← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2022:649

RECHTBANK OVERIJSSEL Team Toezicht - Schuldsanering Zittingsplaats Almelo insolventienummer: C/08/19/131 R uitspraakdatum: 15 februari 2022 Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken in de wettelijke schuldsaneringsregeling van: [schuldenares] geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [adres], [woonplaats], verder te noemen de schuldenares. In deze schuldsaneringsregeling is [A] te [plaats] tot bewindvoerder benoemd. Het procesverloop In deze schuldsaneringsregeling zijn de schuldvorderingen overeenkomstig artikel 328a vijfde lid Faillissementswet geverifieerd. Naar aanleiding van een door de bewindvoerder uitgebracht verslag heeft op 15 februari 2022 de zitting als bedoeld in artikel 352 Faillissementswet pro forma plaatsgevonden. Er zijn geen schuldeisers verschenen. De uitspraak is bepaald op vandaag. De beoordeling Uit het verslag van de bewindvoerder blijkt dat de schuldenares niet te kort is geschoten in de nakoming van de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. Ook anderszins is niet gebleken van feiten en omstandigheden die aanleiding tot een ander oordeel geven. Op grond van het vorenstaande zal aan de schuldenares de schone lei worden verleend. De bewindvoerder zal -nadat het onderhavige vonnis in kracht van gewijsde is gegaan- onverwijld overgaan tot het opmaken van een (slot-)uitdelingslijst. De schuldsaneringsregeling zal formeel eindigen op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden. Op grond van artikel 358 Faillissementswet zijn vanaf dát moment de onbetaald gebleven vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt niet langer afdwingbaar, ongeacht of de schuldeiser in de schuldsaneringsregeling is opgekomen en ongeacht of de vordering al dan niet is geverifieerd. De rechtbank zal de vergoeding van de bewindvoerder berekenen en diens salaris vaststellen als hiernavolgend te bepalen. De rechtbank merkt op dat de schuldenares door de Belastingdienst is aangemerkt als gedupeerde van de Toeslagenaffaire, hetgeen onder andere van invloed is op de berekening van de vergoeding en de vaststelling van het salaris van de bewindvoerder. De beslissing De rechtbank: - stelt vast dat de schuldenares niet is tekortgeschoten in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen; - stelt vast dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling zal eindigen na het verbindend worden van de slotuitdelingslijst; - berekent het bedrag van de vergoeding van de bewindvoerder op € 4.018,41 (inclusief de extra vergoeding in verband het feit dat schuldenares gedupeerde is van de kinderopvangtoeslagaffaire en inclusief onkosten en omzetbelasting); - stelt het salaris van de bewindvoerder vast op het bedrag van de vergoeding; - stelt de kosten wegens griffierecht voor het deponeren van de uitdelingslijst vast op € 657,--. Gewezen door mr. E. Venekatte, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 februari 2022, in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.