← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2023:2865

RECHTBANK OVERIJSSEL locatie Zwolle team familie- en jeugdrecht zaakgegevens: C/08/298164 / JE RK 23-1158 datum uitspraak: 26 juni 2023 beschikking machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van Jeugdbescherming Overijssel, de gecertificeerde instelling, gevestigd te Zwolle, hierna te noemen: de GI, betreffende [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats 1] , [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats 2] , en [minderjarige] . Het procesverloop De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoek met bijlagen van de GI, ingekomen bij de griffie op 16 juni

  1. De mondelinge behandeling heeft op 26 juni 2023 met gesloten deuren plaatsgevonden. Verschenen zijn: - [minderjarige] , die apart is gehoord, - de moeder, - [naam] , namens de GI. De vader is opgeroepen, maar niet verschenen. De feiten Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de vader en de moeder. Bij beschikking van 8 september 2022 is [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 8 september
  2. Bij beschikking van 28 december 2022 heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten setting verleend tot 28 juni
  3. [minderjarige] verblijft bij Pactum [plaats] op de gesloten groep. Het verzoek De GI heeft verzocht een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van één maand. Het standpunt van belanghebbenden [minderjarige] is het eens met het verzoek van de GI. Hij wil graag tot 14 juli bij Pactum op de hybride groep blijven wonen, zodat hij daar zijn school kan afmaken. De moeder is het eens met het verzoek van de GI. Zij heeft een instemmingsverklaring ondertekend. De vader is niet verschenen. Hij heeft een instemmingsverklaring ondertekend waaruit blijkt dat hij het eens is met het verzoek van de GI. De beoordeling De kinderrechter verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder. Daarnaast zal de kinderrechter bepalen dat met deze machtiging geen vrijheidsbeperkende maatregelen mogen worden genomen. De kinderrechter legt hierna uit hoe zij tot deze beslissing is gekomen. [minderjarige] verblijft op dit moment nog gesloten bij Pactum. [minderjarige] heeft hier mooie stappen gezet. Hij staat open voor het contact met de GI en de hulpverleners, is open in gesprekken en is in staat om naar zijn eigen aandeel te kijken. [minderjarige] richt zich op zijn toekomst en heeft zich ingeschreven voor de vervolgopleiding bij het Deltion college. Hiervoor moet hij eerst zijn diploma halen op de middelbare school. [minderjarige] zit nu op een school in [plaats] en het is belangrijk dat hij zijn middelbare school daar kan afronden en voorlopig dus ook in [plaats] kan blijven wonen. De GI wil in de komende weken toewerken naar de terugkeer van [minderjarige] naar huis. [minderjarige] zal daarom eerst moeten leren omgaan met vrijheden. Daarnaast moet hulpverlening worden ingezet voor [minderjarige] en de ouders om de terugkeer naar huis goed te laten verlopen. De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing verlenen voor de duur van het lopende schooljaar. De bedoeling van de GI en Pactum is dat [minderjarige] wordt overgeplaatst naar een hybride groep. Dit houdt in dat er in beginsel sprake is van een open groep, maar dat Pactum kan op- en afschalen naar een meer besloten setting en waar nodig naar een gesloten setting. De GI heeft aangegeven dat Pactum geen vrijheidsbeperkende maatregelen zal nemen, omdat via de open afdeling zal worden toegewerkt naar huis. Hoewel de kinderrechter de keuze van de hybride groep uit praktische overweging begrijpt, omdat de open afdeling voor deze korte periode geen plek heeft voor [minderjarige] , sluit de machtiging die door de GI is verzocht niet aan bij de kenmerken van de hybride groep. De door de GI verzochte machtiging verleent namelijk niet de bevoegdheden om vrijheidsbeperkende maatregelen te nemen. De kinderrechter zal daarom de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verlenen en aanvullend bepalen dat met deze machtiging geen vrijheidsbeperkende maatregelen mogen worden genomen. De kinderrechter verleent de machtiging tot 14 juli 2023, omdat [minderjarige] dan klaar is met zijn middelbare school en dan zal terugkeren naar huis. De beslissing De kinderrechter: verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder met ingang van heden tot 14 juli 2023; bepaalt dat met deze machtiging geen vrijheidsbeperkende maatregelen mogen worden genomen; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. K. van Leeuwen, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. K.J. de Jong, als griffier en in het openbaar uitgesproken op 26 juni
  4. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 30 juni
  5. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.