← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2023:2917

RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08.034576.22 Datum vonnis: 25 juli 2023 Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde: [veroordeelde] , geboren op [geboortedatum] 1982 op [geboorteplaats] , wonende aan [adres] . 1De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 11.370,--. 2De procedure De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 13 juni

  1. De veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. D.H. van Bommel, advocaat in Winterswijk, is op die terechtzitting verschenen en op de vordering gehoord. Op de terechtzitting heeft de officier van justitie mr. M. ten Velde haar vordering gehandhaafd. De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering onvoldoende is onderbouwd en geen steun vindt in het dossier. Volgens de raadsvrouw moet het bedrag worden gematigd en bedraagt het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel maximaal € 2.800,--. De raadsvrouw heeft daartoe, samengevat weergegeven, aangevoerd dat veroordeelde hoogstens 140 toetsen heeft verstrekt en dat hij per doorgegeven toets een bedrag van € 15,-- of € 20,-- heeft ontvangen. In november 2021 wordt voor het eerst een enkele keer gesproken over een verdubbeling van het bedrag: daarmee zou het € 30,-- per toets zijn geworden. Redelijk is dan ook om van een bedrag van € 20,-- per toets uit te gaan. Verder dient het in beslag genomen geldbedrag van € 330,-- in mindering te worden gebracht op het vast te stellen bedrag. 3De beoordeling van de vordering 3.1 Veroordeling De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 4 juli 2023 veroordeeld voor het strafbare feit: het opzettelijk en wederrechtelijk niet-openbare gegevens die zijn opgeslagen door middel van een geautomatiseerd werk, voor zichzelf/voor een ander overnemen. 3.2 De beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel De rechtbank acht het op basis van de voor de bewezenverklaring in de strafzaak gebruikte bewijsmiddelenen het in deze zaak opgemaakte rapport wederrechtelijk verkregen voordeel van 25 juli 2022 aannemelijk dat de veroordeelde door het plegen van voornoemde strafbare feiten financieel voordeel heeft verkregen. Voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel gaat de rechtbank uit van de bewezenverklaarde periode van 27 augustus 2020 tot en met 14 februari
  2. In die periode heeft de veroordeelde toetsen verkocht aan de medeveroordeelden [medeveroordeelde 1] en [medeveroordeelde 2] . Aantal verkochte toetsen De rechtbank volgt voor de vaststelling van het aantal door veroordeelde verkochte toetsen de berekening en de onderbouwing daarvan zoals die door de raadsvrouw is gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de door medeveroordeelde [medeveroordeelde 1] doorverkochte toetsen één op één zijn geleverd door de veroordeelde. De rechtbank stelt vast dat veroordeelde 48 toetsen heeft verkocht aan [medeveroordeelde 2] en baseert zich daarbij op WhatsAppgesprekken tussen veroordeelde en medeveroordeelde [medeveroordeelde 2] en het feit dat medeveroordeelde [medeveroordeelde 3] , aan wie [medeveroordeelde 2] als enige de toetsen doorverkocht, ter terechtzitting heeft verklaard dat hij dat aantal toetsen heeft afgenomen. De rechtbank stelt vast dat veroordeelde 92 toetsen heeft verkocht aan [medeveroordeelde 1] . Het totaal aantal verkochte toetsen bedraagt daarmee 140 stuks. De rechtbank overweegt over het gebruiken van de verklaring van medeveroordeelde [medeveroordeelde 3] dat die verklaring weliswaar niet in de zaak van veroordeelde is afgelegd, maar -uitgaande van de vordering van de officier van justitie- in het voordeel is van veroordeelde. Daarbij komt dat die verklaring in lijn is met het namens veroordeelde gevoerde verweer. Verkoopprijs Voor de vaststelling van de verkoopprijs neemt de rechtbank de berekening van het Openbaar Ministerie als uitgangspunt en de rechtbank hanteert bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel dan ook een prijs van € 30,-- per toets. Het wederrechtelijk verkregen voordeel Uit het voorgaande volgt:aantal toetsen 140 x verkoopprijs € 30,-- € 4.200,-- ======= Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel € 4.200,--. De rechtbank stelt op grond van wettige bewijsmiddelen de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op het bedrag van € 4.200,--. 3.3 De vaststelling van de betalingsverplichting Gebleken is dat onder veroordeelde een geldbedrag van € 330,-- in beslag is genomen. Bij vonnis van 4 juli 2023 in de strafzaak tegen veroordeelde heeft de rechtbank dit in beslaggenomen geldbedrag verbeurd verklaard. Uit dat oordeel volgt dat eenzelfde bedrag in mindering moet worden gebracht op de betalingsverplichting van € 4.200,--. Hierdoor resteert een betalingsverplichting van € 4.200,-- € 330,-- -/- ======= € 3.870,-- De rechtbank is van oordeel dat aan veroordeelde de verplichting moet worden opgelegd tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 3.870,--. 4De wettelijke voorschriften De oplegging van de maatregel is gegrond op artikel 36e Sr. 5De beslissing De rechtbank: stelt het bedrag waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 4.200,--; legt veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 3.870,-- aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel; bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 77 dagen. Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. M.A.H. Heijink en mr. M.O. Frentrop, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.J. van der Leest, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 25 juli
  3. Mrs. Jordaans en Heijink zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer ON2R022006/onderzoek Furud22 van 29 juli 2022 en het aanvullend dossier van 25 april
  4. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict van [naam] van 25 juli 2022 (pag. 520 – 532). Bijlage, pag.
  5. Bijlage, pag. 981-982.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.