← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2023:2832

RECHTBANK OVERIJSSEL Team Toezicht Zittingsplaats Almelo Rekestnummer: 295409 FT RK 23.217 Datum uitspraak: 11 mei 2023 Vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, op het verzoek van: [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1958 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , verzoeker, verder te noemen: [verzoeker] . Het procesverloop: Bij rekest van 3 april 2023 is door de Coöperatieve Rabobank U.A. het faillissement van [verzoeker] aangevraagd. Bij brief van 4 april 2023 heeft de rechtbank [verzoeker] gewezen op de mogelijkheid om een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling te doen. Bij email van 19 april 2023 heeft [verzoeker] de eerste bladzijde van de brief van de rechtbank van 4 april 2023 naar de rechtbank geëmaild met de handgeschreven opmerking (op de brief): ‘hierbij schuldsaneringsverzoek’. Bij email van 19 april 2023 heeft de rechtbank aan [verzoeker] medegedeeld dat de bijschrijving op de brief van de rechtbank onvoldoende is om als verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling te worden aangemerkt. [verzoeker] is medegedeeld dat hij daarvoor minimaal een briefje moet opstellen met vermelding van het feit dat zijn faillissement is aangevraagd en dat hij verzoekt om de wettelijke schuldsaneringsregeling op hem van toepassing te verklaren. In het briefje moet het nummer van het faillissementsrekest, dat in de brief van 4 april 2023 en in de onderwerpbalk van de email van 19 april 2023 is vermeld, te worden opgenomen. Het briefje dient ook te worden gedateerd en te worden ondertekend. De rechtbank heeft [verzoeker] erop gewezen dat het briefje uiterlijk 25 april 2023 door de rechtbank moet zijn ontvangen en dat de rechtbank bij gebreke daarvan, het faillissementsrekest weer in behandeling zal nemen. Tot op heden is geen briefje of andere correspondentie meer ontvangen van [verzoeker] . Nu de bijschrijving op de brief van de rechtbank wel in de systemen van de rechtbank is ingevoerd als verzoek tot toepassing van de (wettelijke) schuldsanering, moet de rechtbank een beslissing nemen op dat verzoek. Dat zal de rechtbank heden doen zonder partijen te horen. De beoordeling: De overwegingen van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat de bijschrijving op de brief van de rechtbank van 4 april 2023 luidende: ‘hierbij schuldsaneringsverzoek’ niet aan de minimale eisen voor het doen van een dergelijk verzoek voldoet, nu er naar het oordeel van de rechtbank op z’n minst een briefje zoals in de email van 19 april 2023 is omschreven, dient te worden ingediend. De rechtbank is van oordeel dat nu het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, ook nadat de rechtbank een termijn voor herstel heeft gegeven, onvolledig is, [verzoeker] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in dat verzoek. De rechtbank zal hiertoe overgaan. De beslissing: de rechtbank: verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Gewezen door mr. A.E. Zweers, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 mei 2023 in tegenwoordigheid van de griffier. De schuldenaar heeft gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak het recht van hoger beroep. Het hoger beroep kan uitsluitend worden ingesteld bij door een advocaat ondertekend verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het Gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen (art. 292 lid 3 en 361 Fw.).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.