← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2022:4085

RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08.155469-22 (P) Datum vonnis: 29 september 2022 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1986 in [geboorteplaats] , nu verblijvende in de PI Almelo. 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 september

  1. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. H.M. Venselaar en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. J.H. Rump, advocaat in Zwolle, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 5 december 2020 tot en met 28 januari 2021 in Deventer de 8-jarige en 9-jarige dochters van zijn (inmiddels ex-)partner seksueel heeft misbruikt. Deze verdenking is ten laste gelegd als twee feiten. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: feit 1: hij in of omstreeks de periode van 5 december 2020 tot en met 28 januari 2021 te Deventer, althans in Nederland, met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten het brengen van één of meer van zijn vingers in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 1] en/of het brengen van één of meer van zijn vingers in de anus van die [slachtoffer 1] ; feit 2: hij in of omstreeks de periode van 5 december 2020 tot en met 28 januari 2021 te Deventer, althans in Nederland, met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , te weten het brengen van één of meer van zijn vingers in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 2] en/of het brengen van één of meer van zijn vingers in de anus van die [slachtoffer 2] en/of het laten betasten van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 2]. 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De bewijsoverwegingen 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het ten laste gelegde seksuele misbruik wettig en overtuigend te bewijzen. Ter onderbouwing heeft zij gewezen op de getuigenverklaringen die [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) en [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) in een kindvriendelijke studio hebben afgelegd en de aangifte van hun moeder [Moeder van slachtoffers] . De officier van justitie heeft vervolgens gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf jaren met aftrek van het voorarrest. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte volledig moet worden vrijgesproken. Hoewel op basis van het procesdossier voldoende wettig bewijs voorhanden is, bestaat volgens de raadsvrouw onvoldoende overtuiging dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde seksuele misbruik. Verdachte heeft van meet af aan ontkend dat hij de dochters van zijn ex-partner seksueel heeft misbruikt en bepaalde elementen in het procesdossier maken dat niet buiten gerede twijfel kan worden vastgesteld of het verdachte is geweest die zich aan het ten laste gelegde seksuele misbruik schuldig heeft gemaakt. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Wettig bewijs? [Moeder van slachtoffers] heeft aangifte gedaan van seksueel misbruik van haar dochters [slachtoffer 1] (9 jaar) en [slachtoffer 2] (8 jaar). [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben over dit vermeende seksuele misbruik door verdachte in een kindvriendelijke studio, afzonderlijk van elkaar, een getuigenverklaring afgelegd. Zij hebben in deze verklaringen niet alleen gesproken over misbruik van henzelf, maar hebben beiden ook verteld dat zij een keer hebben gezien dat verdachte seksuele handelingen bij de ander en een keer gelijktijdig bij hen heeft verricht. De rechtbank is – met de officier van justitie en de raadsvrouw – van oordeel dat er op basis hiervan voldoende wettig bewijs voorhanden is. Immers, de verklaringen kunnen elkaar ondersteunen en kunnen over en weer gebruikt worden als steunbewijs voor de ten laste gelegde feiten. Overtuigend bewijs? De vraag is vervolgens of, op basis van het wettig bewijs, ook de overtuiging wordt verkregen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde seksuele misbruik. Tegenover de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] staat immers de stellige ontkenning van verdachte. Gelet daarop moeten de belastende verklaringen nauwkeurig en behoedzaam worden bezien. Objectief bewijs van seksueel misbruik door verdachte, in de zin van bijvoorbeeld een getuigenverklaring van een onafhankelijke derde, letsel en/of DNA-sporen, ontbreekt. Bovendien was verdachte niet de enige man die vaak in huis was bij de meisjes en hebben de meisjes eerder gesproken over handelingen van seksuele aard (zoenen en vastpakken bij de billen) die een achterbuurman bij hen zou hebben verricht. Dit maakt dat de manier waarop de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] tot stand zijn gekomen essentieel is voor de beoordeling in deze zaak. De rechtbank weet echter niet op welke wijze de verklaringen van de meisjes tot stand zijn gekomen. Uit het dossier blijkt dat meerdere mensen (onder wie in ieder geval beide ouders van de meisjes, de nieuwe partner van de vader van de meisjes en een huisvriend van de moeder) met hen hebben gesproken over de handelingen die verdachte zou hebben verricht, voordat ze een verklaring in de kindvriendelijke studio hebben afgelegd. Uit het dossier blijkt verder dat de moeder van de meisjes [slachtoffer 1] expliciet meerdere keren heeft gevraagd of er iemand aan haar heeft gezeten. Pas daarna heeft [slachtoffer 1] de naam van verdachte genoemd. Van [slachtoffer 2] blijkt verder uit het dossier in het geheel niet op welke manier of tegen wie zij voor het eerst heeft verteld dat zij is misbruikt door verdachte. Moeder heeft daarover verklaard dat zij niet meer weet van wie zij hoorde dat het ook bij [slachtoffer 2] was gebeurd. Uit het dossier is evenmin op te maken waar [slachtoffer 2] zich bevond op het moment dat [slachtoffer 1] verdachte aanwees als de persoon die aan haar had gezeten. Op grond van het voorgaande kan de rechtbank niet uitsluiten dat de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn beïnvloed door anderen, door elkaar dan wel door iets dat zij eerder hebben meegemaakt. Nu de rechtbank meerdere scenario’s mogelijk acht, kan de rechtbank niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat verdachte de meisjes seksueel heeft misbruikt. Gezien dit gebrek aan overtuiging zal de rechtbank verdachte vrijspreken. 5De schade van benadeelden De vorderingen [Moeder van slachtoffers] heeft zich als moeder van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ten aanzien van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten als benadeelde partij in dit strafproces gevoegd. Zij heeft mr. S. Striekwold, advocaat in Doetinchem, gemachtigd om namens haar ter terechtzitting het woord te voeren. De benadeelde partij heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld om ten behoeve van beiden schadevergoeding te betalen ter hoogte van € 10.000,--, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Ook is verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Het oordeel van de rechtbank Verdachte wordt integraal van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten vrijgesproken. De rechtbank zal de benadeelde partij [Moeder van slachtoffers] daarom op de voet van artikel 361 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen. Dit brengt met zich dat de rechtbank de benadeelde partijen zal veroordelen in de kosten die ten aanzien van de vorderingen door verdachte zijn gemaakt. Die kosten zijn tot vandaag begroot op nihil. 6De beslissing De rechtbank: vrijspraak - verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij; de vorderingen van de benadeelde partijen - bepaalt dat de benadeelde partijen ten aanzien van de ten laste gelegde feiten in het geheel niet-ontvankelijk zijn in de vordering en dat de benadeelde partijen de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen; opheffing bevel voorlopige hechtenis - heft het bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van vandaag. Dit vonnis is gewezen door mr. J. de Ruiter, voorzitter, mr. V.P.K. van Rosmalen en mr. M.W. Eshuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Klunder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 29 september
  2. Buiten staat mr. M.W. Eshuis is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.