← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2022:152

vonnis RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo zaaknummer / rolnummer: C/08/270939 / HA ZA 21-373 Vonnis in incident van 19 januari 2022 in de zaak van ROBERT ADLY SHENOUDA in hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V. kantoorhoudende te Enschede, eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident, advocaat mr. A. Muradjan te Enschede, tegen

  1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde sub 1] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde, niet verschenen,
  2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde sub 2] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde, niet verschenen,
  3. [gedaagde sub 3], wonende te [vestigingsplaats] , gedaagde, eiser in het incident, advocaat mr. P. Geervliet te Amsterdam. 1De procedure 1.
  4. De volgende stukken zijn in deze procedure ingediend: de dagvaarding, de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring, de incidentele conclusie van antwoord van Shenouda q.q. 1.
  5. Het vonnis is bepaald op vandaag. 2De beoordeling In het incident 2.
  6. [gedaagde sub 3] vordert dat hem wordt toegestaan [gedaagde sub 2] B.V. en [gedaagde sub 1] B.V. in vrijwaring op te roepen. Shenouda q.q. refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. 2.
  7. De rechtbank wijst de vordering toe. De vordering voldoet aan de wet en is niet weersproken. 2.
  8. [gedaagde sub 3] wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident aan de zijde van Shenouda q.q., die worden bepaald op nihil aangezien Shenouda q.q. zich heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. In de hoofdzaak 2.
  9. De rechtbank zal de hoofdzaak verwijzen naar de rol van 2 maart 2022 voor conclusie van antwoord. Daarbij wordt opgemerkt dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] tot nu toe niet zijn verschenen in de hoofdzaak, maar dat zij op grond van artikel 142 van het Wetboek van Rechtsvordering (Rv) desgewenst alsnog in de hoofdzaak kunnen verschijnen, zolang er geen eindvonnis is gewezen. 2.
  10. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan. 3De beslissing De rechtbank in het incident 3.
  11. staat toe dat [gedaagde sub 2] B.V. en [gedaagde sub 1] B.V. door [gedaagde sub 3] worden gedagvaard tegen de terechtzitting van 2 maart 2022, 3.
  12. veroordeelt [gedaagde sub 3] in de kosten van het incident, aan de zijde van Shenouda q.q. tot op heden begroot op nihil. in de hoofdzaak 3.
  13. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 2 maart 2022 voor conclusie van antwoord, 3.
  14. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2022.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.