RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo Zaaknummer: 274154 HA RK 21-133 Beschikking van 9 maart 2022 in de zaak van [verzoekster] , wonende te [woonplaats] , verzoekende partij, hierna te noemen [verzoekster] , gemachtigde: mr. W.J.F. Nieuwenhuis, advocaat te Arnhem, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MRON B.V., statutair gevestigd en deels kantoorhoudende te Almelo, verwerende partij, hierna te noemen MRON, gemachtigde: mr. drs. Y.M. Nijhuis, advocaat te Enschede. 1De procedure 1.1. [verzoekster] heeft een verzoekschrift ex artikel 7:682 lid 3 BW ingediend tot toekenning van een billijke vergoeding. MRON heeft een verweerschrift ingediend. 1.2. De mondelinge behandeling heeft op 9 februari 2022 plaatsgevonden. [verzoekster] was aanwezig, bijgestaan door mr. Nieuwenhuis. Namens MRON waren aanwezig de heren [A] , [B] en [C] . De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen in aanvulling op hun pleitnota’s verder ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting hebben partijen nog aanvullende producties c.q. een aangepaste productie toegezonden. 1.3. Beschikking is bepaald op heden. 2De feiten t.a.v. de arbeidsovereenkomst 2.1. [verzoekster] , die is geboren op [1973] , is op 1 januari 2014 bij Medisch Spectrum Twente (hierna: MST) in dienst getreden als Nucleair Geneeskundige. Met ingang van 1 januari 2015 is zij met MST een arbeidsovereenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd. In 2016 is [verzoekster] benoemd tot medisch manager van de afdeling Nucleaire Geneeskunde MST. 2.2. In de periode 2016 en 2017 was zij voorzitter van de werkgroep Regionale samenwerking nucleair geneeskundigen. 2.3. MRON is voortgekomen uit de fusie tussen de afdeling radiologie van MST, Ziekenhuisgroep Twente (ZGT), het Streekziekenhuis Koningin Beatrix te Winterswijk en de nucleair geneeskundigen van MST en ZGT. 2.4. Naar aanleiding van deze fusie is [verzoekster] met ingang van 1 april 2018 in dienst getreden bij MRON. Op 28 mei 2018 is [verzoekster] benoemd tot statutair bestuurder van MRON en zij is toen ook aandeelhoudster van MRON geworden. Het salaris van [verzoekster] bedroeg laatstelijk € 7.115,20 bruto per maand inclusief vakantietoeslag. Daarnaast ontving [verzoekster] een maandelijkse dividenduitkering en een tantième van € 8.000,-- bruto per jaar. 3overige feiten 3.1. Op 6 december 2018 vond er een gesprek plaats tussen de medisch manager van MRON te Enschede, de heer [A] en [verzoekster] . Haar werd meegedeeld dat er problematiek zou bestaan in de samenwerking en communicatie binnen het team. Vervolgens werd zij uitgenodigd voor een nader gesprek met [A] en [E] , reumatoloog MST en voorzitter van de commissie KBMS (Kwaliteit Beroepsuitoefening Medisch Specialisten). 3.2. Nog diezelfde dag, 6 december 2018, mailt [A] aan [E] : Vanochtend gesprek gehad met [verzoekster] over de signalen en zorgen die er zijn dat het bij haar niet voldoende loopt op het gebied van samenwerking en communicatie. Hiervan hebben we enkele concrete voorbeelden gesproken. Zij herkent dit slechts gedeeltelijk (in die zin dat in haar perspectief een deel van de problematiek aan de omgeving ligt). Ik heb met haar besproken dat hier een verschil in perspectief is, we zijn overeengekomen dat ik met jou contact op zou nemen met het formele verzoek haar hierin te begeleiden (soft signals traject). Specifiek hebben we hierin ook besproken dat we vooral ook op zoek zijn naar concrete doelen om te kijken waar je op deze vlakken als medisch specialist aan moet voldoen. Zou ik jou/de KBMS mogen vragen ons hierbij te helpen? Ik heb [verzoekster] zoals met haar afgesproken ook in de cc gezet. In reactie hierop mailt [verzoekster] verderop in de middag: Vriendelijk verzoek van mij om niet de term soft signals traject te gebruiken. Dat is een beladen term en suggereert disfunctioneren. We hadden vanochtend vastgesteld dat dat niet het geval is. De term soft signals hebben we ook niet als zodanig in ons gesprek genomen. Zeker gezien de hele voorgeschiedenis met [F] zou ik het op prijs stellen als we het collega coaching traject o.i.d. noemen. Ik hoop dat je dat begrijpt. [A] reageert nagenoeg direct met: Vanochtend m.i. wel als zodanig besproken, maar inderdaad specifiek gezegd dat het niet een traject disfunctioneren medisch specialist betreft. Ik ben ook van mening dat we het wel zo (soft signals) moeten noemen: de omschrijving hiervan op de site van het KBMS is ook als volgt: “Signalen ten aanzien van verminderd functioneren die niet zomaar genegeerd kunnen worden, maar waarvoor een procedure mogelijk disfunctioneren een stap te ver lijkt, kunnen worden gemeld bij de commissie KBMS, nadat de melder een gesprek heeft gehad met het betreffende staflid.” Volgens mij is dit ook zoals we er inhoudelijk over gesproken hebben. Ik snap dat de voorgeschiedenis met [F] een negatief beeld kan geven, maar het betreffen hier toch echt signalen waarvan op zijn minst gekeken moet worden door een objectieve partij, zoals ook vanochtend besproken. De insteek is ook heel duidelijk een positieve: concreet inzichtelijk maken waar je als medisch specialist aan moet voldoen op gebied van samenwerken en communicatie en daar naartoe werken. Maar misschien goed dat je hier ook nog even met [E] over afstemt. 3.3. Het afgesproken gesprek tussen [verzoekster] , [A] en [E] vond plaats op 20 december 2018. In het verslag is opgenomen: Agenda: Doel van de bijeenkomst Zorgen die er zijn over professioneel functioneren van [verzoekster] verduidelijken Komen tot een plan van aanpak op dit te verbeteren. Doel van de bijeenkomst: [E] legt uit dat zij als voorzitter van de KBMS vaker wordt gevraagd in situaties waarbij er zorgen zijn rond een medisch specialist en om te zien wat er precies speelt en te zien hoe dit verbeterd kan worden. Welke oplossing er gekozen wordt kan pas duidelijk zijn de feiten helder zijn. Zolang het doel is om elkaar te verstaan en gericht is op groei vallen dit soort zorgen binnen de scoop van de KBMS, als het doel is om afscheid van een collega te nemen omdat deze onvoldoende functioneert is dit het terrein van de vakgroep en MSB/RvB. [verzoekster] heeft in een verkennend gesprek te kennen gegeven dat het langzaam opgebouwde vertrouwen in MRON sinds het samengaan tussen radiologie en nucleaire geneeskunde door deze bijeenkomst wel een knauw krijgt. Het gedwongen vertrek van een directe collega een jaar geleden staat haar nog helder voor ogen en dat maakt dat ze erg schrikt. Bij hem is ook met verbetertrajecten begonnen en uiteindelijk is hij gedwongen vertrokken. Dat maakt dat ze moeite heeft te geloven dat dit traject niet gelijk zal lopen. [A] verzekert [verzoekster] dat zijn doel is om haar te laten ontwikkelen tot een lid van MRON en het doel niet is om haar te laten vertrekken. Echter de zorgen zijn wel zodanig dat er verbetering nodig is. [verzoekster] is blij met de verzekering dat het traject om groei gaat, en ze wil luisteren en horen wat ze kan verbeteren. Een signalen traject klinkt wel zwaar voor de volgens haar niet al te grote problemen. [E] zegt dat eerst de zorgen helder moeten worden voor allen voordat een besluit genomen kan worden of de zorgen rond [verzoekster] functioneren binnen een signalen traject vallen. Zorgen: Onvoldoende communicatie [A] geeft aan dat [verzoekster] zich niet houdt aan besluiten die genomen zijn, ondanks besluitvormende vergaderingen en verslaglegging hiervan. [verzoekster] lijkt de besluiten niet goed te begrijpen en/of te onthouden. [verzoekster] herkent wat [A] zegt en geeft aan in de vergaderingen andere dingen begrijpen en de verslagen niet altijd goed te lezen. Ze begrijpt dat dit niet goed is en wel nadenken hoe ze dit gaat verbeteren en hoe/aan welk gedrag dit door [A] en haar vakgroep te merken is. Opmerking [verzoekster] : ik heb ook aangegeven dat ik tijd voor reflectie mis. Zaken worden te snel besloten zonder dat er overleg en tijd voor formuleren van een voorstel heeft plaatsgevonden. Onvoldoende samenwerking: [A] geeft aan met een voorbeeld waaruit blijkt dat [verzoekster] niet reageert als men haar om hulp vraagt op een manier die voor de andere persoon behulpzaam is. Opmerking [verzoekster] : Dat was 1 incident. [verzoekster] herkent dat er soms vragen worden gesteld waarbij of aangeeft geen tijd te hebben of wel oplossingen voorstelt maar niet checkt of de ander het behulpzaam vindt. Ze is dan druk met haar eigen werk en voelt alsof ze geen tijd heeft. Het te kort aan flexibiliteit blijkt ook bij het actief leveren van een bijdrage bij taken zoals refereren en inbreng in het heilig uur. [verzoekster] plaatst hierbij eveneens een aantal opmerkingen. Onvoldoende professioneel gedrag: [A] geeft aan dat [verzoekster] nukkig is. Dit zorgt voor een drempel bij collegae en medewerkers om haar aan te spreken. [verzoekster] herkent dat ze nukkig was, maar vindt het ook vervelend dat er niemand die haar vraagt wat er is. Ze herkent dat het een drempel op kan werpen als je nukkig bent, en dat ze niet altijd aanspreekbaar is. […] [verzoekster] geeft aan de punten te herkennen en begrijpen. Ze denkt dat ze hier wel verbetering in kan brengen. Ze zegt wel dat ze vindt dat communicatie en samenwerking van 2 kanten komen. Ze denkt dat het opnieuw opstarten van de team coaching ook verbetering zal brengen. Ze is bereid om de bijeenkomst te gaan organiseren[…] [verzoekster] vindt tevens dat het instrument signalen werd erg zwaar is voor de zaken die besproken zijn. Ook heeft ze niet eerder een gesprek gehad waarin genoemd is dat er zaken niet goed gingen. [A] vindt dat er wel aan de voorwaarden van een voortraject zijn voldaan. Hij geeft aan dat het traject al lang loopt. Eerder dit jaar zijn er al meerdere gesprekken geweest waarin gekeken is hoe [verzoekster] normen in productie en gelijke werkinvulling zou kunnen realiseren. Hierbij is het advies van de [A] als [G] geweest om gerichte coaching te volgen. Opmerking [verzoekster] : In dat gesprek zijn geen issues t.a.v. samenwerking en communicatie genoemd. Een gerichte coachingsvraag was er voor de zomer niet op die gebieden, wel in productie en gelijke werkinvulling. Aangezien [verzoekster] als bezig was met een traject is dit toen niet gedaan. Verder zijn afspraken gemaakt over tijdelijke taakverlichting opdat [verzoekster] weer op krachten zou komen. Na de zomervakantie is het ook een periode beter gegaan. [verzoekster] heeft haar hele taak op zich genomen en dit leek goed te gaan. Echter er zijn nu weer vanuit meerdere kanten tekenen dat het opnieuw minder goed gaat. Op 6 december heeft er een gesprek tussen [A] en [verzoekster] plaatsgevonden waarin het tekort op het gebied van samenwerking en communicatie is besproken. Het is geen nieuw probleem en er moet een blijvende oplossing komen. Opmerking [verzoekster] hierover: Dat is het eerste moment geweest waarop samenwerking/communicatie gericht op mij persoonlijk is benoemd als issue. Diezelfde dag werd daaraan ook de start van een signalentraject aangekondigd. [E] geeft aan dat ze deze zorgen wel vindt passen in het traject, ze zijn goed beschreven en de doelen kunnen smart geformuleerd worden en het gedrag wat gevraagd wordt en de norm zijn helder verwoord. Ook het feit dat het langer loopt maakt dat het gaan om signalen en geen geruchten of incidenten. Vervolg traject: [E] schrijft een verslag van de bijeenkomst[..] [verzoekster] komt voor eind januari 2019 met een concreet plan van aanpak hoe ze zaken wil verbeteren en wat er in haar gedrag te zien zal zijn om deze verbetering te staven. In het nagesprek tussen [verzoekster] en [E] blijkt [verzoekster] zich geblokkeerd te voelen door de druk van het traject. Ze kan het moeilijk verwerken. Ze is erg bang en kan nu niet goed bedenken wat ze nu moet. [E] vraagt [verzoekster] of er ooit een medische reden vast is gesteld als verklaring voor de problemen in communicatie en samenwerking die [verzoekster] nu ondervindt. Hierbij is te denken aan een ASS: autisme spectrum stoornis. Dit is een ontwikkelingsstoornis die zeker bij slimme mensen lang onherkend kan blijven. [E] geeft aan dat ze geen psycholoog of psychiater is maar kan zich voorstellen dat dit een verklaring kunnen zijn voor de moeite die [verzoekster] heeft met bovenstaande zaken. Als [verzoekster] een ontwikkelstoornis heeft zou dit een reden kunnen zijn om het signalen traject anders vorm te geven. Dat zou de eisen die aan haar gesteld kunnen worden mogelijk veranderen. [verzoekster] geeft aan dat ze nooit onderzocht is. [E] vraagt [verzoekster] te overdenken of ze hierop getest wil worden voor het signalen traject start. 3.4. Hoewel niet voor eind januari 2019 kwam [verzoekster] op 27 februari 2019 met een concreet plan van aanpak, waarbij door haar per aandachtspunt (communicatie en samenwerking) een concreet voorstel voor verbetering werd gegeven. Vervolgens heeft [verzoekster] op 6 en 20 maart 2019 de cursus Effectiever communiceren en samenwerken met Insights Discovery, modules 1, 2 en 3 gevolgd. 3.5. Het soft signals-traject werd, in afwachting van het onderzoek naar een mogelijk autisme spectrum stoornis bij [verzoekster] , ‘on hold’ gezet zoals o.a. aangegeven in het gespreksverslag van 22 januari 2020 van bedrijfskundig manager [C] van MRON waarin o.a. het volgende is opgenomen: Het soft signals traject is ingezet vanwege signalen van verminderd functioneren. Op het moment dat [verzoekster] ziek is geworden is dit traject ‘on hold’ gezet. Op dit moment speelt dit dan ook geen rol in haar hersteltraject. 3.6. Op 17 april 2019 werd [verzoekster] door mw. [H] , GZ-psycholoog, onderzocht. Uit dat onderzoek, zo staat vermeld in de rapportage van de bedrijfsarts d.d. 18 april 2019 volgde dat er met hoge mate van waarschijnlijkheid sprake was van een stoornis in het Autisme Spectrum waarbij een duidelijk ASS-beeld naar voren zou komen. Voor een duurzame inzetbaarheid en welbevinden van [verzoekster] werden door de bedrijfsarts een aantal aanpassingen geadviseerd. Als overweging werd meegegeven om voor haar een jobcoach in te zetten met ervaring met ASS bij hoogopgeleide vrouwen. 3.7. MRON heeft daarop vanaf mei 2019 Refrisk B.V. ingeschakeld die een jobcoach, de heer [J] , aanstelde om [verzoekster] te begeleiden. 3.8. Op 28 mei 2019 vond er een teamcoachsessie plaats. In het verslag staat: [verzoekster] vertelt dat het slecht gaat, eigenlijk het hele jaar, 2018 stond in het teken-van herstel na het vertrek van [F] , maar 2019 is ze nog steeds niet hersteld. Op dit moment wordt er naar haar inzetbaarheid gekeken door een bedrijfsarts en een jobcoach. Wanneer en in hoeverre ze weer taken op zich kan nemen zal als eea duidelijk is met de rest van de groep worden besproken. Ze ziet dat ze het team tegenhoudt en dat vindt ze vervelend voor het team. [C] en [K] waren voor deze teambijeenkomst niet op de hoogte van het ziekzijn van [verzoekster] . Voor hen is nu ze dit weten, het contact en gedrag van [verzoekster] veel beter te plaatsen 3.9. Op advies van de jobcoach en op voorstel van MRON meldde [verzoekster] zich vanaf medio juni 2019 voor 25% arbeidsongeschikt. Daarbij werd de afspraak gemaakt dat [verzoekster] op werkdagen later mocht beginnen en dit compenseerde zij dan op het einde van de werkdag. 3.10. Na haar ziekmelding werd [verzoekster] een aantal keren gezien door [bedrijfsarts] . Naar aanleiding van het tweede consult in augustus 2019 werd als ‘advies stappenplan re-integratie activiteiten’ meegegeven: Werknemer werkt nu 3 x 8 uur in eigen werk. Er moeten gesprekken plaatsvinden met belanghebbenden over aanpassingen in het werk die nodig zijn om tot volledige werkhervatting te komen. Het is belangrijk dat de coach van werknemer dhr. [J] hierbij betrokken wordt. 3.11. Bij brief van 27 augustus 2019 verzocht de jobcoach van [verzoekster] aan MRON om bepaalde aanpassingen aan de werkplek c.q. om iets te doen aan de werkdruk. [A] antwoordde daarop dat sommige aanpassingen wel maar andere niet dan wel slechts voor een korte termijn gerealiseerd konden worden. 3.12. Op 22 oktober had [verzoekster] een consult bij de bedrijfsarts. De aanpassingen van de werkzaamheden waren nog niet doorgevoerd. 3.13. Op 6 december 2019 vond er een gesprek plaats tussen de jobcoach, [A] en [verzoekster] . De begeleiding door de jobcoach werd door [verzoekster] beëindigd waarna zij op zoek gegaan is naar een nieuwe coach, die gestart is per 1 januari 2020. 3.14. Op 16 december 2019 had [verzoekster] een consult bij de bedrijfsarts. Die leekt het zinvol om op korte termijn een Arbeidsdeskundig onderzoek te laten verrichten. Een prognose met betrekking tot volledig herstel van [verzoekster] in haar eigen werk was voor haar niet te maken omdat het afhankelijk was van de mogelijkheid om de eigen functie passend te maken. 3.15. Op 22 januari 2020 vond een gesprek plaats tussen [C] , [B] en [L] (samen het dagelijks bestuur van MRON) en [verzoekster] . Gesproken werd over de stand van zaken op dat moment en hoe er vorm gegeven kon worden aan het vervolgtraject. De afspraak werd gemaakt dat [verzoekster] zelf een plan van aanpak van de re-integratie zou opstellen en dat dit plan in een volgend gesprek besproken zou worden. 3.16. Inmiddels was arbeidsdeskundig onderzoek verricht in het kader van de belasting versus de belastingbaarheid in eigen functie van [verzoekster] , uitgevoerd door mevrouw [M] . Zij komt in haar rapportage,waarbij tevens de bevindingen van GZ-psycholoog [H] waren meegenomen, tot de conclusie dat ‘[verzoekster] niet geschikt is voor de uitvoering van haar eigen werkzaamheden in volle omvang’. Eén van de adviezen was om haar rapportage gezamenlijk te bespreken en aan de hand van die bespreking het plan van aanpak bij te stellen om te komen tot een verdere effectieve re-integratie. 3.17. Op 13 maart 2020 ontving [verzoekster] een brief van [B] , voorzitter van MRON, waarin o.a. vermeld wordt: Sinds de toetreden van jou in april 2018 tot MRON als bestuurder, aandeelhouder en medisch specialist zijn bij het bestuur van MRON in toenemende mate zorgen ontstaan over jouw functioneren. De aanleiding voor deze zorgen waren met de signalen en aanwijzingen die door jouzelf en jouw professionele omgeving werden gegeven met betrekking tot jouw belastbaarheid, uitvoering van werkzaamheden en professionele functioneren. Deze aanwijzingen en signalen waren voor het bestuur van MRON in de periode vanaf april 2018 reden om jou ondersteuning te bieden in de vorm van persoonlijke begeleiding en coaching alsmede groepsbegeleiding voor jou en je collega's van de nucleaire geneeskunde. Helaas leidde deze persoonlijke begeleiding en groepsbegeleiding niet tot de gewenste structurele verbeteringen in het functioneren en de belastbaarheid. Dit bleek toen in de periode oktober-november 2018 bij het bestuur van MRON wederom signalen binnen kwamen over problemen in de communicatie en samenwerking met jou. Naar aanleiding van een in deze periode doorlopen Soft Signal Traject en via tussenkomst van de bedrijfsarts en de betrokken GZpsychologe, bleek vervolgens dat met een hoge waarschijnlijkheid geconcludeerd kan worden dat de oorzaken van de problemen rondom jouw functioneren en belastbaarheid samenhangen met een stoornis in het Autistisch Spectrum. Medio juni 2019 moest jij je vervolgens helaas ziek melden. Sindsdien is door MRON in overleg met jou, de bedrijfsarts, de GZ-psychologe en de heer [J] , jobcoach van Refisk in het kader van jouw re-integratietraject gezocht naar zodanige aanpassingen in de arbeidsomstandigheden en taken, dat maximaal rekening zou worden gehouden met jouw beperkte belastbaarheid als gevolg van de geconstateerde en ervaren beperkingen. Ondanks deze aanpassingen bleven echter aanhoudend zorgen bestaan met betrekking tot jouw functioneren en was geen sprake van een volledige re-integratie naar jouw volledige takenpakket binnen MRON als nucleair geneeskundige. Deze stagnering in de re-integratie vormde daarop aanleiding voor MRON om een onderzoek te laten doen door een arbeidsdeskundige, mevrouw [M] . Deze heeft in februari 2020 geconcludeerd dat jij, ondanks de door MRON in overleg met jou en de betrokken deskundigen (d.w.z. de bedrijfsarts, de GZ-psycholoog en de jobcoach) doorgevoerde aanpassingen in de arbeidsomstandigheden en taken op dit moment niet geschikt bent voor de uitvoering van jouw eigen werkzaamheden als nucleair geneeskundige in zijn volle omvang. Zij concludeert dat bijna alle te onderscheiden soorten werkzaamheden die jij als nucleair geneeskundige moet vervullen binnen MRON, jouw belastbaarheid overschrijden. Het bestuur van MRON wijst erop dat zij, mede gelet op het reeds uitgebreid doorlopen processen van persoonlijke begeleiding, coaching, onderzoek, aanpassing van de arbeidsomstandigheden en re-integratie, de conclusies van de arbeidsdeskundige als zeer zorgwekkend en ernstig beoordeeld. Dit hangt samen met enerzijds de eindverantwoordelijkheid die het bestuur van MRON draagt voor de kwaliteit en veiligheid van de door MRON geleverde nucleair geneeskundige zorg en anderzijds de verantwoordelijkheid die MRON voelt voor jou als persoon en als bestuurder, aandeelhouder en medisch specialist van MRON. Vanuit deze verantwoordelijkheden heeft het bestuur besloten om jouw taken en werkzaamheden met ingang van heden te beperken tot het analyseren foto's en verslaglegging daarvan. Voorts wijst het bestuur van MRON erop dat, mede gelet op het verloop van de gebeurtenissen, de aanhoudende zorgen en signalen ten aanzien van jouw functioneren en de bevindingen van de GZ-psycholoog, de bedrijfsarts en de arbeidsdeskundige, er aanhoudend ernstige zorgen en zeer sterke twijfels bestaan of jij wel voldoet en structureel kunt voldoen aan de eisen die, mede gelet op de zeven CanMed-competenties, worden gesteld aan het functioneren als medisch specialist in het algemeen en nucleair geneeskundige bij MRON in het bijzonder. Bij het bestuur van MRON is het beeld ontstaan dat, mede gelet op de bevindingen en signalen van de afgelopen twee jaren, jij je helaas bevindt in een structurele situatie van tekortschietende beroepscompetenties. In december 2018 is eerder een onderzoekstraject naar jouw functioneren op grond van het regelement 'Mogelijk disfunctioneren Medisch Specialisten MST gestart maar voorlopig 'on hold' gezet. Het bestuur van MRON ziet in de voorgaande gebeurtenissen en bevindingen thans aanleiding om opnieuw een melding te overwegen bij het Stafbestuur MST om een onderzoek te initiëren naar jouw functioneren. Meer in het bijzonder zal dit functioneringsonderzoek zich volgens ons moeten richten op de vraag of jij, mede gelet op de structurele beperkingen in jouw belastbaarheid, die zeer waarschijnlijk het gevolg zijn van een stoornis in het autistisch spectrum, structureel en op een verantwoorde wijze voldoet en kan blijven voldoen aan de Canmed-competenties voor medisch specialisten, die onverkort gelden voor nucleair geneeskundigen van MRON en medisch specialisten werkzaam in het MST. Over ons voornemen om een melding te doen aan het Stafbestuur hebben wij jou middels ons gesprek per heden op de hoogte gebracht. In dit gesprek hebben wij de redenen van ons voornemen toegelicht en jij hebt daarop kunnen reageren. In vervolg daarop zullen wij eerst een gesprek met de voorzitter van het medisch stafbestuur van MST hebben waarin wij ons voornemen eveneens zullen toelichten en bespreken. Naar aanleiding daarvan neemt het bestuur van MRON een definitief besluit ten aanzien van het doen van een melding. Wij gaan ervan uit dat je begrip hebt voor de genomen maatregelen en dat jij je volledige medewerking zal verlenen aan de komende gesprekken en het eventuele daarop volgende functioneringsonderzoek. Wij zullen het initiatief nemen om een afspraak te maken met het Stafbestuur. 3.18. Desondanks kwam [verzoekster] op 16 maart 2020 met een re-integratieplan en maakte zij bij brief d.d. 20 maart 2020 bezwaar tegen de opgelegde beperkingen in haar werkzaamheden en taken. Aangekondigd werd dat zij zich zal laten bijstaan door een ter zake deskundige. 3.19. De door [B] bij brief van 13 maart 2020 aangekondigde melding werd namens het bestuur MRON door [A] mondeling gedaan, waarna er op 20 maart 2020 een gesprek heeft plaatsgevonden tussen het stafbestuur MRON en de heren [N] , [P] (voorzitter Medisch Stafbestuur MST) en [A] en [verzoekster] . 3.20. Op 2 april 2020 vond er een gesprek plaats tussen [A] en [verzoekster] . Daarbij werd de afspraak gemaakt dat er op 8 april 2020 met [E] gesproken zou worden over het Soft Signals traject. 3.21. Op 8 april 2020 vond het gesprek tussen [verzoekster] , [A] en [E] plaats. [E] heeft van dit gesprek een verslag gedeeld via de e-mail. Zij schrijft: In het gesprek is vastgesteld dat de bedrijfsarts heeft aangegeven dat [verzoekster] er op medische gronden geen beperking in uren meer is. Dus geen reden meer om het signalen traject langer te pauzeren. [verzoekster] wil graag de zorgen die er eerder waren middels een verbeterplan aanpakken en wil graag haar taken hervatten. De medische gronden waarop ze is uitgevallen en onderzoeken die in het kader hiervan zijn gedaan wil ze niet delen, die zijn medisch geheim. [A] als medisch manager, zegt dat de problemen die aanleiding waren tot het signalen traject een relatie hebben met de medische diagnose en dat het afgelopen jaar duidelijk is geworden dat er onvoldoende verbetering mogelijk zal zijn om een signalen traject nu verder aan te gaan. Tevens heeft hij ernstige zorgen over patiënt veiligheid in het geval van het hervatten van alle taken die passen in het werk van een nucleair geneeskundige door [verzoekster] . Beide partijen zijn het niet eens over de haalbaarheid van een signalen traject. Dit conflict lijkt in deze bijeenkomst niet oplosbaar. [E] als procesbegeleider stelt vast dat het signalen proces alleen plaats kan vinden als beide partijen hieraan willen meewerken. Wel is er nog steeds een zorg rond de mankerende kwaliteit / professionele competentie in de domeinen van samenwerken en communicatie die nu niet is opgelost. Het ethische dilemma en de verplichting van iedere medisch professional zelf en diens collega rond de melding van onveilige patiëntenzorg en medisch geheim is besproken. Ieders eigen verantwoordelijkheid hierin is genoemd. Afgesproken is dat het bestuur van MRON als werkgever nog een gesprek met [verzoekster] zal hebben over vervolgstappen. Als hier een afspraak uitkomt waar alle partijen mee in kunnen stemmen en dit recht doet aan de zorgen die er leven, dit door de medisch manager aan [E] als de procesbegeleider wordt terug gekoppeld. Als er geen overeenstemming komt over de vervolg stappen zal het stoppen van het signalen traject zonder goede oplossing aan het medisch stafbestuur worden gemeld conform stap 3.4 van het document tijdelijk verminderd functioneren. 3.22. Op 29 april 2020 is door [verzoekster] en haar “spiegel” een Standaard eindformulier IFMS ingevuld. In die beoordeling was o.a. het volgende opgenomen: -Toegankelijk voor ad hoc overleg-Prettige interdisciplinaire samenwerking met o.m. radiotherapie en klinische fysica. -Prettige samenwerking met medewerkers op de afdeling. -Geduldig. Bij vragen of beslismomenten wordt rustig de tijd genomen om alle afwegingen te maken Bereikbaar/toegankelijk -Fijn in het contact, makkelijk benaderbaar en behulpzaam. Betrouwbaar -Interesse in het vak en nieuwe ontwikkelingen erin, deskundig. -goed en snel antwoord op vragen. Komt afspraken na. -Het is heel fijn om te zien dat je onderdeel van de afdeling bent door bijvoorbeeld wat vaker fysiek in de koffiekamer te zitten, waardoor ook de wat meer informele werkgesprekken plaats kunnen vinden. [verzoekster] is de laatste maanden wel vaker te vinden in de koffiekamer. De jaren daarvoor was [verzoekster] erg op zichzelf en weinig sociaal. 3.23. [verzoekster] heeft op 8 mei 2020 een psychiatrisch onderzoek laten uitvoeren om te onderzoeken of daadwerkelijk sprake was van een stoornis in het autistisch spectrum. Het onderzoek werd uitgevoerd door psychiater mevrouw [R] in samenwerking met een neuropsycholoog Zij concludeert o.a.: dat de ervaren klachten passend zijn bij een psychische overbelasting als gevolg van de genoemde omstandigheden op het werk. De klachten van piekeren en slechter slapen zijn een logisch gevolg van deze omstandigheden, invoelbaar en proportioneel en kwalificeren niet voor een psychiatrische stoornis, evenmin conform een DSM-5 classificatie. 3.24. Vervolgens vond er op 14 mei 2020 een gesprek plaats tussen het bestuur van MRON en [verzoekster] met haar coach. [B] vatte het gesprek als volgt samen: Er binnen MRON gezien de blijvende beperkingen van [verzoekster] geen toekomst is. We hebben een eindpunt bereikt van een lang en grondig traject. Het werk van nucleair geneeskundige binnen MRON is gezien de beperkingen niet passend en ook niet passend te maken voor [verzoekster] . De tijdelijke situatie van alleen het verrichten van ongestoorde verslaglegging niet op deze wijze gecontinueerd kan worden en dat [verzoekster] per direct wordt vrijgesteld van haar werk. Eventueel kan gezamenlijk gekeken worden naar het op arbeidstherapeutische basis blijven verrichten van de verslaglegging (en onder supervisie) om haar vaardigheden en binding met het vak te behouden. Dit is echter een tijdelijke situatie. MRON als goed werkgever [verzoekster] wil (laten) begeleiden in haar re-integratie buiten MRON, en haar alle tijd en aandacht wil geven zich daarop te richten. We gezamenlijk moeten toewerken naar een maatwerkoplossing in een vaststellingsovereenkomst. MRON zal hiertoe het initiatief nemen. MRON gaat nu op zoek naar een vervanging voor het overnemen van haar werkzaamheden als nucleair geneeskundige 3.25. Naar aanleiding van dit verslag mailde [verzoekster] op 18 mei 2020 aan [C] o.a.: Ik kan me in het verslag op een aantal relevante onderdelen niet vinden en bevestig nogmaals dat ik absoluut niet instem met de conclusies waar jullie kennelijk toe zijn gekomen, noch voor wat betreft de stelligheid van de "diagnose", noch voor wat betreft mijn geschiktheid voor mijn werk. Ik ben geschokt en zeer teleurgesteld door de achteloze manier waarop mijn mededeling over de uitkomst van het onderzoek van de psychiater (uitgevoerd in samenwerking met een neuropsycholoog), dat er geen reden is mij het etiket ASS op te plakken, iets dat overeenkomt met het oordeel van de arts ingeschakeld door de arbeidsongeschiktheidsverzekering, terzijde werd geschoven. Na al die tijd waarin het oordeel van de door MRON aangezochte psycholoog onwaarschijnlijk zwaar op mij heeft gedrukt, en de negatieve uitwerking die dat oordeel op mij en mijn gezondheid heeft gehad meende ik op zijn minst iets van erkenning van het belang van die mededeling te mogen verwachten. [C] antwoordde daarop met: Wij betwisten dat wij dit op een achteloze manier terzijde hebben geschoven, wij betwisten al helemaal dat wij jou het etiket ASS hebben opgeplakt. Dat hebben wij uiteraard niet. Wij zijn wel verbaasd geweest over deze mededeling omdat dit voor ons uit de spreekwoordelijke hoge hoed kwam. Je hebt ons nooit iets gezegd over de inschakeling van je arbeidsongeschiktheidsverzekering, en dat er kennelijk een medische expertise in dat verband (of anderszins) heeft plaatsgevonden. Uiteraard heb je daartoe het recht, en wij nemen aan datje deze verzekering ook niet voor niets hebt ingeschakeld. Maar wij menen wel, voortvloeiende ook uit de manier waarop wij vinden dat we met elkaar om moeten gaan (kernwaarden MRON), datje ons hierover vooraf had moeten informeren. Zeker als het kennelijk zo wezenlijk voor je is. Indien het tot een uitkering onder deze verzekering is gekomen of gaat komen dienen wij hiermee rekening te houden, onder andere in onze betalingen aan jou. Overigens merken wij op, dat een arbeidsongeschiktheidsverzekeraar in het algemeen alles in het werk zal stellen om niet tot uitkering te komen, dus wij zullen een onderliggend medisch oordeel in dit verband niet als objectief en onafhankelijk kunnen en hoeven te beschouwen 3.26. Vervolgens vroeg [verzoekster] bij e-mail d.d. 23 juni 2020 aan [bedrijfsarts] om de probleemanalyse van 22 augustus 2019 aan te passen, gelet op de uitkomst van het onderzoek door psychiater [R] . Verzocht werd om een snelle reactie om reden dat die probleemanalyse een forse belemmering is voor haar re-integratie. 3.27. [bedrijfsarts] reageerde twee dagen later met: Wat een fijn bericht van de psychiater en de neuropsycholoog. Het lijkt me dan ook prima om het eigen werk weer volledig te gaan hervatten. Zullen we hier nog even telefonisch contact over hebben? 3.28. Op de mededeling dat [verzoekster] het eigen werk weer kan hervatten, komt de bedrijfsarts echter terug. Ze mailde [verzoekster] op 2 juli 2020: Op 26-06-20 hebben wij een kort telefonisch overleg gevoerd. Ik heb daarbij met je besproken dat er een onafhankelijke beoordeling gaat komen van het rapport van de psychiater en dat ik wacht op de uitslag van dit onderzoek alvorens stappen te gaan zetten op gebied van de re-integratie. Dat betekent concreet dat er pas op de plaats wordt gemaakt en jij je werk nog niet kunt gaan hervatten. 3.29. In augustus 2020 vond er mediation plaats zonder dat dit tot enig resultaat leidde. 3.30. Bij e-mail d.d. 8 september 2020, gericht aan het dagelijks bestuur van MRON, aan [C] en aan [A] in cc, stuurde [verzoekster] een voorstel voor het uitbreiden van haar taken. Namens MRON antwoordde [A] op 9 september 2020 : Gisteren heeft MRON bericht gekregen van de bedrijfsarts dat er geen aantoonbare aanwijzingen zijn bij jou die duiden op ziekte of gebrek. In een eerder stadium gaf je aan datje jezelf in staat acht het vak van Nucleair Geneeskundige in de volle omvang te kunnen uitvoeren. Er zijn dus nu naar ons idee, ondanks de persisterende zorgen over jouw functioneren, geen mogelijkheden meer voor het bestuur van MRON om jouw werkzaamheden te beperken. Derhalve zullen we jou per direct de werkzaamheden die horen bij het vak weer in de volle breedte laten uitvoeren, inclusief de neventaken. Dit zullen we ook communiceren naar de collega's binnen MRON en de afdeling. De eerder voor jou gedane aanpassingen (o.a. in werkomgeving en werkinhoud) komen hiermee dus ook te vervallen. Wat betreft de samenwerking: zodra [X] terug is van vakantie zullen we hier een afspraak over inplannen. Zoals afgesproken met [E] in haar mail van 09-04-2020 zullen we haar terugkoppelen dat er geen afspraken gemaakt konden worden die recht doen aan de zorgen die leven. Zoals door haar beschreven zal conform stap 3.4 van het document tijdelijk verminderd functioneren dus ook melding gedaan worden bij het Medisch Stafbestuur. 3.31. Op 23 september 2020 heeft [A] namens MRON de aangekondigde melding gedaan conform artikel 2.4 van het Reglement mogelijk (structureel) disfunctioneren medisch specialisten. 3.32. Naar aanleiding hiervan werd op 7 oktober 2020 een gesprek gehouden tussen het Medisch Stafbestuur, [A] en [verzoekster] . Het Medisch Stafbestuur vond na beraad dat de melding ontvankelijk was en in behandeling diende te worden genomen, hetgeen [verzoekster] bij brief van 30 oktober 2020 werd meegedeeld. Op 11 december 2020 werd de melding definitief ontvankelijk verklaard en werd een commissie Ad Hoc samengesteld om het functioneren van [verzoekster] binnen de context van MST te onderzoeken. 3.33. Deze onderzoekscommissie bestond uit: Voorzitter: mevrouw mr. [S] , advocaat gezondheidsrecht Leden: mevrouw drs. [T] , kinderarts MST mevrouw drs. [U] , klinisch psycholoog MST de heer dr. [V] , gepensioneerd nucleair geneeskundige. 3.34. In de samenvatting van het onderzoeksrapport van 7 mei 2021 schrijft de commissie Ad Hoc: Op basis van de gesprekken en aangeleverde documentatie komt de commissie tot de volgende conclusies: er is sprake van (enige vorm van) disfunctioneren op het gebied van professioneel gedrag, met name op het gebied van de competenties samenwerken, communicatie en professionaliteit; er is sprake van onvoldoende zelfreflectie en inzicht in het effect van haar handelen. Dit speelt een grote rol in de mate van functioneren; er is geen sprake geweest van een concreet en SMART geformuleerd verbetertraject maar er is wel voldoende aandacht geweest voor het functioneren van [verzoekster] en het verbeteren daarvan; het bestuur van MRON resp. de medisch manager alsmede de collega’s van de vakgroep Nucleaire Geneeskunde MST, verwijzers en andere direct met [verzoekster] samenwerkende 3 collega’s hebben zich voldoende ingespannen om het functioneren van [verzoekster] te doen verbeteren. Zij hebben haar aangesproken, ondersteund en begeleid. Aan de vier cumulatieve vereisten om te komen tot een verbetertraject, namelijk a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.