RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08.760213-13 Datum uitspraak: 10 januari 2022 Beslissing op de vordering van het Openbaar Ministerie tot hervatting van de verpleging van overheidswege van: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] , nu verblijvende in de PI Achterhoek te Zutphen. hierna te noemen: betrokkene. 1De aanleiding De maatregel van de terbeschikkingstelling (hierna: TBS-maatregel) met voorwaarden is bij vonnis van de rechtbank Overijssel van 21 oktober 2014 aan betrokkene opgelegd, na bewezenverklaring van de misdrijven diefstal, voorafgegaan van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, diefstal en mishandeling. De TBS-maatregel met voorwaarden is ingegaan op 14 november 2014. Op 24 maart 2015 heeft de rechtbank beslist dat betrokkene van overheidswege moest worden verpleegd. Deze beslissing is op 9 juni 2015 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigd. Bij beslissing van 10 juli 2018 is de dwangverpleging voorwaardelijk beëindigd. Vervolgens is de TBS-maatregel op 18 december 2018 verlengd met twee jaren en op 1 december 2020 met één jaar. Deze beslissing is op 8 april 2021 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden – met verbetering van gronden – bevestigd. 2De stukken De rechtbank heeft kennis genomen van de overgelegde stukken, waaronder: de processtukken die ten grondslag liggen aan de eerdere rechterlijke beslissingen over de aan betrokkene opgelegde TBS-maatregel; de onderliggende processtukken van de strafzaak tegen verdachte met parketnummer 08.228953-21; de pro Justitia-rapportage van 30 november 2021, opgemaakt door de forensisch psychiater drs. H.A. Gerritsen; de pro Justitia-rapportage van 29 november 2021, opgemaakt door GZ-psycholoog R. Steinmann; - het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 6 december 2021, opgemaakt door de reclasseringswerker I. Berkhoff. 3De procedure Het Openbaar Ministerie heeft op 14 december 2021 een vordering ingediend tot hervatting van de verpleging van overheidswege van betrokkene wegens overtreding van de aan de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging verbonden voorwaarden. Het Openbaar Ministerie heeft op die datum ook gevorderd dat de rechter-commissaris de voorlopige hervatting van de verpleging van betrokkene zal bevelen. De rechter-commissaris heeft deze vordering bij beschikking van 16 december 2021 toegewezen. De openbare terechtzitting is gehouden op 27 december 2021. De rechtbank heeft op de terechtzitting gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. A.R. Ytsma, advocaat te Haarlem; de officier van justitie mr. M.H. de Weert; drs. H.A. Gerritsen, forensisch psychiater, als deskundige; R. Steinmann, GZ-psycholoog, als deskundige; I. Berkhoff, reclasseringswerker bij Reclassering Nederland, als deskundige. De officier van justitie heeft op de terechtzitting gepersisteerd bij de inhoud van de schriftelijke vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege, omdat dit nodig is om betrokkene naar een situatie te geleiden waarbij het recidiverisico tot aanvaardbare proporties is teruggebracht. De rode draad in de adviezen van de deskundigen is dat betrokkene intensief moet worden behandeld en begeleid. De raadsman heeft namens betrokkene aangevoerd dat een toewijzing van de vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege niet bijdraagt aan een verbetering van het gedrag van betrokkene. Dit traject is al eens doorlopen en betrokkene heeft hier optimaal van geprofiteerd. Op basis van de adviezen van de forensisch psychiater en de GZ-psycholoog zal intensivering van de ambulante behandeling door een FACT-verslavingsteam en een strakker en georganiseerd resocialisatietraject meer bijdragen aan het verminderen van het recidiverisico. Als de vordering wordt afgewezen, moet betrokkene op een forensisch psychiatrische afdeling (hierna: FPA) of in een forensisch psychiatrische kliniek (hierna: FPK) worden geplaatst, gevolgd door een plaatsing in een forensisch regionale instelling beschermd wonen (hierna: F-RIBW). Subsidiair heeft de raadsman verzocht de behandeling van de vordering voor onbepaalde tijd aan te houden en de behandeling te hervatten bij de behandeling van de vordering tot verlenging van de TBS-maatregel, zodat ten behoeve van die behandeling een maatregelenrapport kan worden opgemaakt. 4De beoordeling Op 18 juli 2018 heeft de rechtbank de TBS-maatregel met verpleging van overheidswege onder voorwaarden beëindigd. De TBS-maatregel is – gelet op de verlengingen daarvan – nog niet geëindigd. De rechtbank moet op grond van het in artikel 6:6:10 lid 1 aanhef en sub d van het Wetboek van Strafvordering bepalen of, indien een gestelde voorwaarde niet is nageleefd of anderszins het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen dit eist, zij een last moet geven tot hervatting van de verpleging tot overheidswege. De rechtbank neemt bij haar overwegingen de inhoud van de pro Justitia-rapportages en het reclasseringsadvies, en de daarop door de deskundigen ter terechtzitting gegeven toelichting, mee. De conclusies en adviezen van de forensisch psychiater, GZ-psycholoog en reclassering De persoon van betrokkene Betrokkene is een gemiddeld intelligent imponerende jongeman die tijdens zijn kinder- en tienerjaren langdurig en ernstig affectief en pedagogisch is verwaarloosd. Hij heeft vanaf zijn kinderjaren in toenemende mate gedragsproblemen vertoond. Intensieve hulpverlening gedurende vele jaren heeft geen structurele verandering teweeggebracht. Tijdens zijn tienerjaren hebben een zeer strikte structuur en duidelijkheid, een positieve benadering en medicamenteuze therapie betrokkene wel geholpen. Betrokkene heeft een horecadiploma op niveau 1 (vmbo) behaald. Hij heeft tijdens die tienerjaren geen werkervaring opgedaan, had randcriminele jongeren als vrienden en vluchtige, gebruikmakende contacten met meisjes. Op 18-jarige leeftijd pleegde betrokkene de misdrijven die tot de oplegging van een TBS-maatregel hebben geleid. In die periode had hij zijn leven niet op orde. De ouderlijke gezinssituatie, het gepest zijn op de basisschool en de omgang met randcriminele jongeren tijdens zijn tienerjaren hebben een onmiskenbare invloed gehad op de persoonlijkheidsontwikkeling van betrokkene. Bovendien is hij erfelijk belast met verslavingsproblematiek. Bij betrokkene is sprake geweest van een onveilige hechting. Dit heeft geleid tot een zwakke persoonlijkheidsstructuur met als centrale kenmerken een lacunaire gewetensfunctie, een zwak zelfbeeld, gepaard gaand met een verhoogde krenkbaarheid, slecht tegen onrecht kunnen, een (zeer) sterk autonomiegevoeligheid, een zwakke identiteit, een behoefte aan thrillseeking, zwakke ik-functies en een beperkt vermogen tot relatievorming. Deze zwakke persoonlijkheidsstructuur wordt geclassificeerd als een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken. De ernst van de persoonlijkheidsstoornis lijkt ook het afgelopen jaar duidelijk te zijn afgenomen. De borderline trekken in de persoonlijkheid – in het bijzonder de verlatingsangst en het onderliggende zwakke zelfgevoel (onzekerheid) – zijn in het afgelopen halfjaar weer meer naar voren gekomen. Bij betrokkene is voorts sprake van psychopathie. Bovendien is sprake van verslavingsproblematiek die weer actueel is, met name voor wat betreft het gebruik van de softdrug cannabis en de harddrug 2C-B. De toerekenbaarheid van de (nieuwe) strafbare feiten In de pro Justitia-rapportages is geconcludeerd dat de stoornis van verdachte hebben bijgedragen aan de totstandkoming van de diefstal (met geweld) en de mishandeling van zijn ex-vriendin op 22 augustus 2021. Omdat betrokkene vanuit zijn diagnose geen ander gedrag in zijn repertoire had dan vanuit angst en stress te kiezen voor het gebruik van geweld, hebben de forensisch psychiater drs. Gerritsen en de GZ-psycholoog Steinmann geadviseerd hem de op 22 augustus 2021 gepleegde diefstal (met geweld) en de mishandeling in verminderde mate toe te rekenen. Het dealen van hennep en cocaïne in de periode van 1 februari 2021 tot en met 24 augustus 2021 kan daarentegen volledig aan verdachte worden toegerekend, omdat de bij verdachte gevonden antisociale trekken niet zo ernstig van aard zijn dat hij hierin geen andere keuzes kon maken. De rechtbank heeft – gelet op de adviezen van de deskundigen – in het vonnis van 10 januari 2021 rekening gehouden met deze mate van toerekeningsvatbaarheid van betrokkene. Het verloop van het TBS-traject sinds de laatste TBS-verlenging De rapporten beschrijven het verloop van het TBS-traject sinds de laatste TBS-verlenging als volgt. Betrokkene is vanuit een time-out in het forensisch psychiatrisch centrum (hierna: FPC) Dr. S. van Mesdag in het najaar van 2020 naar een begeleid wonen-setting van Zorg en Research in Enschede gegaan. Vanwege zijn sterke wens om in de omgeving van Zwolle een toekomst op te bouwen, heeft hij via de particuliere woningmarkt een appartement in [adres] gekregen. De zorg is vervolgens overgedragen aan het FACT-team in Zwolle. Hoewel betrokkene een sterke behoefte had aan autonomie en hij van mening was dat hij het wel op eigen kracht kon, stond hij naar zijn zeggen wel open voor ambulante begeleiding door het FACT-team. De begeleiding vanuit het FACT-team en de reclassering was gericht op het helpen opbouwen van beschermende factoren en het omgaan met risicofactoren. Betrokkene had moeite met het vinden van aansluiting in de maatschappij en het vinden van balans in zijn dag- en weekstructuur. Hij raakte soms het overzicht kwijt en ervoer moeite om zaken te ondernemen, plannen en af te maken. Ook gaf hij aan het lastig te vinden zich assertief op te stellen. Af en toe had hij last van depressieve gedachten. Betrokkene ervoer de overgang van begeleid wonen in Enschede naar zelfstandig wonen in Nieuwleusen (met ambulante behandeling en begeleiding) als een grote stap en was zoekende zijn leven in de samenleving op de rit te krijgen. Hij leek hierin vrij goed te slagen. Zo ging hij in januari 2021 via de kennissenkring van zijn vader aan het werk bij een stratenmakersbedrijf. Dit was vanwege de Wajong-uitkering van betrokkene een soort van stageplek. Zowel de werkgever als de jobcoach stonden positief tegenover de samenwerking. In de toekomst wil betrokkene graag als stratenmaker (als zzp’
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.