RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zwolle zaaknummers : C/08/293168 / HA ZA 23-96 (verzetzaak) C/08/296010 /HA ZA 23-173 (verzetzaak) Vonnis van 7 juni 2023 [partij A] , wonende te [woonplaats 1] , geopposeerde (oorspronkelijk eiseres) in de zaak C/08/293168 / HA ZA 23-96 opposant (oorspronkelijk gedaagde) in de zaak C/08/296010/ HA ZA 23-173 advocaat: mr. E. Lucas te Lelystad, tegen [partij B] , wonende te [woonplaats 2] , opposant (oorspronkelijk gedaagde) in de zaak C/08/293168 / HA ZA 23-96 geopposeerde (oorspronkelijk eiser) in de zaak C/08/296010 / HA ZA 23-173 advocaat: mr. I. Mercanoglu te Almelo. Partijen in beide bovengenoemde zaken worden hierna aangeduid als de vrouw respectievelijk de man. 1De procedure 1.1. Het procesverloop in de verzetzaak C/08/293168 / HA ZA 23-96 is als volgt: het door deze rechtbank op 1 februari 2017 bij verstek gewezen vonnis onder zaaknummer C/08/195955 / HA ZA 16-561; de verzetdagvaarding van 23 februari 2023 van de man (aan te merken als de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie); de conclusie van antwoord in oppositie, tevens voorwaardelijke vermeerdering van eis van de vrouw. 1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 mei 2023. Verschenen zijn: de man, bijgestaan door zijn advocaat; de vrouw, bijgestaan door haar advocaat. 1.3. Het procesverloop in de verzetzaak C/08/296010 / HA ZA 23-173 is als volgt: het door deze rechtbank op 15 maart 2023 bij verstek gewezen vonnis in de verdelingszaak van de man onder zaaknummer C/08/291936 / HA ZA 23-68; de verzetdagvaarding van 21 april 2023 van de vrouw (aan te merken als de conclusie van antwoord); aanvankelijk heeft de man niet gereageerd op de daarvoor in voornoemde dagvaarding aangewezen rolzitting van 10 mei 2023 en evenmin op 24 mei 2023; nadat een datum voor het vonnis was bepaald, heeft de advocaat van de man zich alsnog op 30 mei 2023 gesteld in deze verzetprocedure. 1.4. De rechtbank heeft - louter ten overvloede: met verkregen instemming van beide partijen tijdens de mondelinge behandeling - ter zitting medegedeeld en bepaald in beide zaken gelijktijdig en onder voeging van beide procedures uitspraak te doen ter voorkoming van identieke of tegengestelde rechterlijke uitspraken. Beide procedures tussen partijen als ex-echtgenoten zijn inhoudelijk immers geheel identiek qua geschil. 1.5. De vorderingen van de man in de verdelingszaak (C/08/291936 / HA ZA 23-68 en bijbehorende verzetzaak C/08/296010 / HA ZA 23-173) zal de rechtbank niet-ontvankelijk verklaren respectievelijk afwijzen, omdat deze vorderingen - zoals gemeld - naadloos overeenkomen met hetgeen de man vordert in de verzetzaak met zaaknummer C/08/293168 / HA ZA 23-96 en de rechter identieke dan wel tegenstrijdige rechterlijke uitspraken moet voorkomen. De man heeft ook geen belang bij een inhoudelijke beslissing in die procedure. De man is, zoals hieronder zal blijken, ontvankelijk in zijn verzet in de zaak C/08/293168 / HA ZA 23-96, zodat een (verdere) behandeling van de verzetzaak C/08/296010 / HA ZA 23-173 geen enkele toegevoegde waarde heeft. De rechtbank zal het verstekvonnis van 15 maart 2023 in de zaak C/08/291936 HA ZA 23-68 daarom vernietigen. 1.6. Het vonnis in de beide verzetzaken is bepaald op vandaag. 2De feiten en het geschil in conventie en in reconventie 2.1. Partijen hebben de Nederlandse nationaliteit. Zij zijn tussen 16 januari 2006 en 1 maart 2012 gehuwd geweest in algehele gemeenschap van goederen. Partijen hebben voorafgaand aan de echtscheiding op 15 september 2011 een echtscheidingsconvenant getekend. In dit convenant is - voor zover thans van belang - opgenomen dat de door de vrouw bewoonde voormalig echtelijke woning, [adres] , vooralsnog niet wordt verkocht/verdeeld (vanwege de onderwaarde van de woning). Bij toekomstige verkoop wordt de eventuele overwaarde bij helfte verdeeld en komt een eventuele onderwaarde geheel voor rekening van de vrouw. En voorts bepaalt het convenant dat de vrouw in afwachting van de verdeling alle aan de woning(financiering) verbonden hypotheekrente/-premielasten blijft voldoen, en dat de man bij emigratie zal meewerken aan toedeling van de woning aan de vrouw, onder ontslag van de man uit de hoofdelijke aansprakelijkheid/begunstiging voor de hypotheek(polis). 2.2. De aflossingsvrije hypotheek bedraagt sedert 2011 ongewijzigd € 165.995,-. In afwijking van de afspraken in het convenant, heeft de man sedert het ondertekenen van het convenant niet 25% van de kosten van groot onderhoud gedragen, terzake waarvan de vrouw door haar betaalde facturen heeft overgelegd. In genoemd convenant nam de vrouw voorts op zich een tot uiterlijk 1 september 2016 lopende partneralimentatieverplichting jegens de man. 2.3. De man is in 2012 zonder kennisgeving aan de vrouw en zonder adresgegevens kenbaar te maken en onder uitschrijving uit de BRP geëmigreerd naar zijn land van herkomst, Irak. Hij is in 2022/23 opnieuw naar Nederland gekomen. Ondanks de partij-afspraak in het convenant over het eindigen van de partneralimentatieverplichting van de vrouw jegens de man ingeval van emigratie van de man, is de vrouw de partneralimentatie blijven voldoen tot medio 2015. 2.4. Blijkens overgelegde producties hebben partijen na hun echtscheiding e-mail contact onderhouden in 2015 zonder dat dit over en weer tot stappen heeft geleid voor wat betreft onderhandse verkoop dan wel toedeling van de voormalig echtelijke woning aan de vrouw. In 2015 is de vrouw opnieuw gehuwd. 2.5. De rechtbank heeft op 1 februari 2017 bovengenoemd verstekvonnis gewezen onder zaaknummer / rolnummer C/08/195955 / HA ZA 16-561. Aan de vrouw, die bij dagvaarding stelde dat de man geen bekende woon- of verblijfplaats had in Nederland, deelde de rechtbank toe (verkort weergegeven) de voormalig echtelijke woning van partijen voor een (onder)waarde van € 153.000,- met tevens uitsluitend voor rekening van de vrouw de hypotheek bij Argenta Spaarbank N.V. ad € 165.995,-. 2.6. Op 24 februari 2017 heeft de deurwaarder in opdracht van de vrouw dit vonnis laten betekenen aan het parket van de ambtenaar van het Openbaar Ministerie Oost- Nederland te Arnhem. Op 1 maart 2017 is deze betekening gepubliceerd in de Staatscourant. 2.7. De vrouw heeft het verstekvonnis nimmer ten uitvoer gelegd, naar de vrouw ter zitting heeft gesteld, omdat zij de financiering in 2017 op eigen naam niet rond kreeg vanwege de onderwaarde van de woning en omdat zij in een (tweede) echtscheiding belandde. 2.8. Op 2 februari 2023 heeft de man op zijn beurt een verdelingsprocedure gestart (C/08/291936 HA ZA 23-68) en op 23 februari 2023 heeft de man een verzetdagvaarding tegen het verstekvonnis van 1 februari 2017 uitgebracht, stellend dat hij nimmer op de hoogte was van laatstgenoemd vonnis. 2.9. De vrouw heeft verstek laten gaan in de procedure die de man op 2 februari 2023 was gestart. Op 15 maart 2023 heeft de rechtbank daarom een verstekvonnis gewezen (onder zaaknummer C/08/291936 HA ZA 23-68). In dat vonnis stelt de rechtbank de verdeling van de woning vast conform de afspraken uit het echtscheidingsconvenant van 15 september 2011, in die zin dat de woning tegen de taxatieprijs aan de vrouw zal worden toegedeeld en de man zal worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire lening en de polissen bij Reaal aan gedaagde worden toegedeeld met verrekening. Van dit verstekvonnis is de vrouw in verzet gekomen bij dagvaarding van 21 april 2023 (zaaknummer C/08/296010 HA ZA 23-173). Zij wil op haar beurt dat dit verstekvonnis wordt vernietigd en dat de vordering van de man alsnog wordt afgewezen. De man heeft daarna in laatstgenoemde verzetprocedure niet meer gereageerd. 3De vorderingen van partijen in conventie en in reconventie 3.1. De vrouw heeft in 2017 gevorderd dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: - aan haar toedeelt de woning aan [adres] voor een waarde ad € 153.000,-, alsmede bepaalt dat zij draagplichtig zal zijn voor de op de woning rustende hypothecaire schuld bij Argenta Spaarbank N.V. van 165.995,-; - aan haar toedeelt de Reaalpolis met nummer [nummer] en de man veroordeelt tot het verlenen van medewerking aan wijziging van de tenaamstelling van deze polis op naam van de vrouw en/of het doen uitkeren van de volledige afkoopwaarde van deze polis aan de vrouw; - de man veroordeelt tot het verlenen van medewerking aan de overdracht van de woning aan de vrouw via een door de vrouw aan te wijzen notaris; - bepaalt dat de vrouw vervangende toestemming wordt verleend voor hetgeen in alle bovengenoemde veroordelingen is genoemd indien de man niet op eerste verzoek van de vrouw medewerking verleent, met de bepaling dat het vonnis op grond van artikel 3:300 lid 2 Burgerlijk Wetboek mede in de plaats zal treden van de door de notaris op te stellen akte van levering met betrekking tot de woning met toebehoren gelegen aan de [adres] aan de vrouw, voor zover het betreft het verlenen van toestemming van de man tot die levering; - de man veroordeelt tot betaling bij helfte van de kosten van de notariële overschrijving van het registergoed, de woning aan de [adres] , op naam van de vrouw met bepaling dat op dit ten laste van de man komende aandeel in mindering strekt hetgeen de vrouw uit hoofde van overbedeling en uit hoofde van onderhoudskosten € 812,68 met de man te verrekenen heeft; - de proceskosten compenseert. 3.2. Bij eerdergenoemd verstekvonnis van 1 februari 2017 zijn de vorderingen van de vrouw integraal toegewezen. 3.3. De man vordert thans in verzet tegen dit vonnis dat de rechtbank voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: de tenuitvoerlegging van het vonnis van 1 februari 2017 schorst; de man ontheft van de veroordeling, tegen hem uitgesproken bij vonnis van de rechtbank Overijssel van 1 februari 2017, tussen de vrouw als eiseres en de man als gedaagde met afwijzing van hetgeen de vrouw heeft verzocht; de procedure hervat in de stand waarin aan de man verstek is verleend en de verstekdagvaarding beschouwt als conclusie van antwoord in die zaak; partijen veroordeelt over te gaan tot de verdeling van de gezamenlijke woning zoals deze verdeling is overeengekomen in het echtscheidingsconvenant van 15 september 2011; de vrouw veroordeelt in de kosten van dit geding. 3.4. De vrouw voert verweer tegen de ontvankelijkheid van het verzet en tegen toewijzing van de vorderingen van de man. Zij vordert, voor het geval het verzet van de man ontvankelijk wordt verklaard en de rechtbank zou bepalen dat de woning (naar de huidige waarde) alsnog dient te worden toegedeeld aan de vrouw, in het kader van enige verdeling de sedert 2016 in de REAAL-polis gekweekte waarde geheel aan de vrouw toe te delen, zonder verrekening daarvan met de man voor zover de huidige waarde die van € 10.605,86 overstijgt, omdat slechts de vrouw de premies in die hypotheekspaarpot voldeed, en voorts de man te veroordelen in de kosten van het geding, zowel in conventie als in reconventie. 3.5. Hetgeen partijen aldus over en weer vorderen in de zaaknummers C/08/195955 / HA ZA 16-561 en C/08/293168 HA ZA 23-96 komt, zoals hierboven reeds vermeld geheel overeen met hetgeen zij over en weer vorderen in de zaaknummers C/08/291936 HA ZA 23-68 en C/08/296010 HA ZA 23-173. De rechtbank verwijst nogmaals naar rechtsoverweging 1.5. voor haar overwegingen inzake haar beslissingen dienaangaande. 3.6. Op de vorderingen van partijen, hun stellingen en verweren wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling in conventie en in reconventie ontvankelijkheid 4.1. Allereerst moet beoordeeld worden of het verzet van de man tegen het verstekvonnis van 1 februari 2017 tijdig en op de juiste wijze is ingesteld, zodat de man in zoverre in zijn verzet kan worden ontvangen. 4.2. De man voert hiertoe aan dat hij ten tijde van het wijzen van het voornoemde verstekvonnis in 2017 in Irak verbleef. Hij stelt dat hij nimmer op de hoogte is geweest van de procedure en dat de vrouw, hoewel zij over zijn contactgegevens in Irak beschikte (e-mail en telefoonnummer) nagelaten heeft om hem over de procedure en het vonnis te informeren. 4.3. Eventueel had de vrouw, aldus de man, via gezamenlijke kennissen/bekenden in Zwolle de man kunnen bereiken. De man stelt pas op 14 februari 2023 kennis te hebben genomen van het verstekvonnis van de rechtbank van 1 februari 2017. Hij heeft binnen een week nadien een verzetdagvaarding laten betekenen. 4.4. Op grond van artikel 143 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een bij verstek veroordeelde gedaagde in verzet komen tegen het verstekvonnis. Daarvoor geldt een termijn van vier weken vanaf (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.