← Nederland

ECLI:NL:RBOVE:2024:3181

RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08-952232-17 Datum vonnis: 18 juni 2024 Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde: [veroordeelde], geboren op [geboortedatum] 1963 in [geboorteplaats], wonende aan de [woonplaats]. 1De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 304.603,

  1. 2De procedure De vordering is behandeld op de openbare terechtzittingen van 10 juni 2021, 11 november 2021, 10 maart 2022, 9 juni 2022, 25 april 2023 en 4 juni
  2. De rechtbank heeft ter terechtzitting van 11 november 2021 schriftelijke rondes gelast. Na de schriftelijke rondes zijn aan de processtukken toegevoegd: - een conclusie van antwoord van de verdediging; - een conclusie van repliek van het Openbaar Ministerie, waarbij de vordering tot ontneming is gewijzigd in een bedrag van € 302.781,
  3. De ontnemingszaak is gelijktijdig met de strafzaak inhoudelijk behandeld ter terechtzitting van 4 juni
  4. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie het gevorderde ontnemingsbedrag teruggebracht tot € 33.699,
  5. Het Openbaar Ministerie is bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitgegaan van de berekeningswijze die door deze rechtbank is gehanteerd in de zaak van veroordeelde [medeverdachte]. De raadsman heeft eveneens verzocht om het ontnemingsbedrag vast te stellen op genoemd bedrag. 3De beoordeling van de vordering 3.1 Veroordeling De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 18 juni 2024 veroordeeld, voor zover van belang, voor de strafbare feiten: feit 1 het misdrijf: medeplegen van het in de uitoefening van een bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd; feit 2 het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, meermalen gepleegd. 3.2 De beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder het met deze vordering samenhangende strafdossier en de in de onderhavige zaak opgemaakte rapporten ‘berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex art 36e 2e lid Sr’. De rechtbank heeft de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op de volgende bewijsmiddelen gebaseerd: - de inhoud van het vonnis van deze rechtbank van 18 juni 2024, inhoudende een bewezenverklaring onder parketnummer 08-952232-17 tegen veroordeelde gewezen; - een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal ‘rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex art 36e 2e lid Sr’ van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van 24 april 2017; - een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal ‘rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex art 36e 2e lid Sr’ van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] van 23 maart 2017; - een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal ‘rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepstekkerij ex art 36e 2e lid Sr’ van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] van 8 mei 2017; - een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal ‘rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex art 36e 2e lid Sr’ van verbalisanten [verbalisant 5], [verbalisant 6] en [verbalisant 7] van 1 juni 2017; - een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 8] van 6 april 2017, p. 387-388, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven: (...) rekeningnummer [rekeningnummer 1] betreft een betaalrekening op naam van Mw [betrokkene] (...) Hr [veroordeelde] is gemachtigde voor bovenstaande rekening (....) Geld storten (...) 20-03-2017— 12-02-2016 (...) Totaal € 15.165,00 (....) Pinbetalingen ten behoeve van levensonderhoud (...) 29-3-2016 - 27-03-2017 (...) Totaal 340,85 (...) - een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 8] van 6 april 2017, p. 395-396, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: (...) rekeningnummer [rekeningnummer 2] betreft een en/of betaalrekening op naam van Hr [veroordeelde] en/of Mw [betrokkene] (...) Geld storten: 15-03-2017 € 200,00 14-02-2017 € 150,00 07-12-2016 € 1.100,00 29-11-2016 € 500,00 07-11-2016 € 500,00 12- 09-2016 € 500,00 05-09-2016 € 3.000,00 01-09-2016 € 250,00 13- 06-2016 € 430,00 20-05-2016 € 2.980,00 24-03-2016 € 1.000,00 - een schriftelijk bescheid, te weten een als bijlage bij het verhoor van veroordeelde [medeverdachte] van 5 april 2017 gevoegde uitdraai van contante betalingen, p. 64, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: (...) bedrag contant ontvangen (...,) (...) 24-03-16 Stadsbank van Lening Amsterdam € 155,00 (...) 18-05-16 [bedrijf 1] Juwelier [vestigingsplaats 1] € 99,00 (...) 25-05-16 [bedrijf 1] Juwelier [vestigingsplaats 1] € 25,00 (...) 19-06-16 [bedrijf 2] Juweliers [vestigingsplaats 2] € 2.470,00 (...) 15- 09-16 Stadsbank van Lening Amsterdam € 450,00 (..} 15-09-16 Stadsbank van Lening Amsterdam € 1.200,00 (...) 28-09-16 [bedrijf 1] Juwelier [vestigingsplaats 1] € 199,98 (...) 17-10-16 Sligro € 770,59 (...) 17-11-l6 AutoSallandWijhe € 357,62 (...) 17-12-l6 Action Zwolle € 43,00 (...) 11-01-l7 [bedrijf 3] Kleding € 119,95 (...) 01-02-17 Auto Salland Wijhe € 404,75 (...) 01-02-l7 AutoSallandWijhe € 359,67 (...) 21-02-17 [bedrijf 5] Juwelier [vestigingsplaats 3] € 149,94 (...) 13-03-l7 Media Markt Zwolle € 111,90 (...) 13-03-l7 Media Markt Zwolle € 269,00 (...) 13-03-17 Media Markt Zwolle € 303,99 (...) 31-03-17 Auto Salland Wijhe € 434,89 (…) - een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor veroordeelde [medeverdachte] van 6 april 2017, p. 95, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: (...) V. We hebben ook gezien dat er nauwelijks geldbedragen gepind worden voor levensonderhoud, hoe kan dat? A: Wij doen altijd met contant. Dat is gewoon onze standaard denk ik. Mijn privé leven ik heb maar een paar keer gepind. Ik doe niet meer pinnen. (...) Uitgangspunt De rechtbank neemt de in de rapporten gehanteerde berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel als uitgangspunt, nu deze berekening inzichtelijk en op goede gronden tot stand is gekomen en derhalve aannemelijk is. Uit de rapporten blijkt dat het totaal aan uit de hennepkwekerijen wederrechtelijk verkregen voordeel € 302.781,63 bedraagt. Uit de bewijsmiddelen is gebleken dat veroordeelde en [medeverdachte] - samen met anderen - hennep hebben geteeld en dat zij hierin een belangrijke rol hebben gespeeld en van (een deel van) de opbrengst van de hennepkwekerijen voordeel hebben genoten. Over de rol van veroordeelde en [medeverdachte] overwoog de rechtbank in het vonnis van 18 juni 2024 in het bijzonder: “Verdachte werkte nauw samen met zijn partner [medeverdachte]. zij waren betrokken bij de voorbereiding (het regelen van geschikte woningen,), de uitvoering (het knippen, vervoeren en opslaan van hennep,) en de afhandeling (het leeghalen van de kwekerij) van de hennepteelt en de diefstal van de benodigde elektriciteit ten behoeve van de hennepteelt.” De rechtbank, is mede gelet op het feit dat sprake is geweest van hennepteelt door veroordeelde, [medeverdachte] en anderen, bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitgegaan van onderstaande berekeningswijze. Zij overweegt daartoe als volgt. Contante stortingen en betalingen Op grond van de inhoud van de wettige bewijsmiddelen is komen vast te staan dat de veroordeelde voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van de door hem gepleegde strafbare feiten. Voor wat betreft de hoogte van dat bedrag heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij het door de politie gedane financiële onderzoek. Uit het onderzoek is gebleken dat veroordeelde en [medeverdachte] in 2016 en 2017 een aanzienlijk aantal bankstortingen en contante betalingen hebben gedaan. Gedurende de ontnemingsperiode van 9 februari 2016 tot en met 4 april 2017 is er een bedrag van € 25.775,00 contant gestort op de rekening van veroordeelde en [medeverdachte]. Daarnaast is in die periode een bedrag van € 7.924,28 aan contante betalingen gedaan. Nu veroordeelde geen aannemelijke en te verifiëren verklaring heeft voor de herkomst van de contante stortingen en betalingen die aan hem kunnen worden toegerekend, is de rechtbank van oordeel dat bovengenoemde bedragen wederrechtelijk zijn verkregen uit de opbrengst van de hennepteelt. Levensonderhoud Uit het financiële onderzoek is gebleken dat er in 2016 en 2017 nauwelijks geldbedragen zijn opgenomen voor levensonderhoud. [medeverdachte] heeft daarover verklaard dat zij altijd contant betaalden. Indien uit wordt gegaan van kosten die een gemiddeld tweepersoons huishouden volgens de NIBUD-normbedragen zou maken, hebben veroordeelde en [medeverdachte] in de ontnemingsperiode een bedrag van € 5.514,60 aan levensonderhoud uitgegeven. Deze norm is van 2022 en omdat aangenomen mag worden dat de kosten in de ontnemingsperiode iets lager lagen, stelt de rechtbank dit bedrag op € 5.000,
  6. Gelet hierop en het feit dat hij geen aannemelijke en te controleren verklaring heeft voor de herkomst van de contanten, oordeelt de rechtbank dat naast de hiervoor genoemde bedragen het geldbedrag van € 5.000,00 wederrechtelijk is verkregen. Resumé Gezien het voorgaande, bedraagt het totaal door de veroordeelde aan wederrechtelijk verkregen voordeel: Contante stortingen € 25.775,00 Contante betalingen € 7.924,28 Levensonderhoud € 5.000.00 Totaal € 38.669,28 Hoofdelijke aansprakelijkheid Uit de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt niet anders dan dat de veroordeelde en [medeverdachte] gezamenlijk de beschikking hebben of hebben gehad over hun deel van de (financiële) opbrengst van de hennepkwekerij en een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd, zodat het wederrechtelijk verkregen voordeel als ‘gemeenschappelijk voordeel’ kan worden aangemerkt. In het verlengde daarvan zal de betalingsverplichting hoofdelijk worden opgelegd. Redelijke termijn De rechtbank concludeert dat in onderhavige zaak sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn en dat die schending tot uitdrukking dient te komen in de hoogte van het aan de veroordeelde tot betaling op te leggen bedrag. Gelet voorgaande zal de rechtbank conform de jurisprudentie van de Hoge Raad een maximale korting van € 5.000,- toepassen. De rechtbank stelt op grond van wettige bewijsmiddelen de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 33.699,
  7. 3.3 De vaststelling van de betalingsverplichting De rechtbank is van oordeel dat aan de veroordeelde de verplichting moet worden opgelegd tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 33.699,
  8. 4De wettelijke voorschriften De oplegging van de maatregel is gegrond op artikel 36e Sr. 5De beslissing De rechtbank: - stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 33.699,28; - legt de veroordeelde de hoofdelijke verplichting op tot betaling van € 33.699,28 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, met dien verstande dat indien en voor zover [medeverdachte] betaalt, de veroordeelde in zoverre van deze betalingsverplichting zal zijn bevrijd; - bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 684 dagen. Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Holten, voorzitter, mr. C.J. de Jong en mr. J.G.M. Fluttert, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Vis, griffier en in het openbaar uitgesproken op 18 juni
  9. Buiten staat mr. J.G.M. Fluttert is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. Vonnis ontneming MK 23 juni 2022 (parketnummer 08-952334-17). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met nummer
  10. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een iii de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. HR 17 juni 2008, LJN BD2578.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.