← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2021:939

RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer : 8957719 \ EJ VERZ 21-3 Beschikking van de kantonrechter van 4 maart 2021 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verzoekster] , gevestigd te [vestigingsplaats] , verzoekende partij, hierna te noemen [verzoekster] , gemachtigde: mr. A. Bekius, tegen [verweerder] , wonende te [woonplaats] , verwerende partij, hierna te noemen [verweerder] , gemachtigde: mr. Bonestroo – van Zon. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift van [verzoekster] met daarbij producties 1 tot en met 4 - het verweerschrift van [verweerder] met daarbij producties 1 tot en met
  2. 1.
  3. Op 4 februari 2021 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden door middel van een Skype-vergadering. Bij die vergadering waren beide partijen, vergezeld van hun gemachtigden, aanwezig. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. 1.
  4. Hierna is beschikking bepaald. 2Het verzoek en verweer 2.
  5. [verzoekster] verzoekt [verweerder] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 13.230,00 bruto, vermeerderd met wettelijke rente, met veroordeling van [verweerder] in de proceskosten. 2.
  6. [verweerder] verweert zich en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. 2.
  7. Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 3De beoordeling 3.
  8. [verzoekster] heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat [verweerder] haar door opzet of schuld een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst die [verweerder] met haar heeft onverwijld op te zeggen en dat [verweerder] daarom conform artikel 7:677 lid 2 jo lid 3 a BW een schadevergoeding aan haar is verschuldigd. 3.
  9. Bij beschikking van heden (zaaknummer 8929240 \ EJ VERZ 20-438) is geoordeeld dat geen sprake is van een dringende reden die het ontslag op staande voet van [verweerder] rechtvaardigt. Dit betekent dat [verzoekster] geen recht heeft op een schadevergoeding uit hoofde van 7:677 lid 2 BW. Het verzoek van [verzoekster] dient te worden afgewezen. 3.
  10. De proceskosten komen voor rekening van [verzoekster] , omdat zij ongelijk krijgt. De kosten aan de zijde van [verweerder] worden mede gelet op de samenhang met het gelijktijdig behandelde voormelde andere verzoekschrift tot op heden begroot op een bedrag van € 498,00 aan salaris gemachtigde. 4De beslissing De kantonrechter: 4.
  11. wijst het verzoek af; 4.
  12. veroordeelt [verzoekster] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [verweerder] tot op heden begroot op een bedrag van € 498,00; 4.
  13. verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Koene, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2021.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.