← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2024:1511

RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Enschede Zaaknummer : 10633562 CV EXPL 2705-23 Vonnis van 19 maart 2024 in de zaak van de naamloze vennootschap VGZ Zorgverzekeraar N.V.,gevestigd te Arnhem, eisende partij, hierna te noemen VGZ, gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders, Rotterdam, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] , schriftelijk procederend. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, - de conclusie van antwoord, - het tussenvonnis d.d. 10 oktober 2023, waarbij een mondelinge behandeling is bevolen, - de akte aanvullende producties vanuit de zijde van VGZ; - de mondelinge behandeling van 15 december 2023, waarbij de heer [naam] is verschenen namens VGZ. De heer mr. R. Kaya is als gemachtigde namens [gedaagde] verschenen. Tijdens de zitting heeft de griffier spreekaantekeningen gemaakt van hetgeen naar voren is gebracht. 1.
  2. Ten slotte is aan partijen medegedeeld dat vonnis zal worden gewezen. 2Samenvatting VGZ en [gedaagde] hadden een zorgverzekeringsovereenkomst afgesloten. [gedaagde] heeft een deel van de verschuldigde premies in 2021 en 2022 niet betaald. [gedaagde] betwist de hoogte van de hoofdsom. De kantonrechter heeft [gedaagde] daarom in de gelegenheid gesteld om betalingsbewijzen te overleggen. [gedaagde] heeft deze betalingsbewijzen echter niet overgelegd. Daarom passeert de kantonrechter het verweer en wordt het gevorderde toegewezen. 3Het geschil de vordering 3.
  3. VGZ vordert de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.091,09, vermeerderd met de wettelijke rente over € 892,45 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van betaling. Tevens vordert zij veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding. 3.
  4. VGZ voert daartoe aan dat VGZ en [gedaagde] een zorgverzekeringsovereenkomst hebben gesloten. [gedaagde] heeft in 2021 en 2022 een aantal keren de verschuldigde premie niet betaald. Daardoor is een betalingsachterstand ontstaan. VGZ heeft [gedaagde] meerdere keren verzocht de premieachterstand te voldoen, maar zonder resultaat. VGZ heeft op 6 april 2023 een 14 dagenbrief aan [gedaagde] gestuurd. [gedaagde] heeft ook na toezending van deze brief niet betaald. Daarom vordert VGZ ook de buitengerechtelijke kosten van [gedaagde] . het verweer 3.3 [gedaagde] voert verweer. Voor zover relevant wordt hierna nader op het verweer ingegaan. 4De beoordeling Hoofdsom en rente 4.
  5. [gedaagde] betwist niet dat zij een zorgverzekeringsovereenkomst had afgesloten met VGZ en uit hoofde daarvan premie was verschuldigd. [gedaagde] betwist ook niet dat zij een betalingsachterstand heeft. De hoogte van deze betalingsachterstand wordt wel door [gedaagde] betwist. [gedaagde] stelt dat zij betalingen heeft verricht en de achterstand in ieder geval lager is dan het gevorderde. De kantonrechter heeft [gedaagde] daarom in de gelegenheid gesteld om betalingsbewijzen te overleggen. [gedaagde] heeft echter geen betalingsbewijzen overgelegd. [gedaagde] wordt daarom in het ongelijk gesteld en moet de hoofdsom van € 892,45 betalen. Omdat [gedaagde] te laat is, is zij ook de wettelijke rente verschuldigd over dit bedrag. De wettelijke rente tot de dag van dagvaarding bedraagt € 21,
  6. Incassokosten 4.
  7. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de incassokosten betalen. De incassokosten worden begroot op € 133,
  8. Proceskosten 4.
  9. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van VGZ worden begroot op: - dagvaarding € 130,48 - griffierecht € 322,00 - salaris advocaat € 264,00 (2 punten × tarief € 132,00) - nakosten € 66,00 Totaal € 782,48 5De beslissing De kantonrechter 5.
  10. Veroordeelt [gedaagde] om, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, aan VGZ te voldoen een bedrag van € 1.091,09, vermeerderd met de wettelijke rente over € 892,45 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van betaling. 5.
  11. Veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, begroot op € 782,
  12. 5.
  13. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2024.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.