← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2022:4239

RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo Zaaknummer: C/08/276941 / HA ZA 22/43 Vonnis van 9 november 2022 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats 1] , eiseres, hierna te noemen: ‘[eiseres] ’, advocaat: mr. R.J. Lindeboom, tegen 1 [gedaagde 1] , handelend onder de naam [bedrijf 1] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: ‘[gedaagde 1] ’,

  1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 2] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats 2] , hierna te noemen: ‘[gedaagde 2]’, gedaagden, advocaat: mr. M.B. Bollen. 1De procedure 1.
  2. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 28 september 2022; het journaalbericht van mr. Lindeboom van 4 oktober 2022, door de rechtbank op dezelfde datum ontvangen, waarin hij zich stelt voor [eiseres] in plaats van mr. Kolkman; de akte uitlating benoeming deskundige van de kant van [eiseres] ; de akte uitlating van de kant van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] . 1.
  3. Vervolgens is weer vonnis bepaald. 1.
  4. Dit vonnis wordt gewezen door mr. Haarhuis in plaats van mr. Van Tol, ten over-staan van wie de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, in verband met het feit dat mr. Van Tol nu werkzaam is in het team Strafrecht. Mr. Haarhuis is als toehoorder aanwezig geweest op de mondelinge behandeling. 2De beoordeling van het geschil betalingstermijn 2.
  5. Wat betreft de betalingstermijn op de facturen van [eiseres] heeft de rechtbank bij het tussenvonnis van 28 september 2022 geoordeeld dat een termijn geldt van vijf werkdagen na verkoop van de auto’s. Dat betekent ook dat vorderingen ten aanzien van nog niet verkochte auto’s (gezien deze vijfdagentermijn) nog niet opeisbaar zijn. zijn [gedaagde 1] en [gedaagde 2] nog enig bedrag aan [eiseres] verschuldigd? 2.
  6. Ten aanzien van de vraag of [gedaagde 1] en [gedaagde 2] als gevolg van de autohandel nog iets aan [eiseres] verschuldigd zijn, en zo ja, hoeveel, heeft de rechtbank overwogen dat niet is komen vast te staan wanneer welke auto’s door [eiseres] geleverd zijn, wat de prijzen waren, welke reparatiekosten [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben gemaakt, wat de verkoopdata en de verkoopprijzen waren en of er nog onverkochte auto’s bij gedaagden staan. Om hier inzicht in te krijgen, alsmede in de daaruit voortvloeiende winstdeling, zullen beide boekhoudingen naast elkaar gelegd moeten worden. 2.
  7. De rechtbank heeft vervolgens het voornemen geuit om de heer [naam] , als registeraccountant verbonden aan [bedrijf 2] B.V. te Zwolle, als deskundige te benoemen. Partijen hebben laten weten in te kunnen stemmen met deze benoeming en geen bezwaar te hebben tegen de gehanteerde vrijwaringsclausule. De rechtbank zal dan ook [naam] als deskundige benoemen en hem de volgende vragen voorleggen, te beantwoorden aan de hand van de administratie van partijen: welke auto’s heeft [eiseres] in het kader van de autohandel geleverd aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ? Wanneer zijn deze auto’s geleverd en tegen welke prijs? welke reparaties hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] verricht aan welke van de onder a. bedoelde auto’s? Als niet valt vast te stellen dat bepaalde reparatiekosten werkelijk bij een bepaalde auto horen, zal de deskundige dienen vast te stellen dat uit de boekhouding niet blijkt dat de betreffende kosten bij een bepaalde auto horen; welke van de onder a. bedoelde auto’s zijn door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] verkocht? Wanneer zijn zij verkocht en tegen welke prijs? Staan er nog onverkochte auto’s bij [gedaagde 1] of [gedaagde 2] ? hebben de boekhoudingen van partijen u voldoende houvast geboden om de vragen onder a., b. en c. te beantwoorden? Zo nee, welke gegevens ontbreken? zijn [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , gelet op de bevindingen van uw onderzoek en de overeengekomen winstdeling, nog enig bedrag aan [eiseres] verschuldigd en, zo ja, hoeveel (graag voorzien van een specificatie)? geven de bevindingen van uw onderzoek u nog aanleiding tot het maken van bijzondere op- of aanmerkingen? 2.
  8. [naam] heeft verklaard de kosten van zijn onderzoek te begroten op € 17.675,- inclusief BTW. Partijen hebben geen bezwaar geuit tegen de hoogte van het voorschot. De rechtbank zal het voorschot op de kosten van het deskundigenonderzoek vaststellen op dat bedrag. Conform het uitgangspunt van de wet zal [eiseres] als eisende partij worden belast met de betaling van het voorschot. 2.
  9. De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij. 2.
  10. Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken. 2.
  11. In afwachting van de ontvangst van het deskundigenbericht wordt iedere verdere beslissing aangehouden. 3De beslissing De rechtbank 3.
  12. beveelt een onderzoek door de deskundige ter beantwoording van de hiervoor in 2.
  13. genoemde vragen; 3.
  14. benoemt tot deskundige: de heer [naam], als registeraccountant verbonden aan [bedrijf 2] B.V., correspondentieadres: [adres 1] , bezoekadres: [adres 2] , e-mailadres: [e-mailadres] ; het voorschot 3.
  15. stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door hem begrote bedrag van € 17.675,- inclusief BTW; 3.
  16. bepaalt dat [eiseres] het voorschot binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak dient over te maken; 3.
  17. draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot; het onderzoek 3.
  18. bepaalt dat [eiseres] het procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen; 3.
  19. bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door hem in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats; 3.
  20. wijst de deskundige er op dat: hij voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie), hij het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen, hij het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn, de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, mag de deskundige dit onderzoek niet uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn en zulks blijkt uit het rapport, indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd; 3.
  21. bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien hij daarom vraagt, hem toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en hem ook overigens gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek; het schriftelijk rapport 3.
  22. draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie; 3.
  23. wijst de deskundige er op dat: uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken zijn oordeel is gebaseerd, hij een concept van het rapport aan partijen zal toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en zijn reactie daarop dient te vermelden; 3.
  24. bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren; overige bepalingen 3.
  25. bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van 5 april 2023; 3.
  26. draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen: indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor gelijktijdige conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van partijen op een termijn van vier weken; 3.
  27. verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad; 3.
  28. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Haarhuis, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 november 2022.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.