RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08-996005-15 (P) Datum vonnis: 17 november 2022 Verstekvonnis in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1965 in [geboorteplaats] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 6 juli 2020, 22 augustus 2022, 20 oktober 2022 en 3 november 2022. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie mr. C.V. van Overbeeke en mr. J.M. Mul en van wat door de raadslieden van verdachte, mr. M. Hendriks en mr. M. van Leeuwen, beiden advocaat in Nijmegen, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I van dit vonnis opgenomen. De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: in de periode van 6 maart 2009 tot en met 4 april 2017 samen met een ander opzettelijk 96 valse facturen voorhanden heeft gehad en van die valse facturen gebruik heeft gemaakt; feit 2: zich in de periode van 1 januari 2009 tot en met 4 april 2017 samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen van een totaalbedrag van € 3.224.255,35. 3De voorvragen De geldigheid van de dagvaarding De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is. De bevoegdheid van de rechtbank De rechtbank heeft vastgesteld dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak. De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie De rechtbank heeft er kennis van genomen dat verdachte op [datum] 2021 is overleden, zodat het Openbaar Ministerie – overeenkomstig zijn vordering – niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vervolging van verdachte. 4De beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing: - verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Melaard, voorzitter, mr. M. van Berlo en mr. R. ter Haar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.R. Kuiper, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 17 november 2022. Mr. Ter Haar is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I 1. hij in of omstreeks de periode van 6 maart 2009 tot en met 4 april 2017 te Hellendoorn en/of te Luttenberg, althans in Nederland en/of in het Verenigd Koninkrijk en/of in Liechtenstein, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een of meer valselijk opgemaakt(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.