← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2023:1022

RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer: 10104842 \ CV EXPL 22-3369 Vonnis van 21 februari 2023 in de zaak van de stichting STICHTING DELTAWONEN, gevestigd in Zwolle, eisende partij, hierna te noemen: deltaWonen, gemachtigde: mr. B.J. van den Berg, tegen 1 [gedaagde sub 1] , wonende in [woonplaats] ,

  1. [gedaagde sub 2], wonende in [woonplaats] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.
  2. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 15 november 2022, waarin een mondelinge behandeling is bepaald, - de mondelinge behandeling van 18 januari 2023, waarbij partijen zijn verschenen en waarvan aantekeningen zijn gemaakt door de griffier, - ter zitting door [gedaagde] overgelegde foto’s, - spreekaantekeningen aan de kant van deltaWonen. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Inleiding en korte samenvatting van de beslissing 2.
  4. [gedaagde] heeft aan de gevel van zijn woning die hij van deltaWonen huurt een camera bevestigd. Deze woning bevindt zich in een flatgebouw, welk flatgebouw eigendom is van deltaWonen. Nadat deltaWonen van andere huurders in het flatgebouw klachten heeft ontvangen over deze camera, vordert deltaWonen in deze procedure verwijdering van die camera. 2.
  5. De kantonrechter wijst de vordering van deltaWonen tot verwijdering van de camera toe. Partijen zijn in de algemene huurvoorwaarden overeengekomen dat [gedaagde] niet zonder voorafgaande toestemming van deltaWonen veranderingen of toevoegingen aan de buitenzijde van de woning mag aanbrengen. Omdat vast staat dat [gedaagde] geen toestemming heeft gekregen voor het plaatsen van de camera heeft [gedaagde] in strijd met de huurovereenkomst gehandeld en kan deltaWonen hier tegen optreden. DeltaWonen heeft een gerechtvaardigd belang bij handhaving van deze bepaling uit de algemene huurvoorwaarden, namelijk het waarborgen van de persoonlijke levenssfeer van andere huurders in het flatgebouw. 2.
  6. Dit verkort weergegeven oordeel zal hierna uitgebreider worden uitgelegd. 3De feiten 3.
  7. [gedaagde] huurt met ingang van 30 juni 2010 de woning aan [het adres] in [woonplaats] van deltaWonen. Op de huurovereenkomst zijn de algemene huurvoorwaarden (hierna: de huurvoorwaarden) van deltaWonen van toepassing verklaard. 3.
  8. In de huurvoorwaarden van deltaWonen staan onder meer de volgende bepalingen: Artikel
  9. Het aanbrengen van veranderingen en toevoegingen door huurder (…) 9.3 Voor veranderingen en toevoegingen aan de buitenzijde van het gehuurde behoeft huurder vóóraf de schriftelijke toestemming van verhuurder. 9.4 Alle veranderingen die in strijd met de voorwaarden van verhuurder zijn aangebracht zullen op eerste aanzegging van verhuurder ongedaan worden gemaakt door huurder. 3.
  10. In mei 2022 heeft [gedaagde] een camera aan de buitengeval van zijn woning geplaatst. 3.
  11. DeltaWonen heeft [gedaagde] verzocht de camera te verwijderen. [gedaagde] heeft niet aan dit verzoek voldaan. 4Het geschil 4.
  12. DeltaWonen vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot verwijdering van de camera aan de gevel van de woning aan [het adres] in [woonplaats] , op straffe van een dwangsom. Daarnaast vordert deltaWonen, indien [gedaagde] niet aan die veroordeling heeft voldaan en het maximum aan dwangsommen is verbeurd, een machtiging om in de woning van [gedaagde] te mogen om de camera te kunnen (laten) verwijderen. Verder vordert deltaWonen een verbod voor [gedaagde] om aan de gevel een camera te hangen, op straffe van een dwangsom. Ten slotte vordert deltaWonen veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. 4.
  13. DeltaWonen heeft ter onderbouwing van haar vordering – kort samengevat – het volgende aangevoerd. DeltaWonen heeft klachten van omwonenden over de camera van [gedaagde] ontvangen. Deze omwonenden zijn ook huurders bij deltaWonen, zij geven aan dat de camera van [gedaagde] inbreuk maakt op hun privacy. DeltaWonen heeft [gedaagde] meermaals gevraagd de camera te verwijderen, maar dat heeft hij niet gedaan. 4.
  14. [gedaagde] heeft verweer gevoerd en daartoe – kort samengevat – het volgende aangevoerd. [gedaagde] filmt met de camera alleen zijn eigen eigendommen, te weten een tweetal auto’s. [gedaagde] heeft de camera geplaatst omdat een bewoner van een naastgelegen flat bedreigingen richting hem en zijn auto’s heeft geuit. Als de auto’s er niet staan, dan wordt er niet gefilmd. Staan de auto’s er wel dan zoomt de camera in op de auto’s. De beelden worden 48 uur opgeslagen, daarna worden ze verwijderd. De beelden worden niet verspreid en alleen op verzoek gedeeld met de wijkagent. 4.
  15. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5De beoordeling 5.
  16. In deze zaak gaat het om de vraag of [gedaagde] de camera die hij aan de buitengevel van zijn woning heeft bevestigd, moet verwijderen. De huurvoorwaarden: voorafgaande toestemming vereist voor veranderingen aan de buitengevel 5.
  17. De kantonrechter stelt voorop dat het [gedaagde] in beginsel is toegestaan om zonder toestemming van deltaWonen veranderingen en toevoegingen aan te brengen die bij het einde van de huur zonder noemenswaardige kosten ongedaan kunnen worden gemaakt en verwijderd, zie artikel 7:215 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Voor veranderingen en toevoegingen aan de buitenzijde van het gehuurde kan de verhuurder voorafgaande schriftelijke toestemming van de verhuurder verlangen, zie artikel 7:215 lid 6 BW. Dit laatste heeft deltaWonen gedaan door artikel 9.3 in haar huurvoorwaarden op te nemen. Het staat vast dat [gedaagde] geen toestemming heeft gekregen voor het plaatsen van de camera aan de buitengevel, zodat sprake is van overtreding van artikel 9.3 van de huurvoorwaarden. Ook staat vast dat deltaWonen [gedaagde] overeenkomstig artikel 9.4 van de huurvoorwaarden heeft aangezegd de camera te verwijderen, maar dat [gedaagde] daar geen gehoor aan heeft gegeven. DeltaWonen staat dan ook in haar recht om, zoals zij in deze procedure doet, verwijdering van de camera te vorderen. 5.
  18. Dat [gedaagde] heeft aangevoerd een gerechtvaardigd belang bij de camera te hebben, gelet op bedreigingen die richting hem en zijn auto’s zijn gericht, maakt het oordeel van de kantonrechter niet anders. Hoewel de kantonrechter de beweegredenen van [gedaagde] wel begrijpt, staat in deze zaak vast dat het, krachtens de huurvoorwaarden die op de huurovereenkomst van toepassing zijn, [gedaagde] niet is toegestaan om zonder voorafgaande schriftelijke toestemming een of meer camera’s aan de buitenkant van de woning te hangen. De reden voor het aanbrengen van de camera aan de gevel speelt in de (juridische) beoordeling van deze zaak geen rol. Om die reden gaat de kantonrechter aan dit argument van [gedaagde] voorbij. Handelt deltaWonen willekeurig door [gedaagde] op zijn camera aan te spreken? 5.
  19. [gedaagde] heeft nog aangevoerd dat andere huurders bijvoorbeeld schotelantennes en airco’s aan de buitenkant van hun woning hebben geplaatst, en dat deltaWonen willekeurig is in de handhaving van haar regels door alleen tegen zijn camera op te treden. Dit argument kan [gedaagde] niet baten. Ten eerste omdat het niets afdoet aan het feit dat [gedaagde] zonder toestemming een camera aan de buitengevel heeft geplaatst en deltaWonen daar dus tegen kan en mag optreden. De kantonrechter is daarnaast van oordeel dat een camera niet met een schotelantenne of een airco kan worden vergeleken. Een camera dient namelijk een heel ander doel dan een schotelantenne of een airco. Daarnaast kan een camera, in tegenstelling tot een schotelantenne of een airco, het gevoel van privacy van omwonenden aantasten en daarmee een inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van omwonenden. En het is de kantonrechter niet gebleken dat deltaWonen aan andere bewoners wel toestaat om camera’s aan de buitenmuur te hangen. Aan dit argument van [gedaagde] gaat de kantonrechter dan ook voorbij. Conclusie 5.
  20. De slotsom is dat [gedaagde] de camera zal moeten verwijderen. Tegen de gevorderde dwangsom is door [gedaagde] geen verweer gevoerd, zodat deze als op de wet gegrond zal worden toegewezen. 5.
  21. De gevorderde machtiging van deltaWonen om zich toegang tot het gehuurde te verschaffen om zo, indien [gedaagde] niet aan de veroordeling in dit vonnis heeft voldaan en het maximum aan dwangsommen is verbeurd, de camera zelf te (laten) verwijderen, zal worden afgewezen. Op grond van de Algemene wet op het binnentreden is een schriftelijke machtiging nodig voor het binnentreden van een woning zonder toestemming van de bewoner. Tot het afgeven van een dergelijke machtiging zijn enkel de in de wet genoemde functionarissen bevoegd, waartoe de (civiele) rechter niet behoort. Voor de tenuitvoerlegging van de veroordeling tot verwijdering van de camera, zal deltaWonen een deurwaarder moeten inschakelen. 5.
  22. Het door deltaWonen gevorderde verbod voor [gedaagde] om een camera aan de gevel aan te (laten) brengen komt naar het oordeel van de kantonrechter, op grond van voorgaande overwegingen wel voor toewijzing in aanmerking, met dien verstande dat dit alleen verboden is zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van deltaWonen. Daarnaast zal de gevorderde dwangsom worden gemaximeerd zoals hierna onder de beslissing is vermeldt. Tot slot: de proceskosten 5.
  23. [gedaagde] is de partij die overwegend ongelijk krijgt en hij zal daarom hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van deltaWonen als volgt vastgesteld: - kosten van de dagvaarding € 129,83 - griffierecht € 128,00 - salaris gemachtigde € 374,00 (2,00 punten × € 187,00) Totaal € 631,83 5.
  24. De gevorderde veroordeling in de nakosten is toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld. 5.
  25. De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen. 6De beslissing De kantonrechter 6.
  26. veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de camera aan de buitengevel van de woning aan [het adres] in [woonplaats] te verwijderen en verwijderd te houden, 6.
  27. veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk om aan deltaWonen een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt, 6.
  28. veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van deltaWonen tot dit vonnis vastgesteld op € 631,83, 6.
  29. verbiedt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk om aan de gevel van het gehuurde aan de [het adres] te [woonplaats] een camera aan te (laten) brengen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van deltaWonen, op straffe van een dwangsom van € 50,00 per dag voor iedere dag dat zij, na betekening van dit vonnis, in strijd handelt met dit verbod, tot een maximum van € 2.000,00 is bereikt; 6.
  30. veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 93,50 aan salaris gemachtigde, 6.
  31. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 6.
  32. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. F. Koster en in het openbaar uitgesproken op 21 februari
  33. (wv)

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.