RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Almelo Zaaknummer: 10264079 \ CV EXPL 23-4 Vonnis van 1 augustus 2023 in de zaak van [eiser] , te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: N. Wissink van Rechtdoor, tegen [gedaagde] B.V., te [vestigingsplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: D. Dijkstra van nl.legal LLP. 1De procedure Voor het verloop van de procedure tot nu toe verwijst de kantonrechter naar haar tussenvonnis van 18 april 2023. [eiser] heeft op 20 juni 2023 de producties 18 tot en met 22 in het geding gebracht. Bij e-mail van 28 juni 2023 heeft de kantonrechter [gedaagde] verzocht de originele factuur (bijlage 1) mee te nemen naar de mondelinge behandeling. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 juni 2023, waarbij de heer [eiser] aanwezig was, bijgestaan door mevrouw Wissink. Namens [gedaagde] was de heer [naam 1] aanwezig, bijgestaan door de heer Dijkstra. [eiser] heeft spreekaantekeningen overgelegd en voorgedragen en vervolgens heeft ook [gedaagde] haar verweer toegelicht. Van de zitting heeft de griffier aantekeningen gemaakt. De kantonrechter is voldoende geïnformeerd om een beslissing te nemen in deze zaak. Die beslissing wordt vandaag medegedeeld en toegelicht in dit vonnis. 2. Het geschil, de standpunten van partijen en de samenvatting van de beslissing Vordering 2.1. [eiser] vordert primair een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst met betrekking tot de Alfa Romeo 159 is ontbonden, dan wel dat de koopoverkomst wordt ontbonden. Subsidiair vordert [eiser] de koopovereenkomst te vernietigen. [eiser] vordert primair ook betaling van € 4.400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. Ook vordert [eiser] betaling van de buitengerechtelijke kosten en de proces- en nakosten. 2.2. [eiser] heeft bij [gedaagde] een auto, Alfa Romeo 159, gekocht. Volgens [eiser] is primair sprake van een consumentenkoop en beantwoordt de auto niet aan de koopovereenkomst (non-conformiteit). Een aantal uren na de koop vertoonde de motor namelijk een tikkend geluid en na verder onderzoek bleek dat de motor vervangen moest worden. De auto is dus niet geschikt voor gewoon gebruik: hij hoefde niet te verwachten dat de auto na zes uur al stil zou komen te staan. Volgens [eiser] stond er in de advertentie niet dat het een schadeauto betrof. Subsidiair stelt [eiser] dat sprake is van dwaling. [eiser] heeft de koopovereenkomst ontbonden en [gedaagde] is verplicht om de betaling door [eiser] ongedaan te maken, aldus [eiser] . Verweer 2.3. [gedaagde] voert verweer. Zij stelt dat de auto ondanks de gebreken voldoet aan de overeenkomst die met [eiser] is gesloten. Zowel in de advertentie als tijdens de onderhandelingen heeft [gedaagde] vermeld dat het een schadeauto betrof en dat sprake is van motorische problemen. Er is geen garantie op de auto gegeven en alle gebreken zijn bij de klant bekend, zo staat op de factuur. Op de factuur staat ook dat er motorische problemen zijn. Van een schadeauto kan volgens [gedaagde] geen ongestoord gebruik worden verwacht. [gedaagde] vindt daarom dat de vorderingen van [eiser] moeten worden afgewezen. Beslissing samengevat 2.4. De kantonrechter oordeelt dat de vorderingen van [eiser] worden afgewezen. De proces- en nakosten komen voor rekening van [eiser] . De motivering van deze beslissing volgt hieronder. 3. De feiten 3.1. [gedaagde] is een bedrijf dat zich bezighoudt met de verkoop van auto’s. 3.2. Op 24 november 2021 heeft [eiser] een auto gekocht van [gedaagde] voor € 4.000,00. Het ging om een Alfa Romeo 159, bouwjaar 2006, met kenteken [kenteken] (hierna: de auto). Op de factuur van de auto staat: [afbeelding] [afbeelding] 3.3. Voorafgaand aan de koop heeft [eiser] een proefrit met de auto gemaakt. Tijdens de proefrit is er een lampje (het motormanagementlampje) gaan branden. [gedaagde] heeft de melding uitgelezen. De melding zag op de lambda sonde. Daarna heeft [eiser] overleg gepleegd met de monteur waar hij zelf zijn auto in onderhoud heeft. [eiser] is vervolgens overgegaan tot de koop van de auto, omdat het een gering gebrek zou zijn dat eenvoudig te verhelpen was. 3.4. De auto stond te koop voor € 4.999,00 en is met een korting van € 599,00 en onder inruil van een Audi A3 ter waarde van € 400,00 aan [eiser] verkocht. [eiser] heeft dus € 4.000,00 bij betaald. 3.5. [eiser] heeft de factuur als bedoeld onder r.o. 3.2. per abuis bij [gedaagde] laten liggen en heeft daarna meerdere keren (WhatsApp op 24 november 2021 en per e-mail op 27 november 2021) gevraagd om de factuur toe te sturen. 3.6. [eiser] is eveneens op 24 november 2021 met de auto teruggereden naar zijn woonplaats. Later op de dag heeft [eiser] (weer) een ritje gemaakt met de auto. Halverwege deze rit begon de motor te tikken. Een monteur heeft naar de auto gekeken en geconcludeerd dat de hele motor vervangen moest worden. Sindsdien staat de auto bij [eiser] en wordt er niet in gereden. 3.7. Bij e-mail van 27 november 2021 heeft [eiser] , voor zover van belang, het volgende aan [gedaagde] bericht:‘(…)Heb de auto aan de kant gezet en een bevriende automonteur gebeld. Ik ben toen in lage toeren naar huis gereden en de automonteur kwam tot de conclusie dat het getik uit de motor zelf kwam en dit waarschijnlijk een aandrijf lager is (…) [naam 2] de verkoper zei dat er geen garantie op zat en dat hij zonder die kuren jullie garage heeft verlaten (…) Gisteren heb ik de auto laten nakijken door mijn garagebedrijf hij vertelde mij dat er een nieuw motorblok in moet omdat herstel waarschijnlijk geen optie is. Ook vertelde hij dat ik deze koop kon terugdraaien als jullie geen passende oplossing aanbieden (…) Toen kreeg ik u zelf aan de lijn en u was heel duidelijk. We geven geen garantie en draaien de koop niet terug. Jullie willen wel kijken wat de kosten zijn als jullie de reparatie zouden uitvoeren dat zou wel een stuk voordeliger zijn maar de kosten zijn voor mij.(…)’. 3.8. Bij e-mail van 24 december 2021 is er een ingebrekestelling aan [gedaagde] verstuurd. Op diezelfde datum heeft [naam 2] van [gedaagde] aan de gemachtigde van [eiser] laten weten:‘(…)Klant heeft duidelijk een schadevoertuig met gebreken gekocht. Wat in uw brief staat is dus niet van toepassing. Hierbij stuur ik u de getekende factuur die aan de klant, bij aanschaf van de auto, is meegegeven. (…)’. 3.9. Vervolgens heeft [eiser] een procedure aanhangig gemaakt bij deze rechtbank (zaaknummer 9707103 \ CV EXPL 22-426), waarbij hij [gedaagde] B.V. heeft gedagvaard. De kantonrechter heeft op 18 oktober 2022 vonnis gewezen en heeft geoordeeld dat [eiser] de onjuiste partij heeft gedagvaard: [gedaagde] B.V. had [gedaagde] moeten zijn. 3.10. Bij brief van 1 november 2022 is [gedaagde] in gebreke gesteld, waarbij [eiser] tot buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst is overgegaan en heeft verzocht de koopprijs terug te betalen. [gedaagde] heeft aan geen van beide opties meegewerkt. 4. De beoordeling Wettelijk kader 4.1. [eiser] heeft een auto gekocht bij [gedaagde] . Deze auto moet op grond van artikel 7:17 lid 1 BW aan de overeenkomst beantwoorden, oftewel conform de overeenkomst zijn. Dit houdt – kort gezegd – in dat de auto de eigenschappen moet bezitten die [eiser] op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Op grond van het tweede lid van het artikel mag een koper verwachten dat de gekochte zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. [eiser] kan zich er echter niet op beroepen dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt (non-conform
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.