← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2021:547

RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08/770038-19 (P) Datum vonnis: 9 februari 2021 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 januari 2021. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.E.M. Doedens en van hetgeen door verdachte en de raadsvrouw mr. M.B.W.G. Beutener, advocaat te Deventer, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging van 26 januari 2021, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte, samen met anderen of alleen, grote hoeveelheden harddrugs buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, heeft gedeald en aanwezig heeft gehad, dan wel daaraan medeplichtig is geweest. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: Primair hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2017 tot en met 9 november 2017 te Deventer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met medeverdachten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad: -een grote hoeveelheid XTC, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, althans 2 tabletten MDMA en/of -een grote hoeveelheid amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of -een grote hoeveelheid heroïne, althans 8 gram heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of -een grote hoeveelheid cocaïne, althans ongeveer 15,5 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of -een grote hoeveelheid 2C-B, althans 160 tabletten 2-CB,(- 4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 2C-B zijnde (telkens) MDMA en/of amfetamine en/of heroïne en/of cocaïne en/of 2C-B (- 4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine) (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; Subsidiair [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] , althans een of meer perso(o)n(en) op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 november 2017 tot en met 09 november 2017 te Deventer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad: -een grote hoeveelheid XTC, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, althans 2 tabletten MDMA en/of -een grote hoeveelheid amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of -een grote hoeveelheid heroïne, althans 8 gram heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of -een grote hoeveelheid cocaïne, althans ongeveer 15,5 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of -een grote hoeveelheid 2C-B, althans 160 tabletten 2-CB, (- 4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 2C-B zijnde (telkens) MDMA en/of amfetamine en/of heroïne en/of cocaïne en/of 2C-B (- 4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine) (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 01 november 2017 tot en met 09 november 2017 te Deventer, opzettelijk behulpzaam is geweest door voornoemde MDMA en/of amfetamine en/of heroïne en/of cocaïne en/of 2C-B (- 4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine) af te wegen en/of te verpakken en/of gereed te maken om buiten het grondgebied van Nederland te brengen, althans gereed te maken voor verzending. 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De bewijsoverwegingen 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd voor het primair en subsidiair ten laste gelegde. Zij heeft daartoe gesteld dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat verdachte in de ten laste gelegde periode samen met anderen heeft gedeald dan wel heeft geholpen met het afwegen en inpakken van de hoeveelheden verdovende middelen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte integraal van het ten laste gelegde moet worden vrijgesproken. Zij heeft daartoe aangevoerd dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat verdachte degene is geweest die het telefoonnummer [telefoonnummer] heeft gebruikt en dat daarnaast niet uit de WhatsApp-berichten blijkt dat verdachte hand- en spandiensten heeft verricht bij de handel in verdovende middelen in de ten laste gelegde periode. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsvrouw, van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat om te komen tot een bewezenverklaring van primair en subsidiair ten laste gelegde. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het primair en subsidiair ten laste gelegde. 5De beslissing De rechtbank: - verklaart niet bewezen dat verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. C.A. Peterzon, voorzitter, mr. A. van Holten en mr. J. Faber, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. de Bruin, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2021.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.