RECHTBANK OVERIJSSEL Strafrecht Zittingsplaats Almelo parketnummer : 96-271985-22 raadkamernummer : 22-024818 Beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 164, achtste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW1994) van: [klager] , geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] , wonende op het adres [adres] , hierna te noemen: de klager. 1Het verloop van de procedure Het klaagschrift, gedateerd 2 november 2022 is op diezelfde dag op de griffie van de rechtbank ontvangen. Het klaagschrift is namens klager ingediend door mr. D.H.J. van Huykelom van de Pas van Baarsdorp. Het richt zich tegen de invordering en inhouding van een rijbewijs op grond van artikel 164 WVW
- Het klaagschrift is behandeld op de openbare terechtzitting van 9 november
- Bij de behandeling zijn officier van justitie mr. C.P. Dronkers en klager gehoord. Mr. D.H.J. van Huykelom van de Pas van Baarsdorp van Lex Lawyers is niet verschenen en zou ook niets hebben kunnen bijdragen aan de inhoudelijke behandeling nu mr. D.H.J. van Huykelom van de Pas van Baarsdorp helemaal geen advocaat is en dus ook niet mag optreden bij de behandeling ter zitting. De raadkamer heeft kennis genomen van het door de officier van justitie overgelegde dossier van de strafzaak tegen klager. De raadkamer heeft ook kennis genomen van de door de officier van justitie overgelegde conclusie met betrekking tot het al dan niet handhaven van de inhouding van het rijbewijs. 2De standpunten van klager en de officier van justitie Standpunt klager Klager verzoekt het klaagschrift gegrond te verklaren en de teruggave van zijn rijbewijs te gelasten. Klager bekent dat hij onder invloed van alcohol een personenauto heeft bestuurd. Hij heeft hier spijt van, omdat hij andere weggebruikers ernstig in gevaar heeft gebracht. Klager hoopt echter zijn rijbewijs spoedig terug te krijgen. Hij stelt zijn rijbewijs dringend nodig te hebben voor zijn werk. Volgens klager moet zijn persoonlijk belang in dit geval zwaarder wegen dan het belang van de verkeersveiligheid. Standpunt officier van justitie Het standpunt van de officier van justitie luidt samengevat dat het klaagschrift gegrond moet worden verklaard. 3De bevoegdheid van de rechtbank De rechtbank Overijssel is bevoegd van het klaagschrift kennis te nemen. 4De ontvankelijkheid Het klaagschrift is ontvankelijk. 5De beoordeling Op grond van de stukken en de behandeling op de zitting stelt de raadkamer het volgende vast. Toetsingskader De officier van justitie is op grond van artikel 164, vierde lid, WVW 1994 bevoegd een ingevorderd rijbewijs onder zich te houden in de gevallen bedoeld in artikel 164, tweede lid, onderdeel a, b, d, of e, WVW 1994, of indien op grond van andere feiten of omstandigheden ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de bestuurder opnieuw een feit als bedoeld in het tweede of derde lid van artikel 164 WVW 1994 zal begaan. Ingevolge artikel 164, tweede lid, onderdeel juncto artikel 164, vierde lid, WVW 1994 is de officier van justitie bevoegd het rijbewijs in te houden als blijkt dat het ademalcoholgehalte van de bestuurder hoger is dan 570 µg/l (microgram alcohol per liter uitgeademde lucht). Feiten en omstandigheden Tegen klager is een proces-verbaal opgemaakt voor het besturen van een voertuig, terwijl hij verkeerde onder invloed van alcoholhoudende drank. Er is een ademanalyse uitgevoerd waarbij een ademalcoholgehalte van 650 µg/l is gemeten. Het rijbewijs van klager is in verband hiermee op 21 oktober 2022 ingevorderd. De officier van justitie heeft op 24 oktober 2022, en dus binnen tien dagen na de invordering, beslist het rijbewijs in te houden voor de duur van vier maanden (tot uiterlijk 18 februari 2023). Overwegingen Op grond van de eisen die artikel 164 WVW 1994 daarvoor geeft, is het rijbewijs terecht ingevorderd en ingehouden. Ondanks de ernst van het feit waarvan klager wordt verdacht, moet – gelet op de ter zitting naar voren gebrachte persoonlijke omstandigheden van klager – ernstig rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat aan klager een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen zal worden opgelegd, korter dan de tijd dat het rijbewijs ingevorderd en ingehouden zal zijn geweest. Het beklag dient dan ook gegrond te worden verklaard. Klager is niet eerder ter zake van een gedraging strafbaar gesteld bij of krachtens de Wegenverkeerswet met de politie in aanraking geweest. De voorzitter merkt op dat de gegrondverklaring van het klaagschrift niet de verdienste is van mr. D.H.J. van Huykelom van de Pas van Baarsdorp. Het feit dat klager ter zitting zijn persoonlijke belang bij teruggave van het rijbewijs heeft toegelicht en verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn laakbare gedrag en bovendien beloofd heeft dat dit gedrag niet voor herhaling vatbaar is, is voor de officier van justitie en de rechter reden geweest om in dit geval de persoonlijke belangen van klager te laten prevaleren boven het belang van de verkeersveiligheid en de teruggave van het rijbewijs aan klager te gelasten. Het klaagschrift waarvoor klager meer dan € 500,= in rekening is gebracht door voornoemde mr. D.H.J. van Huykelom van de Pas van Baarsdorp van Lex Lawyers was niet meer dan de aanleiding om klager uit te nodigen voor de behandeling van zijn verzoek om teruggave van het rijbewijs maar heeft overigens geen enkele rol gespeeld bij de beslissing tot teruggave van het rijbewijs. 6De beslissing De raadkamer verklaart het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van het rijbewijs aan klager. Deze beschikking is gegeven door mr. B.W.M. Hendriks, rechter, in tegenwoordigheid van A. Bašić, griffier, ondertekend door de rechter en de griffier en in het openbaar uitgesproken op 9 november 2022.