← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2023:2455

RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Enschede Zaaknummer: 10551715 \ CV EXPL 23-2053 Vonnis in kort geding van 28 juni 2023 in de zaak van [curator] , in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de heer[eiser] , h.o.d.n. “ [bedrijf] ”,wonende te [woonplaats 1] , eisende partij, hierna te noemen [curator] q.q., gemachtigde: mr. O.J. de Vries, tegen [gedaagde] ,wonende te [woonplaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] , niet verschenen noch vertegenwoordigd. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 19 juni 2023; de mondelinge behandeling op 27 juni 2023, waar [curator] q.q. is verschenen. [gedaagde] is niet verschenen, noch vertegenwoordigd. 1.
  2. Tegen de niet verschenen [gedaagde] is verstek verleend. 1.
  3. Vervolgens is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  4. De heer [eiser] , handelend onder de naam [bedrijf] , is bij vonnis van deze rechtbank van 15 maart 2023 in staat van faillissement verklaard. Als curator in het faillissement is aangesteld mr. [curator] voornoemd. 2.
  5. [bedrijf] (onder)verhuurt de woning aan de [adres] aan [gedaagde] . [bedrijf] huurt voormelde woning van eigenaar [naam] . 2.
  6. [curator] q.q. heeft de (hoofd)huurovereenkomst tussen [bedrijf] en [naam] op grond van artikel 39 Faillissementswet opgezegd tegen 31 juli
  7. 3Het geschil en de beoordeling 3.
  8. De voorzieningenrechter stelt vast dat bij de dagvaarding de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen. 3.
  9. [curator] q.q. vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt: I. om binnen drie dagen na betekening van het te wijzen vonnis de woning aan de [adres] met al de zijnen en het zijne te ontruimen en ontruimd te houden en met inlevering van de sleutels ter algehele en vrije beschikking van [curator] q.q. te stellen; II. in de proceskosten en in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het wijzen van het vonnis indien en voor zover deze kosten niet binnen de termijn zijn voldaan. 3.
  10. Aan zijn vordering heeft [curator] q.q. het volgende ten grondslag gelegd. [gedaagde] schiet ernstig tekort in de nakoming van de huurovereenkomst. [gedaagde] gedraagt zich niet als goed huurder. [gedaagde] gebruikt c.q. handelt in verdovende middelen en veroorzaakt ernstige overlast. Verder is recent sprake geweest van diefstal van een CV-ketel en een subwoofer en heeft [gedaagde] een camera(systeem) vernield. 3.
  11. Gelet op de aard en inhoud van de vordering is het spoedeisend belang daarmee voldoende gegeven. 3.
  12. De vordering tot ontruiming zal worden toegewezen, nu de vordering de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. [gedaagde] heeft de stellingen die [curator] q.q. aan de ontruimingsvordering ten grondslag heeft gelegd, niet weersproken. Deze gedragingen van [gedaagde] zijn dermate ernstig dat voldoende aannemelijk is dat een rechter in een bodemprocedure tot ontbinding van de huurovereenkomst zal overgaan.De ontruimingstermijn zal daarbij worden gesteld op veertien dagen na betekening van dit vonnis. 3.
  13. [gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van [curator] q.q. als volgt vastgesteld: - kosten van de dagvaarding € 129,86 - griffierecht € 86,00 - salaris gemachtigde € 529,00 Totaal € 744,86 3.
  14. De nakosten zullen worden begroot op een half punt van het landelijk liquidatietarief met een maximum van € 132,00, aldus op € 132,
  15. 3.
  16. De wettelijke rente over de proces- en de nakosten zal worden toegewezen als hierna onder de beslissing te vermelden. 4De beslissing in kort geding De voorzieningenrechter: 4.
  17. veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] met al de zijnen en het zijne te ontruimen en ontruimd te houden en met inlevering van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van [curator] q.q. te stellen; 4.
  18. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, begroot op € 744,86, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang vanaf de vijftiende dag na dagtekening van dit vonnis; 4.
  19. veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 132,00, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang vanaf de vijftiende dag na dagtekening van dit vonnis; 4.
  20. wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 juni
  21. (TD)

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.