← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2023:3338

RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer: 10372354 \ CV EXPL 23-891 Vonnis van 15 augustus 2023 in de zaak van [eiser] , handelend onder de naam High Quality Nursing, te [woonplaats], eisende partij, hierna te noemen: [eiser], gemachtigde: De Ruijter & Willemsen gerechtsdeurwaarders en incasso B.V., tegen SOLVA BEWINDVOERING B.V., in hoedanigheid van bewindvoerder in het beschermingsbewind van [gedaagde], te Zwolle, gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
  2. Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen. 2De feiten 2.
  3. Op 11 december 2021 heeft [eiser] een bedrag van € 1.025,00 overgemaakt aan [gedaagde]. 2.
  4. Op dezelfde dag heeft [gedaagde] dit bedrag overgemaakt naar zijn zus [naam 1]. 3Het geschil Wat wil [eiser]? 3.
  5. [eiser] vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.175,00, vermeerderd met rente en kosten. [eiser] wil dat [gedaagde] het bedrag van € 1.025,00 terugbetaalt en dat hij de buitengerechtelijke incassokosten die [eiser] heeft moeten maken vergoedt. Wat vindt [gedaagde] daarvan? 3.
  6. [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser]. [gedaagde] stelt dat hij geen geld heeft geleend van [eiser] en dat [eiser] bij [naam 1] moet zijn, omdat zij het geld heeft gekregen. 4De beoordeling 4.
  7. De kantonrechter is van oordeel dat de vordering van [eiser] moet worden afgewezen, omdat zij de grondslagen voor haar vordering onvoldoende heeft onderbouwd en legt dat hierna uit. Geen overeenkomst van geldlening 4.
  8. [eiser] vordert betaling van € 1.025,00 en stelt daarvoor allereerst dat zij dit bedrag aan [gedaagde] zou hebben geleend. De kantonrechter is van oordeel dat niet komt vast te staan dat [eiser] het geldbedrag aan [gedaagde] heeft geleend en dat er om die reden op [gedaagde] een verplichting rust om een overeenkomstig bedrag terug te betalen. De kantonrechter overweegt daarover het volgende. 4.
  9. Bij de overboeking van [eiser] aan [gedaagde] op 11 december 2021 staat niets vermeld over een lening. [gedaagde] heeft gemotiveerd betwist dat het een lening aan hem betreft. Hij voert aan dat hij het geld op verzoek van [eiser] heeft overgemaakt aan zijn zus op Curaçao, die het geld nodig had voor zijn broertje [naam 2]. Dit komt overeen met wat [eiser] zelf in de dagvaarding stelt, namelijk dat het bedrag van € 1.025,00 een lening was aan [naam 2] en dat [eiser] het geld had gestuurd naar het adres van de zus van [gedaagde], die op Curaçao woont. Dat het bedrag door [gedaagde] daadwerkelijk aan zijn zus is overgemaakt is door [eiser] niet betwist. De kantonrechter gaat daarom uit van deze feiten. 4.
  10. Volgens [eiser] zou [gedaagde] het bedrag aan haar terugbetalen. Zij stelt daarvoor in de dagvaarding dat [gedaagde] en zijn zus op 18 juni 2022 met de politie van Curaçao hebben afgesproken dat zij contact zouden opnemen met [eiser] om afspraken te maken over de terugbetaling van de € 1.025,00 en dat de zus van [gedaagde] [eiser] op 27 juni 2022 vervolgens heeft doorverwezen naar [gedaagde]. De kantonrechter is van oordeel dat hieruit niet volgt dat met [gedaagde] is overeengekomen dat hij het bedrag zou terugbetalen. In dupliek komt [eiser] met een ander verhaal, namelijk dat [gedaagde] bij de politie op Curaçao zou hebben aangegeven dat hij het geld zelf zou terugbetalen. Dit is door [gedaagde] betwist. Hij wijst erop dat [eiser] niet bij hem, maar bij zijn zus moet zijn. In het licht van deze betwisting en gelet op de wisselende verklaringen van [eiser] over wat er is afgesproken en met wie, is onvoldoende gesteld om tot de conclusie te komen dat is afgesproken dat [gedaagde] het geld zou terugbetalen. Geen onverschuldigde betaling 4.
  11. [eiser] stelt verder dat [gedaagde] – als hij het geld niet wilde lenen – het geld terug had moeten storten op de rekening van [eiser]. Voor zover [eiser] hiermee bedoelt dat het bedrag onverschuldigd is betaald, overweegt de kantonrechter het volgende. 4.
  12. Voor een geslaagd beroep op onverschuldigde betaling moet [eiser] voldoende onderbouwd stellen dat zij het bedrag zonder rechtsgrond aan [gedaagde] heeft betaald. Daarin is zij niet geslaagd, want partijen zijn het erover eens dat het geld is betaald aan de zus van [gedaagde]. [gedaagde] heeft het geld slechts ontvangen onder de voorwaarde dat hij het aan zijn zus op Curaçao zou doorbetalen en dat heeft hij ook gedaan. De proceskosten 4.
  13. [eiser] is de partij die ongelijk krijgt en zij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op nihil, omdat hij zich niet door een professioneel gemachtigde heeft laten bijstaan. 5De beslissing De kantonrechter 5.
  14. wijst de vorderingen van [eiser] af, 5.
  15. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot dit vonnis vastgesteld op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. W.R.H. Lutjes en in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2023.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.