen) (US3 Shell Mix) en - 1 stuks Enkelschotsbuizen (Flowerbed) (XB4100) en - 1 stuks Enkelschotsbuizen (Flowerbed) (XB4010) en - 1 stuks Enkelschotsbuizen (Flowerbed) (XB4029) en - 3 stuks Enkelschotsbuizen (Flowerbed) (XB4095) en - 1 stuks Enkelschotsbuizen (Flowerbed) (CB Moskau) en - 2 stuks Enkelschotsbuizen (Flowerbed) (F95056) en - 1 stuks Enkelschotsbuizen (Flowerbed) (TXB324) en - 1 stuks Enkelschotsbuizen (Flowerbed) (CB65 K210-19) en - 64 kilogram knalvuurwerk (Mad Bull Dog) voorhanden heeft gehad. De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. 5De strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in artikel 1.2.2 lid 3 van het Vuurwerkbesluit, artikel 9.2.2.1 van de Wet Milieubeheer en de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet economische delicten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op: het misdrijf: medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 1.2.2 lid 3 van het Vuurwerkbesluit juncto artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan. 6De strafbaarheid van verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezen verklaarde feit. 7. De op te leggen straf of maatregel 7.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, moet hiervan worden afgetrokken. 7.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat bij de strafbepaling rekening moet worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Zo heeft hij een gezin met twee jonge kinderen en heeft hij inmiddels weer vast werk. Daarnaast heeft de voorlopige hechtenis veel impact gehad op verdachte. Hij heeft zijn les geleerd. Ook moet rekening worden gehouden met het tijdsverloop tussen de aanhouding en de behandeling ter terechtzitting. De onzekerheid over de afloop van de zaak heeft zwaar gedrukt op verdachte. Vanwege deze omstandigheden kan volgens de raadsman worden volstaan met de oplegging van een gevangenisstraf, waarvan het onvoorwaardelijke deel qua duur gelijk is aan de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Daarnaast kan verdachte een taakstraf worden opgelegd, aldus de raadsman. Hij heeft verzocht om bij de bepaling van de duur van die taakstraf rekening te houden met verdachtes werk en de strafoplegging in soortgelijke zaken. 7.3 De gronden voor een straf of maatregel Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang. Verdachte heeft zich op 30 november 2019, als medepleger, schuldig gemaakt aan het illegaal voorhanden hebben van een aanzienlijke hoeveelheid professioneel vuurwerk. Hij en medeverdachte [verdachte 1] reden die dag in een gehuurde bestelauto, met in de laadruimte 705 kilogram professioneel vuurwerk, waaronder zogenoemde mortierbommen. Het is algemeen bekend dat vuurwerk gevaar kan opleveren. Dat geldt zeker voor professioneel vuurwerk, dat een substantieel zwaardere of explosievere lading bevat dan het vuurwerk dat in Nederland aan consumenten verkocht mag worden. Ontploffing van dit professionele vuurwerk tijdens het vervoer had dan ook, temeer gelet op de aanzienlijke hoeveelheid, enorme gevolgen kunnen hebben voor de omgeving. Ook het afsteken van professioneel vuurwerk brengt risico’s met zich, niet alleen voor degene die het afsteekt, maar ook voor de omstanders. Ernstige gehoorbeschadiging, zwaar lichamelijk letsel of zelfs overlijden kan daarvan het gevolg zijn. Het voorhanden hebben van voornoemde hoeveelheid professioneel vuurwerk levert dus gevaren op voor mens en dier en veroorzaakt maatschappelijk onacceptabele risico’s. Dat verdachte niet heeft stilgestaan bij deze risico’s neemt de rechtbank hem kwalijk. In de Richtlijn voor strafvordering vuurwerkdelicten van het Openbaar Ministerie staat als uitgangpunt dat bij het voorhanden hebben en opslaan van in totaal 705 kilogram professioneel vuurwerk een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt gevorderd. De officier van justitie heeft dienovereenkomstig ter zitting haar strafeis geformuleerd. De rechtbank zal de officier van justitie daarin niet volgen. De rechtbank is van oordeel dat thans nog kan worden volstaan met een forse onvoorwaardelijke taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf van aanmerkelijke duur. Zij overweegt daartoe als volgt. Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat hij in de periode van 1999 tot 2006 meerdere keren is veroordeeld tot forse gevangenisstraffen wegens ernstige strafbare feiten. Na 2006 is verdachte volgens zijn strafblad lange tijd niet meer in aanraking gekomen met politie en justitie. Tot 2017, toen hem bij strafbeschikking een taakstraf is opgelegd wegens overtreding van artikel 1.2.2 lid 1 van het Vuurwerkbesluit. Als toelichting op zijn justitiële documentatie heeft verdachte tijdens de zitting verklaard dat hij in voornoemde periode van 1999 tot 2006 was verslaafd aan drugs. Hij is daarvoor met succes behandeld in een kliniek. Sindsdien heeft verdachte geen drugs meer gebruikt en is zijn leven in rustiger vaarwater gekomen. Verdachte heeft verklaard dat hij vast werk heeft, en een gezin met twee jonge kinderen heeft en dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf heel veel kapot zal maken. Gelet op de proceshouding van verdachte én met het oog op de persoonlijke belangen van verdachte en zijn gezin, zal de rechtbank hem – ondanks de recidive – geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf, maar een onvoorwaardelijke taakstraf opleggen. Bij de bepaling van de duur van die taakstraf heeft de rechtbank rekening gehouden met de werksituatie van verdachte en met de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Tijdens de zitting heeft verdachte ook verklaard dat vuurwerk zijn passie is, maar dat hij het vanaf nu zal laten bij het bezoeken van vuurwerkshows. Om verdachte ervan te doordringen dat hij professioneel vuurwerk voortaan echt “links moet laten liggen”, zal de rechtbank verdachte naast een onvoorwaardelijke taakstraf een geheel voorwaardelijke, maar qua omvang forse gevangenisstraf opleggen. De rechtbank ziet in voornoemde verklaring van verdachte en de overtreding in 2017 aanleiding om aan dit voorwaardelijk strafdeel een proeftijd van langere duur te koppelen. De lange proeftijd is geboden omdat er ernstig rekening mee gehouden moet worden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gevaar voor mensen veroorzaakt. Het voorgaande brengt de rechtbank resumerend tot het oordeel dat de oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 10 maanden, met een proeftijd van 5 jaren, en daarenboven een onvoorwaardelijke taakstraf van 180 uren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, passend en geboden is. 8De toegepaste wettelijke voorschriften De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 47 van het Wetboek van Strafrecht. 9De beslissing De rechtbank: bewezenverklaring - verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven; - verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij; strafbaarheid feit - verklaart het bewezen verklaarde strafbaar; - verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert: het misdrijf: medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 1.2.2 lid 3 van het Vuurwerkbesluit juncto artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan; strafbaarheid verdachte - verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde; straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden; - bepaalt dat deze gevangenisstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 5 (vijf) jaren de navolgende voorwaarde niet is nagekomen: - stelt als algemene voorwaarde dat verdachte: - zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; - veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren; - beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen; - beveelt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste 60 in verzekering of voorlopige hechtenis doorgebrachte dagen, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Melaard, voorzitter, mr. M. van Berlo en mr. R.P. van Campen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Mulder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2021. Buiten staat Mrs. Van Berlo en Van Campen zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie, Dienst Infrastructuur, afhandelteam Noord-Oost, Wolfheze, met dossiernummer PL0600-2019534084. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.