RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 24/1846 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], uit [woonplaats], eiser (gemachtigde: mr. L.J.T. Hoksbergen), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (gemachtigde: G.A. Tellinga). Inleiding 1.1 In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de aanvraag van eiser om een Wajong-uitkering. 1.2 Het Uwv heeft deze aanvraag met het besluit van 3 april 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 27 december 2023 op het bezwaar van eiser is het Uwv bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.3 Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. 1.4 Het Uwv heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.5 De rechtbank heeft het beroep op 24 mei 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het Uwv. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt het bestreden besluit. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. 3. De rechtbank zal het beroep gegrond verklaren. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. De totstandkoming van het besluit 4.1 Eiser is bekend met chronische vermoeidheid, een lichte autismespectrumstoornis, een aandachtdeficiëntiestoornis en een sociale fobie. 4.2 Eiser heeft in de periode van 2009 tot 2014 een MBO opleiding Sociaal Cultureel Werk niveau 4 afgerond. Verder heeft eiser in de periode van 2013 tot 2016 gewerkt bij [bedrijf 1]. In 2016 werd zijn contract (na 3 eerdere verlengingen) niet verlengd. Het Uwv heeft daarna aan eiser een WW-uitkering toegekend. 4.3 Eiser heeft op 11 januari 2016 een Beoordeling arbeidsvermogen aangevraagd. Het Uwv heeft die aanvraag omgezet in een aanvraag voor een Indicatie Banenafspraak. Bij besluit van 16 maart 2016 heeft het Uwv eiser niet in aanmerking gebracht voor een Indicatie Banenafspraak omdat eiser beschikt over arbeidsvermogen en in staat werd geacht om het wettelijk minimumloon te verdienen. 4.4 Eiser heeft zich op 13 september 2016 ziekgemeld vanuit de Werkloosheidswet. Eiser heeft een Ziektewet-uitkering ontvangen en is op 22 mei 2017 hersteld verklaard voor zijn arbeid. Sinds 2018 werkt eiser bij Smederij Zwolle (werkervaringsplek/dagbesteding). 4.5 Eiser heeft op 10 januari 2023 de onderhavige Wajong-aanvraag ingediend. Na verzekeringsgeneeskundig en arbeidsdeskundig onderzoek heeft de besluitvorming plaatsgevonden zoals hiervoor onder ‘Inleiding’ uiteen is gezet. Het standpunt van het Uwv 5. Het Uwv stelt zich op het standpunt dat eiser geen recht heeft op een Wajong-uitkering. Volgens de verzekeringsarts is sprake van ziekte of gebrek, maar kan geen eerste arbeidsongeschiktheidsdag worden vastgesteld vóór eisers 18e levensjaar, dan wel tijdens zijn studie (tot 14 augustus 2014). Eiser beschikt over basale werknemersvaardigheden. Hij is minimaal 4 uur verdeeld over de dag belastbaar en in staat om tenminste 1 uur aaneengesloten te werken, zonder een substantiële onderbreking van het werkproces. Daarnaast is eiser op basis van de vastgestelde belastbaarheid in staat om een taak binnen een arbeidsorganisatie te verrichten. Het Uwv baseert zich hierbij op de rapportages van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 4 december 2023 en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 20 december 2023. 6. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeert in de medische rapportage van 4 december 2023 dat bij eiser sinds zijn 17/18-jarige leeftijd sprake is van chronische vermoeidheid en dat nadien de diagnosen Autismespectrumstoornis, Aandachtdeficiëntiestoornis en symptomatische symptoomstoornis zijn gesteld. Eiser heeft ondanks deze ziekten en gebreken opleidingen gevolgd en afgerond en hij heeft een werkverleden. Hij woont zelfstandig waarbij hij zijn eigen huishouding voert en ook in beperkte mate eenvoudige mantelzorgactiviteiten voor zijn moeder verricht. Eiser heeft volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep beperkingen maar medisch gezien wel arbeidsvermogen. Gelet op eisers opleidingsniveau en huidig functioneringsniveau is hij, ondanks deze beperkingen, in staat om instructies te begrijpen, te onthouden, uit te voeren en afspraken na te komen. Hierbij heeft eiser op medische gronden ook basale werknemersvaardigheden waarbij hij afspraken kan nakomen. Rekening houdend met zijn vermoeidheid acht de verzekeringsarts bezwaar en beroep eiser gezien zijn dagactiviteiten toch minimaal 4 uur, verdeeld over de dag, belastbaar. Daarnaast acht de verzekeringsarts bezwaar en beroep eiser in staat om tenminste 1 uur aaneengesloten te werken, zonder een substantiële onderbreking van het werkproces. Het standpunt van eiser 7. Eiser voert aan dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep ten onrechte niet in zijn beoordeling heeft betrokken dat eiser lijdt aan een depressie en dat hij vanaf groep 4 van de basisschool tot en met het derde jaar van zijn MBO opleiding is gepest. Eiser heeft hierbij trauma opgelopen dat ondanks EMDR behandelingen nog steeds actueel is. Hoewel eiser in de periode van 2005 tot en met 2016 heeft gewerkt, heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in dat kader ten onrechte niet betrokken onder welke omstandigheden eiser deze werkzaamheden heeft kunnen volhouden. De werkzaamheden waren voor eiser een uitputtingsslag. Verder voert eiser aan dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep ten onrechte concludeert dat eiser over arbeidsvermogen beschikt. De rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep schetst een te rooskleurig beeld van de moeilijkheden waarmee eiser dagelijks wordt geconfronteerd. Zo heeft eiser, anders dan de verzekeringsarts bezwaar en beroep lijkt te veronderstellen, slechts één opleiding afgerond. Verder doet eiser niet zijn eigen huishouden, hij krijgt daarbij hulp vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. De mantelzorgtaken voert eiser beperkt uit vanuit een verantwoordelijkheidsgevoel die niet past bij de energie die dit hem kost. Verder voert eiser aan dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ten onrechte concludeert dat eiser over basale werknemersvaardigheden beschikt. Eiser is beperkt voor langdurig aaneengesloten geconcentreerd bezig zijn en langdurig richten van de aandacht. Dat dit geen knelpunt zou zijn heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep niet gemotiveerd. Eiser wijst in dat kader op de manier waarop hij huishoudelijke taken verricht en zijn werk bij de smederij uitvoert. Deze knelpunten houden verband met zijn autismespectrumstoornis. Kennelijk is te weinig begrip voor deze stoornis en de daaruit voortkomende beperkingen. Dat eiser afspraken kan nakomen is onjuist. Afspraken bij de smederij worden afgestemd op de mogelijkheden van eiser. Zo kan eiser de afspraak dat hij om 9.00 uur begint en drie dagen per week werkt, niet nakomen. Eiser werkt slechts één dag in de week. Beoordelingskader 8.1 Eiser heeft de aanvraag om een Wajong-uitkering gedaan na 1 januari 2015. Zoals volgt uit de uitspraak van de CRvB van 28 juni 2018, dient in dit geval toepassing te worden gegeven aan de bepalingen van hoofdstuk 1A van de Wajong 2015. 8.2 Er is in deze zaak sprake van een laattijdige aanvraag. Bij een laattijdige aanvraag dient, naast een beoordeling aan de hand van de criteria van artikel 1a:1, eerste lid, van de Wajong beoordeeld te worden of een betrokkene op grond van artikel 1a:1, tweede lid, alsnog als jonggehandicapte kan worden aangemerkt en in aanmerking komt voor een Wajong-uitkering. Anders dan bij een tijdige aanvraag moet bij een laattijdige aanvraag een retrospectieve beoordeling plaatsvinden over een tijdstip in het verleden. Volgens vaste rechtspraak ligt de bewijslast bij een laattijdige aanvraag bij de aanvrager, omdat het medisch beeld met het verstrijken van de tijd steeds moeilijker is vast te stellen. Dit betekent dat het voor risico komt van eiser als onvoldoende gegevens over zijn gezondheidstoestand en over de arbeidskundige situatie in het betreffende tijdvak beschikbaar zijn. 8.3 Om een Wajong-uitkering te kunnen krijgen is vereist dat de betrokkene geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (arbeidsvermogen) heeft en dat het ontbreken van dat arbeidsvermogen duurzaam is (Artikel 1a:1, eerste lid, onder a, van de Wajong in samenhang met artikel 2.4 eerste lid van de Wajong). Duurzaam betekent dat er geen mogelijkheden zijn om arbeidsvermogen te ontwikkelen (Artikel 1a:1, vierde lid, van de Wajong in samenhang met artikel 2.4. tweede lid van de Wajong). Op grond van artikel 1a, eerste lid, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten heeft de betrokkene geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (arbeidsvermogen) als hij (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.