RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Enschede Zaaknummer : 10792420 CV EXPL 23-4166 Vonnis van 19 maart 2024 in de zaak van de naamloze vennootschap Anderzorg N.V., gevestigd te Wageningen, kantoorhoudende te Groningen, eisende partij, hierna te noemen Anderzorg, gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders, Groningen, tegen [gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde], procederend in persoon. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, - de conclusie van antwoord, - de conclusie van repliek, - daarna is [gedaagde] in de gelegenheid gesteld te reageren. [gedaagde] heeft daar geen gebruik van gemaakt. 1.
- Ten slotte is aan partijen medegedeeld dat vonnis zal worden gewezen. 2Samenvatting Anderzorg en [gedaagde] hebben een zorgverzekeringsovereenkomst gesloten. [gedaagde] heeft (een deel van) de premies van november 2022 en april 2023 niet betaald. [gedaagde] betwist de betalingsachterstand niet. Daarom wijst de kantonrechter het gevorderde toe. 3Het geschil de vordering 3.
- Anderzorg vordert de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 309,78, vermeerderd met de wettelijke rente over € 253,25 vanaf 6 oktober 2023 tot de dag van betaling. Tevens vordert zij veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding. 3.
- Anderzorg voert daartoe aan dat zij en [gedaagde] een zorgverzekeringsovereenkomst hebben gesloten. [gedaagde] heeft de maandpremies van november 2022 en april 2023 niet (volledig) betaald. Anderzorg heeft op 25 mei 2023 een veertiendagenbrief aan [gedaagde] toegestuurd. [gedaagde] heeft naar aanleiding van deze aanmaning om een betalingsregeling verzocht. [gedaagde] is deze regeling echter niet nagekomen, waardoor de betalingsregeling is komen te vervallen. Er zijn diverse incassowerkzaamheden verricht en daarom vordert Anderzorg ook de incassokosten ad € 48,
- het verweer 3.3 [gedaagde] voerde aanvankelijk verweer. [gedaagde] voerde aan dat hij geen overeenkomst met LAVG heeft gesloten. LAVG heeft in haar conclusie van repliek toegelicht dat zij slechts als gemachtigde namens Anderzorg optreedt. [gedaagde] heeft in reactie hierop geen verder verweer gevoerd. 4De beoordeling 4.
- [gedaagde] betwist niet dat hij een zorgverzekeringsovereenkomst heeft gesloten met Anderzorg en op grond daarvan maandelijks premie is verschuldigd. [gedaagde] betwist eveneens niet dat hij een premieachterstand heeft van € 253,
- Dit bedrag zal daarom worden toegewezen. Omdat [gedaagde] te laat is, is hij ook de wettelijke rente verschuldigd over dit bedrag. De wettelijke rente tot 6 oktober 2023 bedraagt € 8,
- 4.
- Er zijn diverse incassowerkzaamheden verricht, en daarom moet [gedaagde] ook de incassokosten van € 48,40, inclusief btw, betalen. 4.
- [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Anderzorg worden begroot op: - dagvaarding € 130,48 - griffierecht € 128,00 - salaris advocaat € 160,00 (2 punten x tarief € 80,00) - nakosten € 40,00 Totaal € 458,48 5De beslissing De kantonrechter 5.
- veroordeelt [gedaagde] om, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, aan Anderzorg te voldoen een bedrag van € 309,78, vermeerderd met de wettelijke rente over € 253,25 vanaf 6 oktober 2023 tot de dag van betaling; 5.
- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, begroot op € 458,48; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2024.