← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2024:3170

RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Almelo Zaaknummer: 11136983 \ CV EXPL 24-1235 Vonnis in kort geding van 14 juni 2024 in de zaak van WONINGSTICHTING TUBBERGEN, te Tubbergen, eisende partij, hierna te noemen: Woningstichting Tubbergen, gemachtigde: mr. M. Douwenga, tegen 1 [gedaagde 1] , te [woonplaats 1] ,

  1. [gedaagde 2], te [woonplaats 2] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gedaagden] , niet verschenen. 1De procedure 1.
  2. In deze procedure ontving de rechtbank de dagvaarding met producties 1 tot en met 13 en een nadere akte met producties 14 tot en met 21 van Woningstichting Tubbergen. Op 13 juni 2024 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Daarbij waren aanwezig: namens Woningstichting Tubbergen de heer [naam] , klantconsulent en mr. M. Douwenga. [gedaagden] zijn niet verschenen, tegen hen is tijdens de mondelinge behandeling verstek verleend. 1.
  3. De kantonrechter is voldoende geïnformeerd om een beslissing te nemen in deze zaak. Die beslissing wordt vandaag medegedeeld en toegelicht in dit vonnis. 2De feiten 2.
  4. Tussen Woningstichting Tubbergen als verhuurster en [gedaagde 1] als huurster bestaat sinds 1 mei 2018 een huurovereenkomst (hierna: de huurovereenkomst) voor de woning aan de [adres 1] (hierna: de woning). 2.
  5. [gedaagde 1] heeft kinderen. Deze kinderen zijn niet woonachtig bij [gedaagde 1] . 2.
  6. Op 6 mei 2024 stuurt [gedaagde 1] aan Woningstichting Tubbergen een brief (productie 6). Daarin schrijft zij (samengevat) dat zij vanaf 2 mei 2024 niet meer in de woning verblijft, dat zij geen huur meer zal betalen en dat haar ex-partner [gedaagde 2] nu alleen in de woning woont. Uit een uittreksel van de basisregistratie personen van 15 mei 2024 blijkt dat [gedaagde 1] ingeschreven staat op een woonadres aan de [adres 2] (productie 7). 2.
  7. Op 27 mei 2024 stuurt (de advocaat van) Woningstichting Tubbergen een brief aan [gedaagde 1] , waarin zij wordt gewezen op de op [gedaagde 1] rustende verplichting om de woning zelf te bewonen en dat het op grond van de algemene voorwaarden niet is toegestaan om de woning in gebruik te geven aan [gedaagde 2] . Woningstichting Tubbergen geeft [gedaagde 1] zeven dagen de tijd om de huurovereenkomst op te zeggen tegen 25 juni
  8. 2.
  9. Op 31 mei 2024 heeft [gedaagde 1] de huurovereenkomst opgezegd en op het daarvoor bestemde formulier als einddatum contract 2 mei 2024 ingevuld. Diezelfde dag heeft Woningstichting Tubbergen aan [gedaagde 1] per brief laten weten dat er een wettelijke opzegtermijn van één maand geldt, en dat de einddatum daarom wordt aangepast naar 30 juni
  10. Bij haar opzegging heeft [gedaagde 1] laten weten niet in staat en bereid te zijn de woning te ontruimen en op te leveren. 2.
  11. Op 3 juni 2024 stuurt (de advocaat van) Woningstichting Tubbergen aan [gedaagde 2] een brief, waarin hij wordt gesommeerd de woning uiterlijk op 5 juni 2024 om 15:00 uur te ontruimen en ontruimd te houden. Dat heeft [gedaagde 2] niet gedaan. 3Het geschil 3.
  12. Woningstichting Tubbergen vordert samengevat - ontruiming van de woning aan [adres 1] en oplevering daarvan in goede staat, onder afgifte van de sleutels binnen drie dagen na betekening van dit vonnis. Ook vordert Woningstichting Tubbergen veroordeling van [gedaagden] in de proceskosten. 3.
  13. Woningstichting Tubbergen baseert deze vordering op het volgende. Woningstichting Tubbergen is eigenaresse en verhuurster van de woning. [gedaagde 2] is geen huurder en verblijft zonder titel of recht in de woning. [gedaagde 1] heeft de huurovereenkomst opgezegd en heeft daarbij laten weten niet te kunnen of willen ontruimen. Volgens Woningstichting Tubbergen treden de gevolgen van niet-nakoming daardoor nu al in en vordert Woningstichting Tubbergen primair nakoming van de opleveringsverplichting door [gedaagde 1] . Subsidiair voert Woningstichting Tubbergen aan dat [gedaagde 1] tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen die uit hoofde van de huurovereenkomst op haar rusten, door niet langer haar hoofdverblijf in de woning te hebben, het gehuurde zonder toestemming in gebruik te geven aan [gedaagde 2] en door overlast te veroorzaken. 3.
  14. [gedaagden] zijn niet verschenen en hebben geen verweer gevoerd. 4De beoordeling Verstek 4.
  15. Tijdens de mondelinge behandeling is vastgesteld dat [gedaagden] niet zijn verschenen en dat zij op juiste wijze zijn opgeroepen. De kantonrechter heeft daarom tijdens de mondelinge behandeling verstek verleend tegen [gedaagden] . Het kader van een kort geding 4.
  16. In een kort geding procedure kan de kantonrechter een voorlopige voorziening geven. Dat is een voorlopige maatregel die vooruit loopt op de verwachte beslissing in een gewone rechtszaak, die op het kort geding kan volgen. Een vordering in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt, in dit geval Woningstichting Tubbergen, hierbij zoveel spoed heeft dat zij de uitkomst van een gewone rechtszaak niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de vordering in een gewone procedure zal worden toegewezen. Daarnaast moet het belang worden meegewogen dat Woningstichting Tubbergen heeft bij toewijzing van de vordering. Verder geldt het uitgangspunt dat in een kort geding procedure in het algemeen geen ruimte is voor uitgebreide bewijslevering. 4.
  17. De kantonrechter volgt Woningstichting Tubbergen in haar stelling dat sprake is van een spoedeisend belang nu [gedaagde 1] niet langer in de woning verblijft en [gedaagde 2] daar verblijft zonder recht of titel, terwijl Woningstichting Tubbergen de woning op korte termijn beschikbaar wil stellen aan andere huurders die zijn aangewezen op een sociale huurwoning. Bovendien is het spoedeisend belang ook niet betwist. De gevorderde ontruiming 4.
  18. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde 2] geen huurder is van de woning en daarmee zonder recht of titel in de woning verblijft. Daarmee maakt [gedaagde 2] een inbreuk op het eigendomsrecht van Woningstichting Tubbergen en handelt hij onrechtmatig ten opzichte van Woningstichting Tubbergen. 4.
  19. Ten aanzien van [gedaagde 1] geldt dat zij gelet op productie 6 vanaf 2 mei 2024 niet meer in de woning verblijft en zij gelet op productie 7 inmiddels staat ingeschreven op een ander adres. Verder heeft zij de huurovereenkomst opgezegd en heeft zij daarbij aangegeven dat zij niet kan en/of wil ontruimen. 4.
  20. De kantonrechter acht het daarom op grond van het bovenstaande aannemelijk dat de gevorderde ontruiming ook in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Dat betekent dat de in dit kort geding de gevorderde ontruiming tegen [gedaagden] niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt en de tegen hen gerichte vorderingen worden toegewezen zoals in de beslissing is vermeld. 4.
  21. Daarbij zal de ontruimingstermijn worden gesteld op drie dagen na betekening van dit vonnis. Woningstichting Tubbergen heeft tijdens de mondelinge behandeling voldoende onderbouwd welk (financieel) belang zij en ook [gedaagden] hebben bij spoedige ontruiming. Hiertegen is geen verweer gevoerd. Proceskosten 4.
  22. [gedaagden] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woningstichting Tubbergen worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 274,94 - griffierecht € 130,00 - salaris gemachtigde € 543,00 - nakosten € 20,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 967,94 4.
  23. De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat zowel [gedaagde 1] als [gedaagde 2] kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen. Uitvoerbaarheid bij voorraad 4.
  24. Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 5De beslissing De kantonrechter 5.
  25. veroordeelt [gedaagden] om de woning aan de [adres 1] binnen drie dagen na betekening van dit vonnis met al hetgeen daartoe behoort en met wie of wat daarin of daarop aanwezig is, te ontruimen en in goede staat en onder afgifte van sleutels aan Woningstichting Tubbergen op te leveren en vervolgens ontruimd te houden, 5.
  26. veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten (inclusief nakosten) van € 967,94, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, 5.
  27. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. drs. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2024.(mjd)

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.