← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2023:1741

RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08-068601-21 (P) Datum vonnis: 16 mei 2023 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1965 in [geboorteplaats] (Suriname), wonende aan de [adres] . 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 2 mei 2023. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. L.J. Bronkhorst en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. J.B.A. Kalk, advocaat in Enschede, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte al dan niet samen met anderen, opzettelijk 60,56 kilogram cocaïne heeft vervoerd of aanwezig heeft gehad. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: hij op of omstreeks 10 maart 2021 te Almelo, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 60,56 kilogram, althans een (zeer grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De bewijsmotivering 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank stelt op basis van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting vast dat verdachte op 10 maart 2021 in Almelo gedurende korte tijd in een Mercedes Vito heeft gereden en dat er later op die dag 60,56 kilogram cocaïne in dat voertuig is aangetroffen. De rechtbank kan op basis van wettige bewijsmiddelen niet vaststellen wanneer en hoe deze cocaïne in de Mercedes Vito is terechtgekomen en of verdachte die cocaïne daadwerkelijk heeft vervoerd of opzettelijk aanwezig heeft gehad. Het enige aanknopingspunt voor het antwoord op die vraag is de verklaring die medeverdachte [medeverdachte] ter terechtzitting in zijn zaak heeft afgelegd. De rechtbank acht die verklaring onvoldoende betrouwbaar om tot het bewijs te dienen. De rechtbank acht op grond van het bovenstaande niet bewezen wat aan verdachte is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. 5De beslissing De rechtbank: vrijspraak - verklaart niet bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. A.M.G. Ellenbroek en mr. L.J.C. Hangx, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.J. ten Brink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2023.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.