RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 84.130063.22 Datum vonnis: 5 maart 2024 Vonnis in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte], gevestigd aan de [vestigingsplaats]. 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 29 februari 2024. De rechtbank heeft kennis genomen van hetgeen de officier van justitie mr. M. Lambregts naar voren heeft gebracht. Namens de verdachte is niemand verschenen. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: zij in of omstreeks de periode van 3 september 2013 tot en met 11 juli 2017 in [vestigingsplaats] en/of Zenderen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] /of [medeverdachte 4] B.V en/of [medeverdachte 5] B.V. en/of een of meer ander(
- en)of alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans (opzettelijk) heeft witgewassen, hierin bestaande dat zij, verdachte, en/of haar mededader(s), (sub
- a)van (een) voorwerp(en), bestaande uit, een of meer geldbedrag(en), tot een totaalbedrag van ongeveer EUR 10.893.200 (bestaande uit EUR 393.500 en EUR 260.000 en EUR 10.239.700 (AMB-057, DOC-713)), althans enig geldbedrag, de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of verhuld, dan wel verborgen en/of verhuld heeft/hebben wie de rechthebbende(
- n)op bovenomschreven voorwerpen geldbedrag(
- en)is/was of wie bovenomschreven voorwerpen geldbedrag(
- en)voorhanden heeft/hebben gehad, en/of (sub
- b)(een) voorwerp(en), bestaande uit een of meer geldbedrag(en), tot een totaalbedrag van ongeveer EUR 10.893.200, althans enig geldbedrag, heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben (gehad) en/of heeft/hebben overgedragen en/of heeft/hebben omgezet en/of van een voorwerp gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl zij, verdachte, en/of haar rnededader(
- s)wist(
- en)dat dit/deze geldbedrag(
- en)(deels) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(
- e)misdrij(f)(ven). 3De voorvragen De rechtbank constateert dat de dagvaarding op 16 november 2023 aan [medeverdachte 2] is uitgereikt. Op de akte is aangekruist dat deze is uitgereikt aan de bestuurder van verdachte. Uit het dossier blijkt het volgende: [medeverdachte 3] trad op 4 juni 2013 aan in de functie van bestuurder van verdachte en op 1 juni 2017 was zij nog steeds bestuurder (statuten verdachte, DOC-043 en uittreksel bedrijfsprofiel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel d.d. 1 juni 2017, DOC-020); Op 16 februari 2024 had verdachte (uitsluitend) de volgende (ingeschreven) bestuurders: [medeverdachte 6], [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8], allen in functie getreden op 6 september 2023 (uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel d.d. 16 februari 2024); [medeverdachte 3] is getrouwd met [medeverdachte 2]. Uit het voorgaande kan niet worden afgeleid of [medeverdachte 2] op 16 november 2023 (de datum van uitreiking) bestuurder was van verdachte. De rechtbank kan dus niet vaststellen of [medeverdachte 2] op 16 november 2023 bestuurder was van de verdachte. De rechtbank is daarom van oordeel dat de dagvaarding niet op de bij de wet voorgeschreven wijze is betekend, zodat die dagvaarding, nu niemand op de terechtzitting is verschenen namens of gemachtigd door verdachte, nietig verklaard dient te worden. 4De beslissing De rechtbank: - verklaart de dagvaarding nietig. Dit vonnis is gewezen door mr. H. Stam, voorzitter, mr. M. van Berlo en mr. R.P. van Campen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Vedder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2024.