RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zwolle zaaknummer / rolnummer : C/08/258187 / KG ZA 20-277 Vonnis in kort geding van 28 januari 2021 in de zaak van besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] , gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , eisende partij in de hoofdzaak, verwerende zaak in het incident, hierna te noemen [eiseres] , advocaat: mr. E. Eshuis te Groningen, tegen besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PREZERO NEDERLAND NOORD B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle, gedaagde partij in de hoofdzaak, eisende partij in het incident, hierna te noemen PreZero, advocaat: mrs. I.S. Oosterhoff en G.H.A. Ruggeri-Laderchi te Amsterdam. 1De procedure 1.1. [eiseres] is deze procedure begonnen met haar dagvaarding van 23 december 2020 met zestien bijlagen (producties). PreZero heeft met haar brief van 6 januari 2021 op voorhand laten weten dat naar haar mening de voorzieningenrechter in deze rechtbank niet bevoegd is de vordering van [eiseres] te beoordelen en te beslissen. Zij heeft aangekondigd tijdens de mondelinge behandeling voor incident, houdende de exceptie van onbevoegdheid, te concluderen. 1.2. [eiseres] heeft daarna nog aanvullende producties 17 tot en met 19 in het geding gebracht. Ook PreZero heeft zestien producties overgelegd. Tot slot heeft [eiseres] op het aangekondigde incident gereageerd met een conclusie van antwoord in incident. 1.3. De zaak is mondeling behandeld op 12 januari 2021 via een videobelverbinding, zowel in incident als in de hoofdzaak. Partijen hebben hun pleitnotities voorafgaand aan de mondelinge behandeling aan de rechtbank toegezonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat verder nog is besproken. 1.4. Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter bepaald dat hij voldoende is geïnformeerd om een beslissing te nemen in deze zaak. Die beslissing wordt vandaag opgenomen en toegelicht in dit vonnis. 2De beslissing samengevat 2.1. De voorzieningenrechter is van oordeel dat hij bevoegd is om het geschil te beoordelen en te beslissen. Hij wijst het beroep van PreZero op de exceptie van onbevoegdheid af en compenseert de proceskosten tussen partijen. 2.2. [eiseres] heeft geen recht op nakoming van de verplichtingen van de ingeroepen voorlopige concepttekst van de overeenkomst door PreZero. [eiseres] kan geen nakoming verlangen van de in het geding zijnde zakendeal, omdat deze op 3 april 2020 nog niet afgerond was en bovendien wegens nadien gebleken feiten en omstandigheden die nader boekenonderzoek door PreZero rechtvaardigden. De voorzieningenrechter wijst daarom de vordering in de hoofdzaak af en veroordeelt [eiseres] in de kosten van deze procedure. 2.3. Hierna volgt een verdere toelichting. 3 3. De feiten 3.1. [eiseres] is enig aandeelhouder van de aandelen in [X 1] B.V. (hierna: de Vennootschap), gevestigd in [vestigingsplaats] . In 2019 heeft [eiseres] besloten tot verkoop van haar aandelen in de Vennootschap. Zij heeft aan Rembrandt Fusies en Overnames opdracht gegeven haar te begeleiden bij de voorgenomen verkoop. [eiseres] is in onderhandeling getreden met PreZero en op enig moment werden zij exclusieve onderhandelingspartners. 3.2. Op 11 november 2019 hebben partijen een Letter of Intent (hierna: LOI) gesloten. Partijen, of in ieder geval PreZero – toen nog in oprichting –, wilden in vrijheid kunnen onderhandelen zonder al in een vroeg stadium onbedoeld aan een overeenkomst gebonden te raken. Daarom is in artikel 2 van de LOI het volgende bepaald: ‘Except for the provisions of this clause 2 and clauses 13 through 17 which are legally binding on the Parties, the terms below are not intended to and shall not be deemed to in any way constitute an agreement, an offer to enter into an agreement, or a pre-agreement, nor to be binding upon any of the Parties, nor to create any legal obligations or rights in any Party with respect to any of the matters set forth herein. No break-fee or other compensation shall be due by the Party who ends the negotiations’. 3.3. In het kader van de bedrijfsovername heeft PreZero een due diligence-onderzoek verricht. Na de (aanvankelijke) afronding daarvan, heeft PreZero op 20 februari 2020 een ‘binding offer’ uitgebracht op de aandelen in de Vennootschap. In het acht pagina’s tellende document taxeert PreZero de waarde van de aandelen in de Vennootschap op een bedrag van € 4.833.600,00 en zet zij een aantal voorwaarden uiteen waaronder een aandelentransactie kan plaatsvinden, als voorwerp van nadere besprekingen. PreZero sluit de ‘binding offer’ af (randnummer 9) met de opmerking: ‘Please note that a legally binding obligation to execute the Transaction will only take effect with the formal conclusion of a definitive agreement on the Transaction and until the conclusion of such definitive agreement, either party is free to end at any time the negotiations on the Transaction without any obligations arising from this. In particular, this letter does not represent any right to conclude such a contract or, in the event of non-conclusion of a contract, a claim under a pre-contractual obligation, neither for you, nor any other party involved in the Transaction or interested third parties’. PreZero heeft met de binding offer de ontwerptekst van de Share Sale and Purchase Agreement (hierna: SPA) aan [eiseres] toegezonden. 3.4. Op 3 april 2020 hebben vertegenwoordigers [eiseres] en PreZero een telefoongesprek gevoerd, waarbij de uitkomst was dat (in hoofdlijnen) over de enigszins gewijzigde SPA overeenstemming was bereikt. 3.5. Naderhand, op 8 april 2020, heeft [eiseres] een dertigtal documenten met PreZero gedeeld in de Virtual Dataroom, die krachtens de LOI voor PreZero was opengesteld in het belang van het due diligence-onderzoek. Een deel van die dertig documenten heeft betrekking op een schadegeval in Vietnam en een onderzoek door de Duitse fiscus naar de fiscale verwerking van Duitse transacties. Deze kwesties hadden mogelijke gevolgen voor de overname van de aandelen, omdat zij tot schade voor de Vennootschap zouden kunnen leiden. Namens PreZero heeft [A] daar per e-mailbericht van 21 april 2020 over opgemerkt dat ‘With reference to the newly added documents uploaded in the VDR before Easter we have raised additional questions (…) and need to update our due diligence. Finalization of the due diligence is a prerequisite for signing / closing. Thus we believe that a completion of the transaction as previously envisaged on 30th of April is not feasible and we suggest a postponement’. 3.5.1. Per e-mail van 8 mei 2020 heeft [A] verzocht om een nadere toelichting op de ‘Vietnam-kwestie’. [eiseres] heeft op 13 mei 2020 een toelichting verstrekt door plaatsing van een document in de Virtual Dataroom. Daarop heeft PreZero per e-mailbericht (van [A] ) van 15 mei 2020 aan [eiseres] laten weten: ‘Thank you for the call we had on Wednesday and the additional information on the Vietnam case. We have evaluated the memorandum and confirm that we have no further questions regarding the issue and indemnification in the SPA will solve the issue from our side’. 3.5.2. [eiseres] heeft [B] belastingadviseurs in [plaats] en [C] (Duitse fiscalist) gevraagd om de gevolgen van de fiscale verwerking van Duitse transacties nader te onderzoeken en toe te lichten. [B] heeft drie informatiememo’s opgesteld (twee op 27 mei 2020 en één op 11 september 2020). [eiseres] heeft die memo’s met PreZero gedeeld. 3.6. Op 22 september 2020 heeft een telefonisch overleg plaatsgevonden. PreZero heeft bij die gelegenheid meegedeeld dat zij van de aandelenoverdracht afziet. Per brief van 24 september 2020 heeft PreZero die mededeling schriftelijk bevestigd. PreZero schrijft: ‘As explained in our conference call on 22 September 2020 we have no intentions to further pursue Project VINYL. This decision was made by GreenCycle very recently after having concluded an agreement with a competitor and a limitation of internal capacities to further develop Project VINYL after a potential closing’. 4 4. Het geschil In de hoofdzaak. 4.1. [eiseres] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, PreZero zal veroordelen om binnen 48 uur na betekening van het vonnis dat de voorzieningen-rechter in deze zaak wijst, over te gaan tot nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst door middel van ondertekening van de Transactiedocumentatie, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50.000,00 voor iedere dag, een dagdeel daaronder begrepen, dat PreZero daarmee in gebreke blijft. Daarbij vordert [eiseres] dat PreZero in de kosten van deze procedure wordt veroordeeld, een bedrag aan nakosten daaronder begrepen. 4.2. PreZero voert verweer. In het incident. 4.3. PreZero wil dat de voorzieningenrechter zich onbevoegd verklaart om van het geschil in de hoofdzaak kennis te nemen. Partijen zijn volgens PreZero geschilbeslechting middels arbitrage overeengekomen. Als de voorzieningenrechter zich toch bevoegd acht, wil PreZero dat de voorzieningenrechter tussentijds hoger beroep openstelt. 4.4. [eiseres] bestrijdt dat de voorzieningenrechter onbevoegd is. 5De beoordeling In het incident, houdende exceptie van onbevoegdheid. 5.1. PreZero werpt voor alle weren een bevoegdheidsincident op. Volgens PreZero heeft de voorzieningenrechter geen rechtsmacht, omdat partijen met elkaar zijn overeengekomen dat eventuele geschillen door middel van arbitrage aan de International Chamber of Commerce (ICC) zullen worden beslecht. Het is bij de ICC mogelijk om een arbitraal kort geding te starten. PreZero verwijst daarvoor naar de regels rondom de Emergency Arbitrator. 5.2. PreZero acht zich niet gehouden tot nakoming van de SPA jegens [eiseres] . Omdat [eiseres] PreZero wel aan de SPA gebonden acht, moet naar het oordeel van de voorzieningenrechter ervan worden uitgegaan dat [eiseres] PreZero ook houdt aan het arbitragebeding (artikel 17.2 van de SPA), dat luidt: ‘Disputes shall be finally settled under the Rules of Arbitration of the International Chamber of Commerce (ICC) by three arbitrators appointed in accordance with said rules and without recourse to the ordinary courts of law. The two arbitrators appointed by the Parties shall agree on a third arbitrator to act as president within 30 days of the confirmation of their appointment by the ICC. The place of arbitration shall be Groningen, the Netherlands. The language of the arbitration shall be English’. 5.3. Als een overeenkomst van arbitrage is gesloten, gaat de wet uit van de onbevoegdheid van de overheidsrechter, zodat het primaat voor geschilbeslechting bij het scheidsgerecht ligt. Het is hierdoor slechts mogelijk een beroep te doen op de voorzieningenrechter in de rechtbank, indien de gevraagde beslissing niet of niet tijdig in arbitrage kan worden verkregen. Dat ligt besloten in het samenstel van de artikelen 1022 tot en met 1022c Rv. De overheidsrechter in kort geding dient met andere woorden als ‘vangnet’. 5.4. In het arbitraal beding in de SPA wordt verwezen naar de Rules of Arbitration (het arbitragereglement). Krachtens lid 6 van artikel 1020 Rv wordt dit arbitragereglement geacht deel uit te maken van het arbitraal beding. De Rules of Arbitration vormt, anders dan PreZero beweert, geen recht in de zin van artikel 79 Wet RO. De voorzieningenrechter heeft daar geen ambtshalve kennis van. De volgens partijen relevante bepalingen zijn geciteerd in hun processtukken. De voorzieningenrechter zal dan ook recht doen op die geciteerde bepalingen. Daarvan uitgaande staat vast dat de ICC een arbitraal kort geding kent in de vorm van een Emergency Arbitrator (artikel 29 Rules of Arbitration). 5.5. Volgens PreZero geeft de Emergency Arbitrator een ‘order’, die op grond van artikel 1043b Rv wordt gelijkgesteld met een arbitraal vonnis. Omdat uit onderzoek blijkt dat de ICC snel tot dergelijke orders komt, voldoet het arbitraal beding aan de regel uit artikel 1022c Rv dat de gevraagde beslissing tijdig in arbitrage kan worden verkregen, zo beweert PreZero. Daar staat echter tegenover dat een order van een Emergency Arbitrator niet zonder verlof van de voorzieningenrechter in de rechtbank ten uitvoer kan worden gelegd. [eiseres] heeft zonder meer belang bij tenuitvoerlegging van de voorlopige voorziening, omdat zij niet alleen nakoming van de overeenkomst eist, maar die (veroordeling tot) nakoming versterkt wenst met een dwangsom. Dat betekent dat een dergelijke order, hoewel bindend tussen partijen, niet door [eiseres] ten uitvoer kan worden gelegd: er is immers een afzonderlijke exequaturprocedure vereist. Ook heeft [eiseres] op het probleem gewezen dat de SPA niet door partijen is ondertekend, hetgeen mogelijkerwijze een spelbreker is volgens de Rules of Arbitration. Het standpunt van [eiseres] dat de voorzieningenrechter rechtsmacht toekomt, komt de voorzieningenrechter dan ook juist voor. Gelet daarop, en gelet op het gedeelde partijbelang bij een inhoudelijke beoordeling van hun geschil, wordt het beroep op de exceptie van onbevoegdheid verworpen. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor een veroordeling van PreZero in de kosten van het incident en zal de kosten tussen partijen compenseren. 5.6. De voorzieningenrechter wijst vandaag tevens vonnis in de hoofdzaak. Die omstandigheid brengt mee dat PreZero geen belang heeft bij het openstellen van tussentijds hoger beroep tegen deze beslissing in incident. In de hoofdzaak. 5.7. In kort geding is de vraag aan de orde of PreZero gehouden is tot nakoming van de overeenkomst door de Transactiedocumentatie te ondertekenen. Voor de beantwoording van die vraag is beslissend:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.