RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Almelo Parketnummers: 08/063929-20, 08/250421-19 (tul) en 13/654003-18 (tul) (P) Datum vonnis: 29 maart 2021 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , wonende in [woonplaats] , nu verblijvende in de P.I. Nieuwegein in Nieuwegein. 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 22 juni 2020, 7 december 2020, 12 maart 2021 en 15 maart 2021. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. Leusink en van hetgeen door verdachte en de raadsvrouw mr. R.S.E. Bruinen, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: heeft geprobeerd [slachtoffer 1] af te persen; en/of primair: heeft geprobeerd [slachtoffer 1] van het leven te beroven door hem met een mes te steken; subsidiair: heeft geprobeerd om aan [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door hem met een mes te steken; feit 2: [slachtoffer 2] heeft afgeperst; en/of [slachtoffer 2] door (bedreiging met) geweld van haar fiets, sleutels, mobiele telefoon, paspoort en OV-chipkaart heeft beroofd. feit 3: heeft ingebroken in een auto en daaruit een brillenkoker heeft gestolen. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: 1 Hij op of omstreeks 8 maart 2020, te Enschede, op de Beneluxlaan, in ieder geval op de openbare weg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf en met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, een persoon, genaamd [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van 130 euro, in elk geval van enig goed en/of geldbedrag geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(
(3)beschermd wonen/dagbesteding. De verwachting is dat hij zich in een TBS-kader gemakkelijker aan de voorwaarden zal houden, aangezien omzetting naar dwangverpleging dreigt als hij dit niet doet. Aansluitend aan de TBS met voorwaarden kan gedacht worden aan een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als back-up, zodat verdachte voor langere tijd gemonitord kan worden en direct effect/een gedragsconsequentie volgt als hij zich niet aan de voorwaarden houdt. - Psychiaters De psychiaters zien gedragskundig onvoldoende gronden om tot vermindering van de toerekenbaarheid te adviseren, omdat gepland crimineel gedrag, zoals feit 1, – over feit 2 wordt geen uitspraak gedaan in verband met verdachtes ontkenning ten tijde van het opstellen van de rapportage – geacht wordt voort te komen uit keuzes. Bij het maken van die keuzes, waarvan verdachte weet dat die strafbaar zijn, wordt hij niet door zijn pathologie beperkt. Eerder laat hij deze afhangen van situationele factoren, waarbij hij gefaciliteerd wordt door zijn gebrekkige geweten en gebrek aan empathie. De kans op nieuw delictgedrag is groot. Verdachte zou kunnen profiteren van een behandeling waarin aandacht is voor zijn verslavingsproblematiek en zijn persoonlijkheidsstoornis, maar ook voor adequate huisvesting, dag- en vrijetijdsbesteding en werk. Zo’n behandeling kan alleen succesvol verlopen als deze klinisch, langdurig en voldoende intensief is. Hierbij valt te denken aan het voortzetten van de behandeling zoals deze in FVK Piet Roordakliniek plaatsvond. Hoewel verdachte zich ten tijde van de gesprekken gemotiveerd toont, is het niet de verwachting dat hij een dergelijke behandeling in een geheel vrijwillig kader zal kunnen volhouden en afronden.De behandeling zou opgelegd kunnen worden in het kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel en/of in het kader van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM). Verdachte toont zich, zoals genoemd, gemotiveerd voor een behandeling in een FVK. Tegelijkertijd wordt opgemerkt dat een dergelijke behandeling in 2019 niet succesvol is afgerond en dat verdachte in de proeftijd reeds is gerecidiveerd. Indien de rechtbank van oordeel is dat een behandeling geïndiceerd is en dat het genoemde kader niet toereikend is om de algemene recidiverisico’s op delictgedrag te verminderen, dan resteert alleen een behandeling in het kader van een terbeschikkingstelling. Naar mening van de psychiaters zou in dat geval een TBS met voorwaarden toereikend kunnen zijn. Reclasseringsadvies en maatregelenrapport De rechtbank heeft eveneens acht geslagen op het reclasseringsadvies van GGZ-reclassering Fivoor van 20 november 2020, het maatregelenrapport, eveneens van GGZ-reclassering Fivoor, van 11 februari 2021 en op de toelichting die daarop ter zitting van 12 maart 2020 is gegeven door R. Liekens-Willems. Wat betreft de toerekenbaarheid schaart de reclassering zich achter de gedachtengang van de psycholoog. Gezien de antisociale persoonlijkheidsstoornis van verdachte, gecombineerd met de gediagnosticeerde zwakbegaafdheid, kan er bij verdachte gesproken worden van complexe problematiek. Verdachte gaat zijn eigen gang en laat zich, in negatieve zin, beïnvloeden door derden. Hij bagatelliseert de problemen en is externaliserend. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog. Een ‘vrijblijvende’ klinische plaatsing in een instelling zal misschien tijdelijk soelaas bieden, maar de kans is groot dat verdachte bij stress, spanning en overschatting van zichzelf terugvalt in agressief en ontwrichtend gedrag. Om de behandeling te laten slagen zijn naar de mening van de reclassering strakke en heldere kaders nodig. De kans op gedragsverandering en verlaging van het recidiverisico wordt haalbaarder geacht met ‘lik op stuk beleid’. Duidelijke afspraken over de gevolgen van zijn gedrag zijn noodzakelijk. Vanwege het recidiverende karakter van zijn agressieve en ontregelde gedrag, de hardnekkige en tot nu toe lastig te behandelen psychopathologie en de hoge kans op herhaling van agressie en geweld, acht de reclassering TBS met voorwaarden niet perse passend. Verdachte heeft zeer langdurige behandeling nodig in een zeer strikt en gestructureerd kader waarbij sprake is van een zeer stapsgewijze terugkeer naar de maatschappij. De kans dat verdachte in het kader van een TBS met voorwaarden uiteindelijk de voorwaarden niet meer zal kunnen naleven (vanuit zijn psychopathologie) is groot en als dat zover is, is er mogelijk weer sprake van slachtoffers. Alhoewel de reclassering dus sterke twijfels heeft aangaande de haalbaarheid van een TBS met voorwaarden, is zij toch bereid verdachte enig voordeel van de twijfel te geven. Verdachte heeft een beperkte behandelgeschiedenis en de reclassering acht het mogelijk dat een langdurige klinische opname in combinatie met het eerder genoemde lik op stuk beleid, een positieve invloed heeft op de responsiviteit. Verdachte is gemotiveerd voor behandeling na detentie in het kader van een TBS met voorwaarden. Hij is zich bewust van de consequenties bij het niet naleven van voorwaarden en afspraken. Verdachte is van mening dat het voorgestelde TBS kader, met bij het niet naleven van de voorwaarden de consequentie van een TBS met dwangverpleging, de stok achter de deur is die hij nodig heeft om zijn leven op orde te krijgen en delictgedrag achter zich te laten. Ter zitting heeft getuige-deskundige Liekens-Willems daar aan toegevoegd dat verdachte op zitting – door ook feit 2 te bekennen – weer wat meer verantwoordelijkheid voor zijn gedrag heeft genomen. Er is maximale controle nodig tijdens de behandeling en begeleiding. Zij heeft haar twijfels aangaande het kader van TBS met voorwaarden weergegeven in haar rapportage en die twijfels heeft zij nog altijd. Maar na ampele overwegingen heeft verdachtes beperkte behandelgeschiedenis voor haar toch de doorslag gegeven. Verdachte is in het verleden behandeld in de Piet Roorda kliniek. Dat is met name een verslavingskliniek, terwijl verdachte daarnaast nog veel meer problematiek en problemen heeft die behandeling behoeven, maar die in het verleden nooit behandeld zijn. Daarnaast is het zo dat een TBS met voorwaarden een heel strak en zwaar kader is. Verdachte heeft daarbij de regie niet meer in handen. Het risico op onttrekken aan de voorwaarden is aanwezig, maar het vooruitzicht van een mogelijke omzetting van de maatregel naar een TBS met dwangverpleging is voor hem een goede stok achter de deur. Verdachte heeft laten zien dat de opgelegde detentiestraffen geen indruk op hem maken. Er is hem in het verleden maar één keer eerder een goed behandelaanbod gedaan, waardoor het te kort door de bocht is om nu te zeggen dat er geen andere behandelmogelijkheden zijn. De kans dat verdachte zich conformeert aan behandeling en begeleiding en de responsiviteit van verdachte zijn veel groter bij een TBS met voorwaarden dan bij een TBS met dwangverpleging. Bij een TBS met voorwaarden wordt hem perspectief en hoop voor de toekomst geboden. De verwachting is dat hij dan ook echt met de behandeling aan de slag gaat. Bij een TBS met voorwaarden is er door het strakke kader geen ruimte voor verdachte om, zonder consequenties, achter over te leunen en niet mee te werken met een behandeling. De reclassering adviseert om de dadelijke uitvoerbaarheid van de TBS-maatregel te gelasten. De rechtbank neemt de conclusies van de psychiaters, de psycholoog en de reclassering over, evenals het advies van de psycholoog om verdachte feit 1 in verminderde mate toe te rekenen. Het advies van de psycholoog wat betreft de mate van toerekeningsvatbaarheid is goed gemotiveerd en begrijpelijk. Gelet op het feit dat verdachte ter terechtzitting de feiten 2 en 3 alsnog heeft bekend en tijdens het plegen van die feiten de vastgestelde persoonlijkheidsstoornis en de stoornis in het gebruik van middelen ook aanwezig waren, is de rechtbank van oordeel dat die stoornissen ook hebben doorgewerkt, zodat ook deze feiten verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend. TBS met dwang of voorwaarden? De rechtbank is van oordeel dat de terbeschikkingstelling van verdachte dient te worden gelast, nu bij verdachte ten tijde van het begaan van de strafbare feiten een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens bestond, de door verdachte begane feiten misdrijven zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld en de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van deze maatregel eist. De vraag waar de rechtbank zich voor gesteld ziet, is of aan deze maatregel voorwaarden moeten worden verbonden of dat verdachte van overheidswege moet worden verpleegd, zoals gevorderd door de officier van justitie. De rechtbank stelt voorop dat een TBS met voorwaarden alleen aan de orde is bij personen die niet te gevaarlijk zijn, een niet te ernstig misdrijf hebben begaan en een betrouwbare bereidheid tot medewerking tonen. Hoewel er vraagtekens gezet zijn bij de daadwerkelijke intrinsieke bereidheid van verdachte om mee te werken is de rechtbank van oordeel dat op dit moment een TBS met voorwaarden voor verdachte de meest aangewezen behandelcontext vormt. De rechtbank acht het met de deskundigen noodzakelijk dat verdachte langdurig klinisch wordt opgenomen en dat vervolgens doorstroming vanuit een klinische setting plaatsvindt naar een beschermd wonen plek met ambulante behandeling en toezicht. TBS met verpleging van overheidswege acht de rechtbank op dit moment een te vergaande maatregel, met name gelet op de beperkte behandelgeschiedenis van verdachte. De rechtbank sluit zich in dat opzicht aan bij met name de overwegingen van de getuige-deskundige Liekens-Willems daaromtrent, mede gelet op het feit dat TBS met voorwaarden een zeer strak en gestructureerd kader is en het feit dat omzetting van de maatregel in een TBS met dwangverpleging, bij het niet naleven van de voorwaarden, als stok achter de deur dient voor verdachte. Tot slot is van belang dat de door de reclassering geformuleerde voorwaarden, indien verdachte zich daaraan conformeert, volstaan om het recidivegevaar dat van verdachte uitgaat voldoende te beperken en zodoende de maatschappij voldoende te beschermen. Verdachte heeft ter zitting blijk gegeven van (enig) probleembesef en -inzicht en hij heeft zich bereid verklaard medewerking te verlenen aan de voorgestelde behandeling en de voorwaarden zoals die door de reclassering zijn geadviseerd. Dat in combinatie met het feit dat ook de psychiaters en de psycholoog hebben geadviseerd tot oplegging van een TBS met voorwaarden, maakt dat de rechtbank daartoe zal overgaan. De rechtbank zal gelasten dat verdachte ter beschikking wordt gesteld onder de voorwaarden zoals hierna te noemen en zoals door de reclassering is geadviseerd. De rechtbank stelt vast dat de bewezenverklaarde feiten 1 eerste cumulatief/alternatief en tweede cumulatief/alternatief subsidiair en 2 tweede cumulatief/alternatief misdrijven betreffen die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meerdere personen, zodat, met het oog op artikel 38e Sr, de totale duur van de terbeschikkingstelling niet beperkt is tot de duur van vier jaren. Dadelijke uitvoerbaarheid Gelet op al hetgeen hiervoor reeds is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meerdere personen. De rechtbank zal derhalve bevelen dat de TBS met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is. 8De schade van benadeelden 8.1 De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 2) [slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 2.089,01, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten: - vervanging (2e hands) fiets € 50,--; - vervangende huissleutel € 51,05; - vervangende milieupas € 10,--; - vervangingskosten paspoort € 73,20; - vervangingskosten OV-chipkaart € 11,--; - reiskosten € 83,77; - kosten kleding € 59,
- Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 1.750,-- gevorderd. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht de immateriële schade te matigen, omdat uit de toelichting bij de vordering naar voren komt dat de geleden immateriële schade ook ten dele is veroorzaakt door het eerdere feit waarvan aangeefstere slachtoffer is geworden. Dat gedeelte van de schade is aldus geen schade die door dit feit is veroorzaakt. De verdediging verzoekt die kostenpost te matigen en stelt als billijk te achten bedrag een bedrag van € 1.000,-- voor. De verdediging heeft geen opmerkingen over de aangevoerde materiële schadeposten. Het oordeel van de rechtbank Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit 2 tweede cumulatief/alternatief rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten zijn onvoldoende betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 2.089,01, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. 8.2 De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] (feit 3) [slachtoffer 3] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 467,24, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de post ‘reparatie van auto’. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft geen verweer gevoerd tegen deze vordering. Het oordeel van de rechtbank Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit 3 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is niet voldoende betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 467,24, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. 8.3 De schadevergoedingsmaatregel De benadeelde partijen hebben verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten 2 tweede cumulatief/alternatief ( [slachtoffer 2] ) en 3 ( [slachtoffer 3] ) is toegebracht. 9De vorderingen tenuitvoerlegging De officier van justitie heeft gevorderd de vorderingen tot tenuitvoerlegging onder de parketnummers 08/250421-19 (gevangenisstraf voor de duur van één week) en 13/654003-18 (gevangenisstraf voor de duur van vier maanden) toe te wijzen. De raadsvrouw heeft om afwijzing van de vorderingen verzocht gelet op de straf die in deze zaak mogelijk opgelegd gaat worden en waarbij mogelijk eveneens een maatregel zal worden opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat de vorderingen van de officier van justitie moeten worden toegewezen. Het is gebleken dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan het plegen van nieuwe strafbare feiten heeft schuldig gemaakt. 10De toegepaste wettelijke voorschriften De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 37a, 38, 38a, 55 en 57 Sr. 11De beslissing De rechtbank: bewezenverklaring - verklaart niet bewezen dat verdachte het onder feit 1 in de tweede plaats cumulatief/alternatief primair en feit 2 eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij; - verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven; - verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij; strafbaarheid feit - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar; - verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert: Feit 1 de eendaadse samenloop van de misdrijven: poging tot afpersing en poging tot zware mishandeling; Feit 2 tweede cumulatief/alternatief het misdrijf: diefstal, voorafgegaan van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken; Feit 3 het misdrijf: diefstal, terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak; strafbaarheid verdachte - verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde; straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden; - bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht; TBS-maatregel - gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en stelt daarbij de volgende voorwaarden: Algemene voorwaarden de terbeschikkinggestelde pleegt geen strafbare feiten; de terbeschikkinggestelde geeft toestemming aan de reclassering tot het opvragen en uitwisselen van informatie aan alle instellingen die zij relevant achten en die van belang zijn voor een goede behandeling c.q. begeleiding in het kader. Tevens verleent hij zijn medewerking aan het maken van een digitale foto ten behoeve van zijn dossier en verleent hij ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking aan het nemen van een of meer vingerafdrukken, of biedt ter inzage een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht aan; de terbeschikkinggestelde geeft toestemming aan de reclassering en aan zijn begeleiders, dat in geval van ongeoorloofde afwezigheid of calamiteiten en het niet nakomen van bovengenoemde voorwaarden, deze informatie aan alle betrokken partijen gemeld wordt; tijdens de gehele TBS maatregel is het voor de terbeschikkinggestelde niet toegestaan om zich buiten het Europese deel van het Koningrijk der Nederlanden te begeven; Bijzondere voorwaarden de terbeschikkinggestelde houdt zich aan de voorschriften en aanwijzingen die zijn en worden gegeven door de aangewezen reclasseringsorganisatie en moet zich zo frequent melden als de reclassering dat nodig acht. Daarnaast werkt de terbeschikkinggestelde mee aan huisbezoeken door de reclassering; de terbeschikkinggestelde verblijft in FPK Transfore of soortgelijke instelling en zal zich houden aan de daar geldende huis- en leefregels c.q. voorwaarden die daar aan hem gesteld worden en stelt zich hierin begeleidbaar op en conformeert zich aan de geboden behandeling, ook als dit inhoudt inname van voorgeschreven medicatie; de terbeschikkinggestelde werkt mee aan het, indien nodig geacht, elektronisch toezicht met het doel zijn verlofbewegingen te monitoren; de terbeschikkinggestelde werkt, indien geïndiceerd, mee aan een plaatsing in een vervolgsetting, zoals een beschermd/begeleid wonen en zal zich aldaar houden aan de geldende huis- en leefregels c.q. voorwaarden die aan hem gesteld worden; de terbeschikkinggestelde conformeert zich aan een ambulante (vervolg)behandeling bij een forensische polikliniek of een soortgelijke instelling, na het afronden van klinische opname, ook als dit inhoudt inname van voorgeschreven medicatie; de terbeschikkinggestelde zal niet van verblijfplaats veranderen dan na overleg met zijn behandelaren en de reclassering; de terbeschikkinggestelde zal niet zonder toestemming van zijn begeleiders en/of de reclassering zijn werkuren bij het dagbestedingtraject veranderen; de terbeschikkinggestelde zal geen omgang hebben met personen die zijn resocialisatie in gevaar (kunnen) brengen en stelt zich open op, inzake het aangaan van nieuwe relaties of bestaande relaties en heeft geen bezwaar dat deze op ‘gepaste en discrete’ wijze door de reclassering worden gescreend; de terbeschikkinggestelde zal zich onthouden van alcohol- en drugsgebruik en zich niet onttrekken aan controles hierop; de terbeschikkinggestelde geeft inzicht in zijn financiën als daarom verzocht wordt en accepteert hiervoor begeleiding; de terbeschikkinggestelde zorgt ervoor dat hij altijd bereikbaar is voor zijn begeleiders en behandelaren; de terbeschikkinggestelde werkt, in het geval van een door de reclassering en behandelaren geïndiceerde crisissituatie, mee aan een tijdelijke terugplaatsing in de gesloten unit van de FPA of een soortgelijke instelling; de terbeschikkinggestelde werkt mee aan een Ambulant Forensisch Psychiatrisch Toezicht (FPT) bij een nader te indiceren klinische behandelsetting, ook als dit betekent een time-out opname van maximaal tweemaal een periode van zeven weken. Daarnaast worden er binnen het FPT afspraken gemaakt (na een klinisch traject) inzake onder andere tijdelijke crisisopvang; - draagt GGZ Reclassering Fivoor op de ter beschikking gestelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van de voorwaarden; dadelijke uitvoerbaarheid - beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is; schadevergoeding - veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 2): van een bedrag van € 2.089,01 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 maart 2020); - veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering; - legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit 2 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.089,01, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 maart 2020 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 30 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet; - bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen; - veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] (feit 3): van een bedrag van € 467,24 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 september 2019); - veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering; - legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit 3 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 467,24, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 september 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 9 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet; - bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen; tenuitvoerlegging voorwaardelijke straffen - gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel van 9 januari 2020 met parketnummer 08/250421-19 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 1 (een) week; - gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de meervoudige strafkamer in de rechtbank Amsterdam van 5 juli 2018 met parketnummer 13/654003-18 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden. Dit vonnis is gewezen door mr. E. Venekatte, voorzitter, mr. S.K. Huisman en mr. M.W. Eshuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 29 maart
- Buiten staat Mr. S.K. Huisman is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage bewijsmiddelen Leeswijzer Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met nummer Eend20/Ekster20 (ON2R020027 / ON2R020028). Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Feit 1
- Het proces-verbaal van de terechtzitting van 7 december 2020, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte: Met betrekking tot het eerste ten laste gelegde feit kan ik verklaren dat het klopt dat ik heb gedreigd met een groot keukenmes, afkomstig uit de messencollectie van mijn vriendin Ik zei “geef me je geld" en ik had het mes in mijn hand. Ik ben vervolgens weggerend en ik heb het mes tijdens de vlucht weggegooid. Het was mijn intentie om [slachtoffer 1] te beroven en te laten schrikken. Ik stond aan de bestuurderskant. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , pagina’s 20 tot en met 22, inclusief de bijlage op pagina 25, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever:Op zondag 8 maart 2020 hebben we elkaar getroffen. Hierop zijn we naar de Beneluxlaan in Enschede gereden. Ik parkeerde mijn auto en hij liep naar binnen. Na ongeveer 2 à 3 minuten hoorde ik iemand hard aan komen lopen. Ik zag toen in een schim dat er iemand vlug achter mijn auto langs liep. Hierop werd meteen mijn portier open getrokken. Ik zag dat dit diezelfde man betrof als waarmee ik had afgesproken en die dus het laatste half uur bij mij was geweest. Ik zag dat hij nu zijn capuchon over zijn hoofd getrokken. Ik weet voor 100% zeker dat het gewoon dezelfde man betrof. Hij begon te schreeuwen “geef me je geld, geef me je geld”. Hierop begon hij op mij te grijpen. Vervolgens wilde ik het portier dichttrekken en duwde hem daarom aan de kant. Op dat moment zag ik dat hij een groot koksmes in zijn rechterhand had. Ik herkende meteen dat het een koksmes was, aangezien ik zelf als kok in de keuken heb gewerkt. Het lemmet van het mes was zeker 20 à 25 centimeter lang. Ik zag dat hij het mes bovenhands vasthield. Vervolgens zag ik dat hij steekbewegingen naar mij begon te maken. Hij maakte continu steekbewegingen in mijn richting. Door zijn handelen wist ik zeker dat hij mij echt probeerde te steken. Hierop heb ik mij zo goed en kwaad als het kon verdedigd en heb hem geprobeerd weg te duwen. Hierop ben ik meteen weggereden. Tijdens het rijden, merkte ik dat er bloed op mijn broek lekte. Vervolgens zag ik dat ik meerdere steekverwondingen aan mijn hand had. En toen ik mijn vest omhoog deed, zag ik tot mijn schrik dat ik een behoorlijke steekwond op mijn onderarm had. In het ziekenhuis is de wond op mijn linker onderarm gehecht. Er zitten vijf hechtingen in. De overige verwondingen op mijn hand hoefden niet gehecht te worden. Tevens had ik nog een kras op mijn buik. Deze verwonding is ook veroorzaakt door het mes. Ik weet zeker dat de persoon waarmee ik heb afgesproken en die dus bij mij is de auto heeft gezeten, dezelfde persoon is als die op de profielfoto staat.
- Het proces-verbaal forensisch onderzoek kleding slachtoffer, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , pagina’s 80 en 81, inclusief de fotomap als bijlage op de pagina 84 tot en met 91, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van die verbalisant:In de linker mouw van het grijze vest zag ik een tweetal perforaties. Ik zag een rechtlijnige beschadiging in en door het manchet van de linker mouw. Ik heb dit opgemeten en zag dat het ongeveer 1,6 centimeter lang was. Iets hoger in de mouw zag ik een perforatie in en door de mouw. In de voorzijde van het vest zag ik aan de linkerkant boven een steekzak een kleine, ronde perforatie. In het T-shirt zag ik iets uit het midden aan de linkerkant een kleine perforatie. Feit 2 Het proces-verbaal van de terechtzitting van 12 maart 2021, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in art. 359, derde lid, laatste volzin, Sv; Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , pagina’s 92 en
- Feit 3 Het proces-verbaal van de terechtzitting van 7 december 2020, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in art. 359, derde lid, laatste volzin, Sv; Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , pagina 189.