Rechtbank Overijssel Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummers: AWB 22/1204 en 22/838 AWB 22/1205 en 22/840 uitspraak van de voorzieningenrechter in de beroepen en verzoeken om voorlopige voorziening in de zaken tussen [naam] , te [woonplaats] , eiser, gemachtigde: mr. A. van Lohuizen, en het college van burgemeester en wethouders van Hellendoorn, verweerder, gemachtigde: A.J. ten Hove. Verder hebben aan de gedingen deelgenomen: 1. [naam] en [naam] , 2. [naam] en [naam] , alle wonende te [woonplaats] , hierna gezamenlijk te noemen: de derde-partij. Procesverloop Feitelijke situatie Eiser woont in een nieuwbouwwoning op het [adres] te [woonplaats] . Ten behoeve hiervan heeft hij een kapvergunning gevraagd voor het vellen van een beuk langs [adres] . Deze beuk belemmert een nog te realiseren uitrit die in een rechte lijn vanaf [adres] toegang moet verschaffen naar eisers garage. Voor die nieuwe uitrit heeft hij een uitwegvergunning gevraagd. Vooralsnog maakt eiser gebruik van een uitrit naast de beuk die in een schuine lijn via zijn tuin verbinding maakt met het pad naar zijn garage. Voorgaande besluitvorming en procedures Bij besluit van 16 december 2019 heeft verweerder de door eiser gevraagde kapvergunning aan de gemeente Hellendoorn verleend. Bij besluit van 14 april 2020 heeft verweerder de door eiser gevraagde uitwegvergunning aan [naam] , werkzaam bij [naam] , verleend. Tegen beide besluiten is door omwonenden bezwaar gemaakt. Bij besluit van 5 november 2020 respectievelijk 10 november 2020 heeft verweerder de bezwaren tegen de kap- en uitwegvergunning met inachtneming van het advies van de Commissie voor de Bezwaarschriften van 24 juli 2020 (verder: de Commissie) gegrond verklaard. De kapvergunning en de uitwegvergunning zijn daarbij herroepen. Eiser heeft tegen beide besluiten beroep ingesteld. Bij uitspraak van 16 december 2021 heeft de rechtbank eisers beroepen gegrond verklaard, de besluiten van 5 en 10 november 2020 vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw op de bezwaren van de omwonenden te beslissen. Huidige besluitvorming en lopende procedures Bij besluiten van 29 maart 2022 heeft verweerder opnieuw op de bezwaren van de omwonenden tegen de kap- en uitwegvergunning beslist. Verweerder heeft de bezwaren met inachtneming van het eerder gegeven advies van de Commissie (van 24 juli 2020) andermaal gegrond verklaard en de kap- en uitwegvergunning alsnog geweigerd. Eiser heeft ook tegen deze besluiten beroep ingesteld. Hij heeft de voorzieningenrechter daarnaast verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 september 2022. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door M.J. Smit. De derde-partij is in persoon verschenen. Na de zitting is het onderzoek gesloten. Op 27 september 2022 heeft de voorzieningenrechter het onderzoek heropend en verweerder verzocht om het besluit van 29 maart 2022 op basis van een in te doen stellen onafhankelijk deskundigenonderzoek nader te onderbouwen. Op 4 november 2022 heeft verweerder hieraan gehoor gegeven. Eiser en verweerder hebben over en weer op deze nadere onderbouwing gereageerd. De derde-partij heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te reageren. Op 11 januari 2023 zijn partijen in de gelegenheid gesteld om aan te geven of zij een nader onderzoek ter zitting aangewezen achten. Eiser en verweerder hebben aangegeven daaraan geen behoefte te hebben. De derde-partij heeft hier niet op gereageerd. Het onderzoek is vervolgens gesloten. Overwegingen Kortsluiting De voorzieningenrechter is tot de conclusie gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. De voorzieningenrechter doet daarom op grond van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet alleen uitspraak op de verzoeken om voorlopige voorziening, maar ook op de beroepen. Juridisch kader In artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is bepaald: Voor zover ingevolge een bepaling in een provinciale of gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist om houtopstand te vellen of te doen vellen, geldt een zodanige bepaling als een verbod om een project voor zover dat geheel of gedeeltelijk uit die activiteiten bestaat, uit te voeren zonder omgevingsvergunning. In artikel 2 van de Kapverordening gemeente Hellendoorn 2019 (verder: de kapverordening), zoals die ten tijde van het besluit van 16 december 2019 gold, is (voorzover relevant) bepaald: 3. Het is zonder vergunning van het bevoegd gezag verboden een gemeentelijke houtopstand met een diameter van 30 cm of meer (te meten op 1.30 meter boven maaiveld) en bomen die in het kader van een herplantplicht zijn geplant na 1 januari 2010, te vellen of te doen vellen. Artikel 4 van de kapverordening bepaalt: 1. Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren dan wel onder voorschriften verlenen in het belang van de handhaving van het natuur-, landschaps- of dorps-/stadsschoon of om andere redenen van milieubeheer of maatschappelijk belang. Artikel 2:12 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Hellendoorn 2020 (verder: de APV), zoals die ten tijde van het primaire besluit van 14 april 2020 geldt, bepaalt: 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning in ieder geval geweigerd: a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; b. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; d. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen; of e. als het uiterlijk aanzien op onaanvaardbare wijze wordt aangetast. Beoordeling Bij de beoordeling van de vraag of de besluiten van 29 maart 2022 in rechte al of niet in stand moeten worden gelaten, neemt de voorzieningenrechter de standpunten van partijen zoals deze ter zitting uitvoerig aan de orde zijn geweest en de resultaten van het nadere deskundigenonderzoek mede in acht en verwijst daar naar. Op 27 september 2022 heeft de voorzieningenrechter het onderzoek heropend en verweerder verzocht om het besluit van 29 maart 2022 op basis van een in te doen stellen onafhankelijk deskundigenonderzoek en met inachtneming van het bepaalde in artikel 4, eerste lid van de Kapverordening gemeente Hellendoorn 2019 én de daarbij gegeven Toelichting, nader te onderbouwen: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.