RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Enschede Zaaknummer: 10388215 CV EXPL 23-958 Vonnis van 5 maart 2024 in de zaak van: [partij A] , wonende te [woonplaats 1] , eiser in conventie, verweerder in reconventie, hierna ook wel [partij A] te noemen, gemachtigde: M. Hennen verbonden aan Juristu Incassodiensten B.V. te Schiphol, - tegen - [partij B] , wonende te [woonplaats 2] , gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, hierna ook wel [partij B] te noemen, procederende in persoon. 1De procedure 1.1 De procedure blijkt uit de tussenvonnissen van 25 juli 2023 en 17 oktober 2023. 1.2 Bij het laatste tussenvonnis werd een mondelinge behandeling gelast. Deze werd vastgesteld en gehouden op 5 februari 2024. Namens [partij A] was daarbij aanwezig zijn zoon [naam 1] . De gemachtigde van [partij A] is niet ter zitting verschenen. [partij B] was ook aanwezig. Van hetgeen partijen naar voren heeft gebracht heeft de griffier aantekeningen bijgehouden. 1.3 Het vonnis is bepaald op heden. 2De feiten 2.1 [partij B] huurt vanaf 1 november 2013 de woonruimte aan de [adres 1] waarbij zij bij aanvang van de huurovereenkomst een waarborgsom van € 1.500,00 betaald heeft. In eerste instantie huurde zij van de heer [naam 2] . 2.2 In 2018 werden de locaties [adres 2] , [adres 1] en [adres 3] verkocht aan [partij A] waarna [partij A] de huurovereenkomst met [partij B] heeft overgenomen. De huurprijs bedroeg laatstelijk € 914,60 per maand. 2.3 [partij B] heeft over de periode augustus 2022 tot en met januari 2023 een huurachterstand opgelopen van € 4.074,40. 2.4 [partij B] heeft eind februari 2023 de huur opgezegd per 1 maart 2023 en heeft daarop de woning verlaten. 3Het geschil de vordering in conventie: 3.1 [partij A] vordert – na wijziging van eis ter zitting – de veroordeling van [partij B] tot betaling van een bedrag van € 4.074,40 ter zake huurachterstand, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 29 december 2022, tevens vermeerderd met € 704,58 aan buitengerechtelijke kosten. Tevens vordert hij veroordeling van [partij B] in de kosten van het geding. het verweer in conventie en de vordering in reconventie: 3.2 [partij B] voert verweer. Zij heeft de betaling van de huur opgeschort omdat sprake was van achterstallig onderhoud van het gehuurde en [partij A] , ondanks herhaalde verzoeken daartoe, niet overging tot herstel van de vele gebreken. Om die reden heeft [partij B] ook de huur opgezegd. 3.3 In reconventie vordert [partij B] terugbetaling van de door haar betaalde waarborgsom van € 1.500,00 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 november 2013. Tevens vordert zij terugbetaling van alle door haar te veel betaalde kosten van gas, elektra en water vanaf 1 november 2013. Het is [partij B] namelijk een aantal jaren geleden gebreken dat zij van meet af aan ook de energie en water betaalde van de woonruimte [adres 2] , de woonruimte gelegen naast het door haar gehuurde. Er was namelijk maar één meter aanwezig en die zat in de woonruimte van [partij B] . [partij B] heeft [partij A] diverse keren verzocht om de woonruimtes [adres 2] en [adres 1] (haar woonruimte) te voorzien van eigen meters, maar daar is nimmer gehoor aan gegeven. [partij B] vordert voorts gederfde looninkomsten voor het opnemen van één onbetaalde verlofdag alsmede 8x € 15,00. [partij B] had een vijftal andere mensen ingeschakeld om de woonruimte te ontruimen maar zij konden de woonruimte niet betreden omdat [partij A] na de opzegging van de huur direct de sloten had vervangen. De hulp was dus tevergeefs ingeschakeld waarna zij nadien een dag onbetaald verlof heeft moeten opnemen om die dag met behulp van twee anderen, het gehuurde te kunnen ontruimen. het verweer in reconventie: 3.4 [partij A] erkent dat er voor de nummers [adres 2] en [adres 1] maar één gas, water en lichtmeter aanwezig was en dat die meters zich bevonden in de woonruimte van [partij B] . Met [partij B] is echter in maart 2021 overeengekomen dat zij voor het door haar te veel betaalde over de periode 1 november 2019 t/m 31 maart 2021 een financiële tegemoetkoming kreeg van € 2.461,60. Sinds kort heeft de woonruimte op nummer [adres 2] eigen meters. 3.5 Ten aanzien van de gebreken aan de woonruimte verwijst [partij A] naar de met [partij B] gevoerde Whatsapp-correspondentie waaruit zou blijken dat [partij B] nooit volledige medewerking heeft getoond om de werkzaamheden naar behoren te verrichten. Afspraken werden afgezegd of [partij B] liet de werkzaamheden niet uitvoeren door de aannemer weg te sturen. 4De beoordeling in conventie 4.1 De door [partij A] gestelde huurachterstand wordt niet betwist en staat daarmee gelijk vast. Dat betekent nog niet dat dit bedrag toewijsbaar is. Integendeel, [partij B] heeft in haar verweer aangevoerd dat zij de betaling van de huur heeft opgeschort en niet eerder tot betaling over zou gaan indien de gebreken in de door haar gehuurde woonruimte werd opgelost. Dit is door [partij B] , o.a. bij brief d.d. 2 augustus 2022 (een ongenummerde productie bij het verweer) ook als zodanig aan [partij A] meegedeeld. [partij A] wist dus dat [partij B] een beroep deed op een opschortingsrecht. Dan is het zonder nadere toelichting, die niet gegeven is, onbegrijpelijk dat dit verweer niet in de dagvaarding is opgenomen. In beginsel zou met die omissie rekening moeten worden gehouden bij de proceskostenveroordeling. Zoals hierna zal blijken wordt daar niet aan toegekomen. 4.2 [partij B] heeft eveneens als ongenummerde productie een brief, gericht aan vader en zoon [partij A] , in het geding gebracht. De ontvangst van die brief is door [partij A] niet betwist zodat er in rechte vanuit moet worden gegaan dat [partij A] die brief heeft ontvangen en geacht wordt bekend te zijn met de inhoud ervan. In die brief wordt o.a. een opsomming gegeven van alle door [partij B] geconstateerde gebreken. Een hele waslijst: één gas,- water- en elektriciteitsmeter voor twee separate woonruimtes, lekkende douchecabine, vervanging vloerbedekking in badkamer en toilet, afkitten van de naden in de badkamer en toilet omdat het lekt in de woonkamer, een muffe lucht in huis met schimmelvorming o.a. op de buitenmuren, de onderdorpel van het kozijn van de deur naar het balkon en badkamer is verrot, verrotte schroten aan de buitenzijde aan het balkon, loszittende leuning van de trap, plafond overloop moet na lekkage nog gedicht worden, geen rookmelders, het kunststof plafond en wandbekleding is brandgevaarlijk en moet vervangen worden op grond van artikel 2.76 van het Bouwbesluit, last van ratten en steenmarters gelijk haar buurman. 4.3 Ter weerlegging van dit verweer heeft [partij A] de met [partij B] gevoerde Whatsapp-correspondentie over de periode november 2019 t/m 4 juli 2023 in het geding gebracht, zijnde 30 ! (eenzijdige) pagina’s met berichten. Het is niet aan de kantonrechter om uit die brij van berichten uit te zoeken of [partij A] er alles aan gedaan zou hebben om de door [partij B] gestelde gebreken op te lossen. Van [partij A] (althans zijn gemachtigde) had verwacht en zelfs geëist mogen worden dat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.