RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer: 10835562 \ CV EXPL 23-4863 Vonnis van 28 mei 2024 in de zaak van [eiseres] , uit [woonplaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , gemachtigde: ir. R.G. [eiseres] , tegen [gedaagde] , uit [woonplaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: mr. C.L. Wendt. 1De zaak in het kort 1.1. [eiseres] heeft [gedaagde] gedagvaard omdat hij al meer dan een jaar geen huur meer aan haar betaalt. [eiseres] heeft daarbij niet vermeld dat de civiele rechter al in twee instanties had beslist dat zij wegens misbruik van omstandigheden nooit eigenaar is geworden van de woning waar het om gaat. De kantonrechter is van oordeel dat dit een zodanig ernstige schending van de waarheidsplicht van artikel 21 Rv oplevert dat de vorderingen haar moeten worden ontzegd. De door [gedaagde] gevorderde integrale proceskostenveroordeling wijst de kantonrechter toe. Dit oordeel wordt hierna uitgelegd. 2De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 28 november 2023 met producties; de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties; de conclusie van antwoord in reconventie tevens wijziging van eis in conventie met producties; akte overlegging productie 6 van [gedaagde] ; akte overlegging producties 13-18 van [eiseres] ; de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald; de mondelinge behandeling van 24 april 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waar [gedaagde] spreekaantekeningen heeft overgelegd. 2.2. Ten slotte is bepaald dat de kantonrechter vandaag uitspraak zal doen. 3De feiten 3.1. [gedaagde] is een aantal jaren huurder geweest van een zelfstandige woning in het woonhuis gelegen aan de [adres] (hierna: ‘het gehuurde’). Het gehuurde was eigendom van de heer [naam] (hierna: ‘ [naam] ’), die op [datum] is overleden. [gedaagde] heeft het gehuurde inmiddels verlaten. 3.2. [eiseres] heeft op 18 december 2017 een koopovereenkomst gesloten met [naam] , waarbij zij het woonhuis, de tuin en het erf voor 1 (één) euro van hem kocht. Deze koopovereenkomst is onderwerp geweest van een civiele procedure tussen de vereffenaar/de erven van [naam] enerzijds en [eiseres] anderzijds, waarin de rechtbank op 2 februari 2022 eindvonnis wees. [eiseres] had naar het oordeel van de rechtbank misbruik gemaakt van omstandigheden door met [naam] , die op leeftijd was en wiens geestelijke vermogens ernstig waren aangedaan, op deze manier (en zo nadelig voor hem) te contracteren. De rechtbank heeft de overeenkomst vernietigd en [eiseres] – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeeld om de onroerende zaak aan de erfgenamen over te dragen, en voorts om de tot dan toe door haar ontvangen huurinkomsten aan hen te voldoen. Dit vonnis werd in het door [eiseres] aangespannen hoger beroep bij arrest van 25 april 2023 bekrachtigd. [eiseres] heeft beroep in cassatie ingesteld. Daarop is nog niet beslist. De advocaat-generaal heeft inmiddels tot afwijzing van het cassatieberoep geconcludeerd. 3.3. [gedaagde] is de huur vanaf 1 maart 2022 aan de vereffenaar/de erven [naam] gaan betalen. Het voorschot voor de energiekosten heeft [gedaagde] tot 1 december 2022 aan [eiseres] betaald. 3.4. [eiseres] heeft de hiervoor bij 3.2. vermelde feiten niet in haar dagvaarding vermeld. 4Het geschil 4.1. [eiseres] vordert in conventie – samengevat en na haar eis te hebben verminderd – uitvoerbaar bij voorraad dat de kantonrechter uitspreekt dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld door niet op tijd de huur en de energiekosten te betalen. [eiseres] vordert daarnaast betaling van € 22.060,00 aan achterstallige huur, energiekosten en de contractuele boete. [eiseres] vordert ook de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten. 4.2. [gedaagde] voert verweer en vordert in voorwaardelijke reconventie ontbinding van de huurovereenkomst per 1 maart 2022 en een verklaring voor recht dat [eiseres] geen vordering uit of in samenhang met de huurovereenkomst op [gedaagde] toekomt. [gedaagde] vordert zowel in conventie als in reconventie dat [eiseres] wordt veroordeeld in de werkelijke proceskosten. 5De beoordeling In conventie en in reconventie Schending waarheidsplicht (art. 21 Rv) 5.1. Artikel 21 Rv bepaalt dat partijen verplicht zijn de voor de beslissing van de rechter van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Als deze verplichting niet wordt nageleefd, kan de rechter volgens het artikel daaruit de gevolgen trekken die hij geraden acht. 5.2. Daarbij is van belang dat een rechter in een civiele procedure in grote mate afhankelijk is van de informatievoorziening door partijen en in beginsel ook uitgaat van de juistheid en de betrouwbaarheid van deze informatie. De gerechtvaardigdheid hiervan vloeit voort uit de waarheidsplicht, maar ook uit de goede trouw die partijen tegenover elkaar en tegenover de rechter in acht moeten nemen (wat zij in het algemeen ook doen). Als een van de partijen de waarheidsplicht op ernstige wijze schendt, ontvalt de grondslag aan het bedoelde vertrouwen. De geloofwaardigheid en de betrouwbaarheid van de betreffende partij wordt daarmee in algemene zin aangetast (vgl. ECLI:NL:GHAMS:2015:85 en ECLI:NL:HR:2021:1144). 5.3. [eiseres] maakt zich naar het oordeel van de kantonrechter schuldig aan een ernstige schending van deze waarheidsplicht, door een procedure aanhangig te maken op basis van beweerde huurachterstand, maar in haar dagvaarding met geen woord te reppen over de eerder gevoerde procedures, waarin reeds in twee instanties werd uitgemaakt dat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.