RECHTBANK Overijssel Civiel recht Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer: C/08/311294 / KG ZA 24-55 Vonnis in kort geding van 8 april 2024 in de zaak van 1 [partij A1] , te [woonplaats 1] ,2. [partij A2], te [woonplaats 2] , eisende partijen in conventie, tevens verweerders in reconventie, hierna samen te noemen: [partij A] c.s., advocaat: mr. M. Geurts en mr. R.L. Murk te Apeldoorn, tegen 1 [partij B1] , te [woonplaats 3] ,2. [partij B2], te [woonplaats 4] , gedaagde partijen in conventie, tevens eisers in reconventie, hierna samen te noemen: [partij B] c.s., advocaat: mr. M.H. Doornbos, advocaat 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding in kort geding van 13 maart 2024, met bijbehorende producties genummerd 1 t/m 13, - de schriftelijke eis in reconventie met bijbehorende producties genummerd 1 t/m 21, - een filmpje van [partij B] c.s., verzonden 22 maart 2024, - de mondelinge behandeling van 25 maart 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt, - de pleitnota van [partij A] c.s., - de pleitnota van [partij B] c.s.. 1.2. Ten slotte is bepaald dat vonnis wordt gewezen op 8 april 2024. 2Inleiding Partijen zijn buren van elkaar. Zij wonen in het buitengebied van [plaats] . De toegangsweg die hen verbindt met de openbare weg, de [straatnaam] , loopt over het perceel van [partij B1] en [partij B2] met huisnummer [huisnummer 1] en eindigt op het perceel van [partij A] c.s. met huisnummer [huisnummer 2] . [partij A] c,s. hebben een recht van overpad om over het perceel van [partij B] c.s. naar hun perceel te gaan. Dit is de tweede procedure die partijen voeren over het gebruik van dat recht van overpad. Aanleiding voor het kort geding is het landbouwhek dat [partij B] c.s. hebben geplaatst bij de doorgang naar het perceel van [partij A] c.s. In deze kortgedingprocedure hebben partijen over en weer vorderingen met dwangsommen ingesteld. De voorzieningenrechter zal die vorderingen hierna bespreken en beoordelen. 3De feiten 3.1. [partij A] c.s. zijn sinds 2 november 1992 eigenaren van het perceel aan het adres [adres 1] . [partij B] c.s. zijn sinds 19 februari 2018 eigenaren van het perceel aan het adres [adres 3] . De beide percelen grenzen aan elkaar. 3.2. De beide percelen zijn verbonden met de [straatnaam] door een doodlopende weg die over het erf van nummer [huisnummer 1] doorloopt naar het erf van nummer [huisnummer 2] . Dit is de enige weg om de percelen te kunnen bereiken. In verband hiermee is er in het verleden een erfdienstbaarheid, een recht van overpad, gevestigd op de beide percelen, waarbij het perceel van nummer [huisnummer 2] heeft te gelden als heersend erf en het perceel van nummer [huisnummer 1] als dienend erf. 3.3. Met betrekking tot de uitvoering van de erfdienstbaarheid is tussen partijen een gerechtelijke bodemprocedure gevoerd, waarin op 11 november 2020 vonnis gewezen. 3.4. Op of omstreeks 4 november 2023 hebben [partij B] c.s. een landbouwhek, met aan beide zijden een afrastering, geplaatst bij de doorgang naar het perceel van [partij A] c.s. [afbeelding] 3.5. Aan de kant van het perceel van nummer [huisnummer 1] ( [partij B] c.s.) is aan het hek een bord bevestigd met de tekst: Toegangshek [adres 1] [huisnummer 2] Hek sluiten aub 3.6. Aan de kant van het perceel van nummer [huisnummer 2] ( [partij A] c.s.) is aan het hek een bord bevestigd met de tekst: Eigen erf [adres 1] [huisnummer 1] stapvoets rijden! max 10-15 km per uur conform rvv 1990 Woonerfregeling van toepassing! hek sluiten aub 3.7. In de periode na de plaatsing van het hek tot aan de dagvaarding in deze kortgedingprocedure is tussen (de advocaten van) partijen gecorrespondeerd over het gebruik van de erfdienstbaarheid. 4De vordering in kort geding IN CONVENTIE 4.1. [partij A] c.s. vorderen, bij wege van voorlopige voorziening, in een uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: [partij B] c.s. [huisnummer 1] hoofdelijk te bevelen om binnen 14 dagen na betekening van het vonnis ongestoorde en onvoorwaardelijke toegang te verlenen op hun dienend erf, ten behoeve van het heersende erf, door alle roerende zaken, en tenminste het landbouwhek zoals beschreven in de dagvaarding te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van een dwangsom van € 1.000,= per dag met een maximum van € 25.000,=; [partij B] c.s. hoofdelijk te bevelen om binnen 14 dagen na betekening van het vonnis ongestoorde en onvoorwaardelijke toegang te verlenen op hun dienend erf, ten behoeve van het heersende erf, door de omheining (zoals aangeduid in de dagvaarding) te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van een dwangsom van € 1.000,= per dag met een maximum van € 25.000,=; [partij B] c.s. hoofdelijk te verbieden om het dienend erf geheel of ten dele ter zake van het recht van overpad af te sluiten of afgesloten te houden, binnen 14 dagen na betekening van het te wijzen vonnis, op straffe van een dwangsom van € 1.000,= per dag met een maximum van € 25.000,=; Om [partij A] c.s. zelf, als bewoners van nummer [huisnummer 2] , hoofdelijk te machtigen om ter effectuering van het recht van overpad, zo nodig met behulp van de sterke arm van politie en justitie, en steeds op kosten van de wederpartij, zichzelf toegang tot het dienend erf te verschaffen te behoeve van het heersende erf binnen twee dagen na betekening van het te wijzen vonnis; [partij B] c.s. te veroordelen in de kosten van de procedure. 4.2. [partij A] c.s hebben ter onderbouwing van hun vordering aangevoerd dat zij door de plaatsing van het landbouwhek tussen de beide percelen ernstig en onevenredig worden gehinderd en belemmerd in het gebruik van hun recht van erfdienstbaarheid. Het hek vormt volgens hen een belemmering voor hulpdiensten (ambulance, brandweer) om het erf van nummer [huisnummer 2] te kunnen bereiken. Verder bestaat de hinder uit het moeten uit- en instappen (met betrekking tot de auto) of het af- en op stappen (met betrekking tot de fiets) om het hek te openen en te sluiten. Daarbij worden [partij A] c.s. en/of hun bezoekers vaak geconfronteerd met de honden van [partij B] c.s. die los over het erf van nummer [huisnummer 1] lopen. Bovendien ondervinden zij hinder door kinderfietsen of skelters die in de weg staan bij de doorgang naar hun perceel. Volgens [partij B] c.s. heeft de plaatsing van het hek ook tot gevolg gehad dat de postbode de post voor nummer [huisnummer 2] niet meer aan huis wil bezorgen. [partij B] c.s. willen daarom dat het hek wordt verwijderd. 4.3. [partij B] c.s. hebben, kort gezegd, daartegen aangevoerd dat zij er belang bij hebben om als eigenaren hun eigen erf af te kunnen sluiten. Zij willen voorkomen dat de honden of de paarden uitbreken en op het erf van [partij A] c.s. komen. Verder willen zij dat gebruikers van het recht van overpad hun snelheid aanpassen in het belang van de veiligheid van personen (waaronder spelende kinderen) en dieren (honden en paarden) op het erf van [partij B] c.s. In verband daarmee hebben zij een tegenvordering (een vordering in reconventie) ingesteld. IN RECONVENTIE 4.4. [partij B] c.s. vorderen op hun beurt dat de voorzieningenrechter, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, [partij A] c.s. zal verbieden om met onmiddellijke ingang met hun auto en/of elektrische fiets en/of ander motorvoertuig met een hogere snelheid dan 15 kilometer per uur over het erf van [partij B] c.s. te rijden op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 15.000,= per keer dat zij dit verbod overtreden; [partij A] c.s. zal verbieden om met onmiddellijke ingang personen en dieren die zich op het erf van [partij B] c.s. bevinden aan te rijden op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 15.000,= voor iedere keer dat zij dit verbod overtreden; [partij A] c.s. zal verbieden om met onmiddellijke ingang gebruik te maken van het recht van overpad over het erf van [partij B] c.s. als hij of zij een container achter de auto heeft gehangen op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,= voor iedere keer dat zij dit verbod overtreden; [partij A] c.s. veroordelen om met onmiddellijke ingang hun bezoekers erop te wijzen dat zij de snelheid met hun auto, motorvoertuig en/of elektrische fiets dienen te beperken tot maximaal 15 kilometer per uur als zij gebruik maken van het recht van overpad over het erf van [partij B] c.s., waarbij bezoekers rekening dienen te houden met personen, dieren en zaken die zich op het erf van [partij B] c.s. bevinden en erop toe te zien dat de bezoekers dat doen op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 15.000,= voor iedere keer dat deze veroordeling niet wordt nagekomen; [partij A] c.s. veroordelen om met onmiddellijke ingang het hek op het erf van [partij B] nabij de erfgrens tussen de percelen van [partij B] c.s. en [partij A] c.s. te sluiten nadat zij dit geopend hebben om gebruik te maken van het recht van overpad en erop toe te zien dat bezoekers dit doen op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 15.000,= voor iedere keer dat deze veroordeling niet wordt nagekomen; [partij A] c.s. veroordelen om met onmiddellijke ingang hun bezoekers erop te wijzen dat zij het hek op het erf van [partij B] nabij de erfgrens tussen de percelen van [partij B] c.s. en [partij A] c.s. dienen te sluiten nadat zij dit geopend hebben om gebruik te maken van het recht van overpad en erop toe te zien dat hun bezoekers dit doen op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 15.000,= voor iedere keer dat deze veroordeling niet wordt nagekomen; [partij A2] te verbieden met onmiddellijke ingang de kinderen van [partij B] c.s. aan te spreken met haar klachten en/of beschuldigingen over (gedragingen van) [partij B] c.s. op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,= voor iedere keer dat [partij A2] dit verbod overtreedt; [partij A] en/of [partij A2] met onmiddellijke ingang te verbieden de honden van [partij B] c.s. te roepen, aan te halen, te sarren, te treiteren en/of uit te lokken op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,= voor iedere keer dat [partij A] en/of [partij A2] dit verbod overtreedt; [partij A] en/of [partij A2] te verbieden om met onmiddellijke ingang ten onrechte meldingen over [partij B] c.s. te doen bij politie, brandweer, Veiligheidsregio IJsselland, dierenpolitie, dierenbescherming, gemeente Raalte of een andere instantie op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 15.000,= voor iedere keer dat [partij A] en/of [partij A2] dit verbod overtreedt; [partij A] en [partij A2] hoofdelijk te veroordelen in de kosten van deze procedure (met wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na betekening en met de kosten van betekening van het vonnis). 4.5. [partij A] c.s. hebben verweer gevoerd. 5De beoordeling Spoedeisend belang, in conventie en in reconventie 5.1. Partijen stellen in deze procedure over en weer dat inbreuk wordt gemaakt op hun rechten bij het gebruik van de erfdienstbaarheid. In dit geval gaat het om een recht van overpad, dat rust op het perceel van [partij B] c.s. (het dienende erf) ten gunste van het perceel van [partij A] c.s. (het heersende erf). Uit de aard van de vorderingen vloeit voort dat er zowel in conventie als in reconventie sprake is van een spoedeisend belang. Van de erfdienstbaarheid wordt namelijk dagelijks gebruik gemaakt. Beide partijen hebben dan ook spoedeisend belang bij de beoordeling van hun vorderingen over de wijze van dit gebruik. 5.2. Hierna zullen eerst de vorderingen van [partij A] c.s. in conventie worden besproken en daarna de vorderingen van [partij B] c.s. in reconventie. IN CONVENTIE De vorderingen 5.3. De vorderingen van [partij A] c.s. onder 1 en 2 hebben direct betrekking op het landbouwhek en de daaraan grenzende afrastering, aangebracht door [partij B] c.s. bij de doorgang naar het perceel van [partij A] c.s. De vordering onder 3 gaat over een meer algemeen verbod op het afsluiten van het erf en heeft daarom ook met het hek en de afrastering te maken. [partij A] c.s. willen met hun vorderingen, kort gezegd, dat [partij B] c.s. het hekwerk met afrastering verwijderen en verwijderd houden (althans) dat zij het zelf mogen verwijderen. De voorzieningenrechter gaat hierna eerst in op het algemene recht om een hek te plaatsen en daarna op de concrete bezwaren van [partij A] c.s. Het recht om een hekwerk te plaatsen 5.4. Voorop staat dat [partij B] c.s. als eigenaren van hun perceel in beginsel het recht hebben om een hekwerk te plaatsen. Dit volgt niet alleen uit artikel 5:48 BW, waarin is bepaald dat een eigenaar van een erf bevoegd is om zijn erf af te sluiten, maar ook uit het algemene eigendomsrecht als bedoeld in artikel 5:1 BW. In dit geval hebben [partij B] c.s. een hekwerk geplaatst en daarbij rekening gehouden met het recht van overpad ten behoeve van [partij A] c.s. Het hek zit namelijk niet op slot, zodat [partij A] c.s. en hun bezoek van en naar het erf van nummer [huisnummer 1] kunnen gaan door zelf het hek te openen en daarna weer te sluiten. De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van de tegenargumenten van [partij A] c.s en zal toelichten waarom die niet slagen. In- of afsluiten 5.5. [partij A] c.s. stellen dat geen sprake is van het afsluiten van het erf van [partij B] c.s. maar het insluiten van [partij A] c.s. Dat argument volgt de voorzieningenrechter niet, omdat het afsluiten van de één en het insluiten van de ánder onlosmakelijk met elkaar verbonden is, [partij B] c.s. heeft toegelicht dat ook aan de andere kant van zijn perceel nog een hek geplaatst gaat worden en – zoals hiervoor is overwogen – niet alleen artikel 5:48 BW maar ook het eigendomsrecht in beginsel het recht geeft om een hek te plaatsen. Open- en dichtdoen 5.6. [partij A] c.s. stellen dat het belastend voor hen is om telkens hun gang te moeten onderbreken om hek te openen en daarna ook weer te sluiten. Hoewel de voorzieningenrechter zich dat goed kan voorstellen, is het naar haar voorlopig oordeel onvoldoende zwaarwegend tegenover het eerder genoemde recht en het belang van [partij B] c.s. om hun erf af te kunnen sluiten. [partij B] c.s. hebben namelijk concreet toegelicht dat zij meerdere dieren houden (o.a. honden en paarden) en dat zij willen voorkomen dat die dieren op het terrein van [partij A] c.s. komen. Ook willen zij dat het voor hun jonge kinderen duidelijk is waar hun erf eindigt. Door hun erf zodanig af te sluiten dat de passanten van en naar het erf van [partij A] c.s. het hek zelf kunnen openen en sluiten, hebben [partij B] c.s naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter op een gerechtvaardigde manier invulling gegeven aan het recht om een hekwerk te plaatsen. Toegankelijkheid hulpdiensten 5.7. [partij A] c.s. stellen dat de doorgang na de plaatsing van het hek te smal is geworden voor hulpdiensten als brandweer of ambulance. Dat is in deze procedure evenwel onvoldoende komen vast te staan. Er is van de kant van [partij B] c.s. overgelegd een emailbericht van Veiligheidsregio IJsselland, waarin de minimale breedte van de weg wordt genoemd die nodig is voor hulpdiensten. Tussen partijen staat vast dat de weg daaraan voldoet. Volgens [partij A] c.s. mankeert het aan de benodigde extra ruimte die nodig is voor de draaicirkel van de voertuigen. De voorzieningenrechter kan echter op grond van de stukken die in deze procedure zijn overgelegd, niet vaststellen dat er ten aanzien van de draaicirkel concreet een probleem is zodanig dat voertuigen van hulpdiensten het perceel van [partij A] c.s. niet zouden kunnen bereiken. Uit hetgeen op de mondelinge behandeling is aangevoerd volgt eerder dat het perceel van nummer [huisnummer 2] wel toegankelijk is. [partij B] c.s. hebben namelijk op de mondelinge behandeling onbetwist aangevoerd dat de wijkagent op 29 januari 2024 de situatie ter plaatse heeft bekeken en dat hij van oordeel was dat de hulpdiensten het perceel van [partij A] c.s. goed kunnen bereiken. Honden 5.8. Volgens [partij A] c.s. ondervinden zij en hun bezoekers bij het openen van het hek last van de hond(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.