RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08-088941-21 (P) Datum vonnis: 27 september 2022 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1969 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 13 september
- De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.K. Kooij en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. A.D. Kloosterman, advocaat in Amsterdam, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: een automatisch vuurwapen voorhanden heeft gehad; feit 2: een vuurwapen van categorie III van de Wet wapens en munitie voorhanden heeft gehad. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: 1 Hij in of omstreeks de periode van 1 december 2019 tot en met 8 september 2020 te Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten, een machinepistool van het merk IMI, type Micro UZI, kaliber 9 x 19 mm (SIN AAOE3908NL in TON 1), zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren voorhanden heeft gehad; 2 Hij in of omstreeks de periode van 1 december 2019 tot en met 8 september 2020 te Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten, een pistool van het merk Taurus, type PT92, kaliber 9 mm kort (.380) (SIN AAOE1896NL in TON 2), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool voorhanden heeft gehad. 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De bewijsmotivering 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt vrijgesproken van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs. 4.4 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat uit de stukken van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet volgt dat is kan worden vastgesteld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem is tenlastegelegd. Nu naar het oordeel van de rechtbank voldoende wettig en overtuigend bewijs ontbreekt, zal de verdachte worden vrijgesproken van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. 5De beslissing De rechtbank: vrijspraak - verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Scheeper, voorzitter, mr. A. van Holten en mr. D.E. Schaap, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.N. Esajas, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 27 september
- Buiten staat Mr. M. Scheeper is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.