RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Enschede Zaaknummer: 10659736 CV EXPL 23-2864 Vonnis van 5 maart 2024 in de zaak van: [eiseres] , wonende te [woonplaats 1] eisende partij, hierna ook wel [eiseres] te noemen, gemachtigde: Juristu B.V. te Schiphol, - tegen - [gedaagde] , wonende te [woonplaats 2] , gedaagde partij, hierna ook wel [gedaagde] te noemen, procederende in persoon. 1De procedure 1.1 Deze blijkt uit de navolgende stukken: - de dagvaarding van 7 augustus 2023; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.2 Het vonnis is bepaald op heden. 2De feiten 2.1 [eiseres] en [gedaagde] zijn voormalige echtelieden. Zij zijn op [datum 1] met elkaar gehuwd in gemeenschap van goederen en op [datum 2] van elkaar gescheiden. 2.2 Partijen hebben een echtscheidingsconvenant opgesteld en ondertekend. In dat convenant is onder het kopje ‘Schulden” o.a. het volgende opgenomen: Partijen hebbende navolgende privé en zakelijke schulden: a. zakelijke schuld, omzetbelasting: tot en met 2012 is er volgens partijen en hun accountant [bedrijf] B.V. geen schuld. Over 2013 moet nog een bedrag betaald worden van €6.670,-. De aangifte over 2014 - jaaraangifte omzetbelasting - moet pas voor 1 april 2015 worden ingediend en is op het moment van ondertekening van dit echtscheidingsconvenant nog niet ingediend. [bedrijf] B.V, heeft echter berekend dat de zakelijke schuld (omzetbelasting) over 2014 per 30 juni 2014 € 3.700,-- bedraagt Over de periode 1 juli t/m 31 december 2014 is niet bekend hoe hoog de zakelijke schuld, omzetbelasting bedraagt; b. privé en zakelijke schuld factuur [bedrijf] , hoogte € 300,--; […] De schulden van partijen onder a, b en [..] komen voor rekening van beide partijen, in die zin dat die schulden bij helfte tussen partijen worden verdeeld. […] 3Het geschil de vordering: 3.1 [eiseres] vordert – zakelijk weergegeven – de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 6.021,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 april 2023 tot de dag van algehele voldoening. Tevens vordert zij een bedrag van € 818,02 aan buitengerechtelijke kosten onder veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding. 3.2 [eiseres] baseert haar vordering op de stelling dat de schulden onder de punten a en b van het convenant nog afgehandeld dienen te worden. Het gaat daarbij om een bedrag van € 6.021,00 dat [gedaagde] nog aan haar verschuldigd is. Omdat van [gedaagde] geen betaling viel te verkrijgen, zag [eiseres] zich genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven. De kosten daarvoor bedragen € 818,02 en komen voor rekening van [gedaagde] . het verweer: 3.3 [gedaagde] voert verweer waarop hierna, voor zover voor de beoordeling van belang, nader zal worden ingegaan. 4De beoordeling 4.1 Partijen zijn in het echtscheidingsconvenant overeengekomen dat de schulden onder a en b van het convenant voor rekening komen van beide partijen. De schuld van € 6.670,-- zoals opgenomen onder in het echtscheidingsconvenant onder a ziet daarbij op een schuld aan de belastingdienst ter zake de omzetbelasting 2013 en de schuld onder b op een openstaande factuur van [bedrijf] ter hoogte van € 300,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.