RECHTBANK Overijssel Civiel recht Zittingsplaats Almelo Zaaknummer: C/08/312108 / KG ZA 24-68 Vonnis in kort geding van 4 juni 2024 in de zaak van [eiser] , te [woonplaats 1], eisende partij, hierna te noemen: [eiser], advocaat: mr. M.A. Schuring, tegen [gedaagde] , te [woonplaats 2], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], advocaat: mr. M.S. van Knippenberg. 1Samenvatting 1.1. [eiser] is bij vonnis van 20 december 2023 van de rechtbank Overijssel veroordeeld tot betaling van een contractuele boete en de proceskosten aan [gedaagde]. [gedaagde] heeft aanvankelijk executoriaal beslag laten leggen op de woning van [eiser] om dat vonnis te kunnen executeren. [eiser] stelt dat het vonnis op een kennelijke misslag berust en dat [gedaagde] misbruik van recht maakt door het vonnis te executeren. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de tenuitvoerlegging van het vonnis van de rechtbank geschorst. Vanwege dat arrest in het incident heeft [eiser] een deel van zijn vorderingen in deze kort geding procedure ingetrokken. [eiser] vordert nu alleen nog dat de voorzieningenrechter aan [gedaagde] een verbod oplegt om de onderhandse verkoop van zijn woning te frustreren door op enigerlei wijze contact op te nemen met derden over de verkoop onder oplegging van een dwangsom. [gedaagde] voert verweer. De voorzieningenrechter wijst de resterende vorderingen van [eiser] af. 2De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 tot en met 8 van 3 april 2024, - de aanvullende producties 9 tot en met 11 van [eiser], - de aanvullende productie betreffende een akte van levering van [eiser], - de producties 1 tot en met 5 van [gedaagde], - de mondelinge behandeling van 11 april 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt, - de pleitaantekeningen van [eiser], - de pleitnota van [gedaagde], - de emailwisseling van partijen met de rechtbank naar aanleiding van het arrest in het incident van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 april 2024. 2.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 3De feiten 3.1. Op 7 januari 2022 hebben partijen een koopovereenkomst gesloten. [eiser] zou de woonboerderij aan de [adres 1] van [gedaagde] kopen voor een bedrag van € 1.775.000,00. [eiser] heeft een beroep gedaan op het financieringsvoorbehoud als ontbindende voorwaarde. De overdracht van de woning heeft niet plaatsgevonden. [gedaagde] heeft uiteindelijk de woning aan een derde verkocht en geleverd. 3.2. [gedaagde] is een rechtszaak gestart. Op 20 december 2023 heeft deze rechtbank geoordeeld dat [eiser] geen rechtsgeldig beroep op het financieringsvoorbehoud heeft gedaan en hem veroordeeld om de contractuele boete van € 177.500,00 en de proceskosten van € 5.193,22 aan [gedaagde] te betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 3.3. Op 9 januari 2024 heeft [gedaagde] executoriaal beslag laten leggen op de woning van [eiser] aan de [adres 2] (hierna: de woning). 3.4. [eiser] heeft hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel ingesteld en heeft het hof in een incidentele vordering verzocht om de uitvoerbaar bij voorraad verklaring te schorsen, totdat in hoger beroep een beslissing is genomen. Bij arrest van 23 april 2024 heeft het hof de tenuitvoerlegging van het vonnis van de rechtbank geschorst tot het eindarrest in de hoofdzaak. [gedaagde] heeft het beslag laten doorhalen. 4Het geschil 4.1. [eiser] vorderde in de dagvaarding – samengevat – dat de voorzieningenrechter [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: I. verbiedt om de woning executoriaal te verkopen tot in hoger beroep een beslissing is genomen, II. verplicht om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis het gelegde executoriale beslag op zijn woning op te heffen zodat deze vrij van beslagen verkocht en geleverd kan worden aan een derde, III. veroordeelt tot betaling van een dwangsom van € 10.000,00 per dag(deel) dat hij niet aan de veroordeling onder II voldoet, IV. verbiedt om de verkoop van de woning te frustreren door op enigerlei wijze contact op te nemen met derden over de verkoop van de woning, V. veroordeelt tot betaling van een dwangsom van € 10.000,00 per dag(deel) dat hij niet aan de veroordeling onder IV voldoet, VI. veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. 4.2. Na het arrest van het hof van 23 april 2024 heeft [eiser] de vorderingen onder I, II en III ingetrokken. [eiser] wil alleen nog een beslissing over de vorderingen onder IV, V en VI. [eiser] stelt daartoe dat [gedaagde] contact heeft opgenomen met de makelaar om de verkoop van zijn woning te ontmoedigen, waardoor de onderhandse verkoop vertraging heeft opgelopen. [eiser] vordert daarom dat het [gedaagde] wordt verboden om de onderhandse verkoop te frustreren. 4.3. [gedaagde] voert verweer en concludeert dat de vorderingen van [eiser] moeten worden afgewezen, onder andere omdat [eiser] daar geen belang bij heeft. 4.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 5De beoordeling Verbod frustreren verkoop? 5.1. [eiser] heeft de vorderingen ten aanzien van het verbod op de executie ingetrokken. De voorzieningenrechter hoeft alleen een beslissing te nemen over de vordering van [eiser] om [gedaagde] te verbieden de onderhandse verkoop van zijn woning te frustreren door op enigerlei wijze contact op te nemen met derden over de verkoop. 5.2. De voorzieningenrechter stelt voorop dat een vordering in kort geding slechts dan toewijsbaar is als aannemelijk is dat eenzelfde vordering in een eventuele bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft, dat het treffen van de voorlopige voorziening(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.