RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer: 9643480 \ CV EXPL 22-221 Vonnis van 25 oktober 2022 in de vrijwaringszaak van [eiseres] , wonende in [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , gemachtigde: mr. J.H. Brouwer tegen [gedaagde] , wonende in [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: mr. N. Brands. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 7 juni 2022; - de akte van [eiseres] ; - de antwoordakte van [gedaagde] . 1.
- Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag vonnis zal worden gewezen. 2De beoordeling 2.
- Deze vrijwaringszaak is een vervolg op de hoofdzaak in verzet met zaaknummer 9494905 \ CV EXPL 21-
- In die zaak is [eiseres] veroordeeld om een bedrag van € 4.102,05 aan de heer en mevrouw [X] te betalen vanwege Whatsappfraude. 2.
- In de vrijwaringszaak heeft [eiseres] gevorderd om [gedaagde] te veroordelen voor alles waartoe [eiseres] in de hoofdzaak is veroordeeld, met veroordeling van [gedaagde] in de proces- en nakosten. [eiseres] heeft gesteld dat zij een relatie heeft gehad met [gedaagde] . [gedaagde] heeft haar ertoe bewogen een bankrekening te openen en de inloggegevens daarvan aan [gedaagde] te verstrekken. [gedaagde] heeft het Whatsappverkeer met [X] gevoerd en heeft zich het door [X] overgemaakte bedrag toegeëigend, aldus [eiseres] . 2.
- [gedaagde] heeft betwist dat hij [eiseres] kent. Daarop is [eiseres] in het tussenvonnis van 7 juni 2022 door de kantonrechter in de gelegenheid gesteld om haar stellingen nader te onderbouwen. 2.
- [eiseres] heeft vervolgens bij akte een e-mail aan haar hulpverleenster met daarbij een proces-verbaal van politie overgelegd. Volgens [eiseres] blijkt uit het proces-verbaal dat [eiseres] ten overstaan van de politie [gedaagde] heeft benoemd als degene die haar heeft bewogen om de bankrekening te openen. 2.
- De kantonrechter is van oordeel dat [eiseres] hiermee onvoldoende heeft onderbouwd dat zij [gedaagde] kent, dat hij haar heeft bewogen om op zijn adres een bankrekening te openen en dat hij het geld dat [X] heeft overgemaakt, zich heeft toegeëigend. Daartoe overweegt de kantonrechter als volgt. 2.
- Uit het proces-verbaal blijkt dat [eiseres] is verhoord en een verklaring heeft afgelegd bij de politie naar aanleiding van de aangifte van de heer en mevrouw [X] van Whatsappfraude. [eiseres] heeft bij de politie verklaard dat ze [gedaagde] via iemand anders kende en dat hij haar via Snapchat heeft benaderd. Ze heeft een beschrijving van [gedaagde] gegeven en opgesomd wat ze van hem weet. [gedaagde] heeft haar gevraagd om op haar naam een nieuwe bankpas aan te vragen. Het geld heeft ze nooit gezien, aldus [eiseres] in haar verklaring. 2.
- De kantonrechter overweegt dat het proces-verbaal de stellingen van [eiseres] onvoldoende ondersteunt. Het proces-verbaal is weliswaar een verklaring die is opgemaakt door een verbalisant van politie, maar dat zegt niets over de waarheid van de verklaring van [eiseres] die daarin staat. Dat blijft een verklaring van [eiseres] . Er zijn geen stukken overgelegd die haar verklaring ondersteunen. Er zijn geen foto’s, berichten, belgeschiedenis of screenshots (bijvoorbeeld van het feit dat zij op social media zoals Snapchat een connectie met [gedaagde] heeft) overgelegd. Bovendien heeft [eiseres] , zoals [gedaagde] terecht heeft opgemerkt, tegenstrijdige stellingen ingenomen. Zij heeft enerzijds tegen de politie gezegd dat ze [gedaagde] via via kende. In deze procedure heeft [eiseres] verklaard dat zij een relatie met [gedaagde] heeft gehad. [eiseres] heeft ook verschillend verklaard over hoelang die relatie heeft geduurd. Al met al is de (nadere) toelichting van [eiseres] onvoldoende om haar stellingen te onderbouwen. De vordering van [eiseres] zal worden afgewezen. 2.
- [eiseres] krijgt in deze procedure ongelijk. Zij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 622,50 (2,5 punt x tarief € 249,00). 2.
- De gevorderde nakosten worden begroot op € 124,00 (½ punt van het liquidatietarief met een maximum van € 124,00). 2.
- De wettelijke rente over de proces- en nakosten zal worden toegewezen zoals hierna is verwoord. 3De beslissing De kantonrechter 3.
- wijst de vorderingen van [eiseres] af; 3.
- veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot dit vonnis begroot op € 622,50, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de vijftiende dag na vandaag tot de dag van volledige betaling; 3.
- veroordeelt [eiseres] in de nakosten, begroot op € 124,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de vijftiende dag na vandaag tot de dag van volledige betaling; 3.
- verklaart de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. E.C. Rozeboom en in het openbaar uitgesproken op 25 oktober
- (SB)