RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Zittingsplaats Almelo Klaagschriftnummer: RK 21/18252 Beschikking van de enkelvoudige economische raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [klager] , geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] , domicilie kiezende aan het kantooradres van zijn raadsvrouw mr. M.E. Kikkert, kantoorhoudende aan de Brinkstraat 1 te (7512 EB) Enschede, verder te noemen: klager. 1Het verloop van de procedure Het klaagschrift dateert van 25 november 2021 en is op diezelfde datum op de griffie van de rechtbank ontvangen. Het is ingediend namens klager door zijn raadsvrouw. Het klaagschrift betreft een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag op een mobiele kraanwagen en een paardentrailer, met kenteken [kenteken] . Klager stelt in zijn klaagschrift eigenaar te zijn van de voorwerpen. Het klaagschrift strekt tot teruggave van deze voorwerpen. Het klaagschrift is behandeld op de openbare zitting van de economische raadkamer van 5 januari 2022. Bij de behandeling zijn de officier van justitie mr. C.P. Dronkers, klager en de raadsvrouw gehoord. Als belanghebbenden zijn opgeroepen [naam 2] en [naam 1] , maar zij zijn niet ter zitting verschenen. De economische raadkamer heeft kennis genomen van: het voormelde klaagschrift op grond van artikel 552a Sv met bijlagen; een schriftelijke conclusie van de officier van justitie met betrekking tot de omstandigheden waaronder het beslag heeft plaatsgevonden en het standpunt van het Openbaar Ministerie met betrekking tot het al dan niet handhaven van het beslag, evenals de relevante stukken uit het dossier waarin het beslag is gelegd; de door de officier van justitie, de klager en de raadsvrouw gegeven toelichting in raadkamer. 2De standpunten Standpunt klager Het standpunt van klager is dat het klaagschrift gegrond moet worden verklaard, dat het beslag moet worden opgeheven en dat de in beslag genomen mobiele kraanwagen en paardentrailer aan hem moeten worden teruggeven. In raadkamer heeft klager de kanttekening gemaakt dat hij – anders dan in zijn klaagschrift staat vermeld – de paardentrailer heeft geleend van zijn nicht [naam 1] en dat zij de eigenaar is van die paardentrailer. Klager is van mening dat hij ontvankelijk is in zijn klaagschrift voor zover dit betrekking heeft op de mobiele kraan. Klager is het niet eens met het voornemen van het Openbaar Ministerie tot onttrekking aan het verkeer van de mobiele kraanwagen, omdat hem geen strafbaar feit wordt verweten. Dit is volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad echter wel vereist. In de visie van klager heeft hij niet in strijd gehandeld met artikel 10.15 van de Telecommunicatiewet, omdat het in verpakte toestand aanwezig hebben van een bouwkraan niet strafbaar is. De intentie van het gebruik kan niet worden vastgesteld. Het had op de weg van het Agentschap Telecom gelegen om te onderbouwen dat de mobiele kraan niet in een verpakte toestand verkeerde. Standpunt officier van justitie De officier van justitie stelt zich primair op het standpunt dat het klaagschrift in zijn geheel niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat niet kan worden vastgesteld dat klager de rechtmatige eigenaar is van de mobiele kraan en de paardentrailer. Subsidiair stelt de officier van justitie zich op het standpunt - overeenkomstig de schriftelijk genomen conclusie die als bijlage bij deze beschikking is gevoegd - dat het klaagschrift ongegrond moet worden verklaard. 3De bevoegdheid van de rechtbank De rechtbank Overijssel is bevoegd van het klaagschrift kennis te nemen. 4De ontvankelijkheid De economische raadkamer stelt vast dat een ander dan klager de rechthebbende is van de in beslag genomen paardentrailer, namelijk [naam 1] . Klager heeft ter zitting verklaard dat hij zijn paardentrailer van zijn nicht had geleend en dat zij de eigenaar is van deze trailer. [naam 1] heeft dit in een door haar afgelegde getuigenverklaring bevestigd. Bovendien blijkt uit de stukken in het dossier dat het kenteken van de paardentrailer, [kenteken] , op naam staat van die [naam 1] . De raadkamer is daarom van oordeel dat klager in zijn klaagschrift in zoverre niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat hij niet als belanghebbende in dit klaagschrift kan worden ontvangen. De economische raadkamer stelt vast dat klager eigenaar stelt te zijn van de in beslag genomen mobiele kraanwagen. Dit maakt – volgens vaste jurisprudentie – dat klager in zoverre in zijn klaagschrift moet worden ontvangen, omdat hij als belanghebbende moet worden aangemerkt. 5De beoordeling Op grond van de stukken en de behandeling op de zitting stelt de economische raadkamer het volgende vast. Feiten en omstandigheden Op 2 november 2021 heeft het Agentschap Telecom voorwerpen in beslag genomen, waaronder een mobiele kraanwagen en een paardentrailer met apparatuur, die in samenhang met elkaar bezien een overtreding vormen van artikel 10.15 lid 1 van de Telecommunicatiewet. Het ging – kort gezegd – om het geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig hebben van een illegale zender. Uit het proces-verbaal van het Agentschap Telecom blijkt van meerdere eerder geconstateerde overtredingen met dezelfde zendapparatuur. Maatstaf Vooropgesteld moet worden dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden. Daarvoor is in de beklagprocedure geen plaats, omdat ten tijde van een dergelijke procedure veelal het dossier zoals dat uiteindelijk aan de zittingsrechter in de hoofd- of ontnemingszaak zal worden voorgelegd, nog niet compleet is en omdat voorkomen moet worden dat de beklagrechter vooruitloopt op het in de hoofd- of de ontnemingszaak te geven oordeel. Het beperkte karakter van de beklagprocedure komt tot uitdrukking in de aan te leggen toetsingsmaatstaf. Het beklag richt zich tegen een beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv. De raadkamer dient daarom
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.