RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 24/1928 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen Groen Gas Goor B.V. (verder: GGG) uit Goor, verzoeker, (gemachtigde: mr. M.W. Cobussen), en het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel, verweerder, (gemachtigde: mr. A.C. Pietermaat). Als derde-partijen nemen aan de zaak deel: a. [naam 1] en [naam 2] (verder: [naam 2] ) uit [woonplaats] , gemachtigde mr. F.H. Damen, en b. BEL
(2)” Verweerder heeft bij het bestreden besluit ook ten aanzien van de documenten 0005, 0006 en 0007 besloten om de daarin opgenomen informatie deels niet openbaar te maken door deze gegevens weg te lakken. GGG stelt dat verweerder daarnaast de in deze documenten neergelegde informatie ten behoeve van haar overleg met verweerder over haar vergunningsaanvraag van openbaarmaking had moeten uitzonderen gelet op het bepaalde in 5.1, eerste lid, aanhef en onder c dan wel artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder f van de Woo. Zij beroept zich er daarbij op dat deze gegevens in mailberichten en notities zijn vastgelegd en moeten worden aangemerkt als bedrijfs- en fabricagegegevens van GGG. Deze mailberichten en notities bevatten volgens GGG bovendien informatie ten behoeve van intern beraad met daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen als bedoeld in artikel 5.2 van de Woo. Op grond van artikel 5.2, eerste lid van de Woo wordt in geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen. Onder persoonlijke beleidsopvattingen worden verstaan ambtelijke adviezen, visies, standpunten en overwegingen ten behoeve van intern beraad, niet zijnde feiten, prognoses, beleidsalternatieven, de gevolgen van een bepaald beleidsalternatief of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter. Onder “intern beraad” wordt naar vaste rechtspraak verstaan: interne mededelingen, die niet buiten de muren van het bestuursorgaan (in dit geval de Provincie Overijsel) terecht komen en zijn bedoeld ter bescherming van de meningsvorming van ambtenaren. De voorzieningenrechter stelt gelet op de tekst in de mailberichten en de notities vast, dat het hier – voor zover het al gaat om persoonlijke beleidsopvattingen – geen informatie betreft die binnen de muren van de provinciale organisatie is gebleven. De uitwisseling van adviezen, visies en standpunten vonden in de mailberichten en notities immers plaats tussen de provinciale organisatie en derden, die niet zijn aan te merken als bij intern beraad betrokken externe partijen. Hieruit volgt, dat artikel 5.2 van de Woo niet in de weg staat aan openbaarmaking van de overige in deze documenten neergelegde informatie. Anders ligt het naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter ten aanzien van de in deze documenten uitgewisselde informatie inzake afroomfactoren. Hiervan stelt GGG dat deze gegevens in samenhang bezien met andere informatie (niet verkregen in deze procedure) inzicht kunnen geven over – onder meer – haar productieproces. Ook om die reden zou deze informatie van openbaarheid moeten worden uitgezonderd. Daarmee beroept GGG zich hierbij om dezelfde redenen op de uitzonderingsgrond zoals zij die voor de documenten 0001 en 0002 heeft aangevoerd. De voorzieningenrechter sluit voor deze gegevens dan ook aan bij haar afwegingen zoals zij die heeft gemaakt voor de uitzondering van openbaarmaking van de documenten 0001 en 0002, daar waar het gaat om bedrijfs- en fabricagegegevens. e. Document 0022 (“vergunningenoverzicht”) Verweerder heeft bij het bestreden besluit ten aanzien van document 0022 besloten om de daarin opgenomen informatie deels niet openbaar te maken door deze gegevens weg te lakken op grond van de uitzonderingen in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e van de Woo. Het betreft hier een vergunningenoverzicht waarin namen, adressen en kadastrale gegevens zijn opgenomen van verschillende bedrijven c.q. (potentiële) contractpartners van GGG, waarvan verweerder heeft besloten deze deels openbaar te maken. Ten aanzien van de in document 0022 opgenomen gegevens sluit de voorzieningenrechter aan bij haar eerdere conclusies zoals die hiervoor zijn weergegeven bij document 0002 onder het onderdeel “emissiegegevens”, nu dit dezelfde problematiek betreft. Conclusie en gevolgen Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen dient te worden geconcludeerd dat het bestreden besluit naar verwachting in beroep niet (volledig) in stand zal kunnen blijven. De voorzieningenrechter zal het bestreden besluit dan ook schorsen tot op het beroep van GGG uitspraak is gedaan. Dat betekent dat de documenten 0001, 0002, 0005, 0006, 0007 en 0022 nog niet openbaar mogen worden gemaakt. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet verweerder het griffierecht aan GGG vergoeden. Daarom krijgt GGG ook een vergoeding van haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt GGG een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van €
- De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.
- Beslissing De voorzieningenrechter: schorst het bestreden besluit tot de uitspraak op het beroep; bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 371 aan GGG moet vergoeden; veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.750 aan proceskosten aan GGG. Deze uitspraak is gedaan door mr. V.P.K. van Rosmalen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R.K. Witteveen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Bijlage 1 Wet Open Overheid (voor zover relevant) Artikel 2.5 Bij de toepassing van deze wet wordt uitgegaan van het algemeen belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische samenleving. Artikel 5.1
- Het openbaar maken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit: a. de eenheid van de Kroon in gevaar zou kunnen brengen; b. de veiligheid van de Staat zou kunnen schaden; c. bedrijfs- en fabricagegegevens betreft die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld; d. persoonsgegevens betreft als bedoeld in paragraaf 3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij de betrokkene uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven voor de openbaarmaking van deze persoonsgegevens of deze persoonsgegevens kennelijk door de betrokkene openbaar zijn gemaakt; e. nummers betreft die dienen ter identificatie van personen die bij wet of algemene maatregel van bestuur zijn voorgeschreven als bedoeld in artikel 46 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de levenssfeer maakt.
- Het openbaar maken van informatie blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen: a. de betrekkingen van Nederland met andere landen en staten en met internationale organisaties; b. de economische of financiële belangen van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen, in geval van milieu-informatie slechts voor zover de informatie betrekking heeft op handelingen met een vertrouwelijk karakter; c. de opsporing en vervolging van strafbare feiten; d. de inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen; e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; f. de bescherming van andere dan in het eerste lid, onderdeel c, genoemde concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens; g. de bescherming van het milieu waarop deze informatie betrekking heeft; h. de beveiliging van personen en bedrijven en het voorkomen van sabotage; i. het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen.
- Indien een verzoek tot openbaarmaking op een van de in het tweede lid genoemde gronden wordt afgewezen, bevat het besluit hiervoor een uitdrukkelijke motivering.
- Openbaarmaking kan tijdelijk achterwege blijven, indien het belang van de geadresseerde van de informatie om als eerste kennis te nemen van de informatie dit kennelijk vereist. Het bestuursorgaan doet mededeling aan de verzoeker van de termijn waarbinnen de openbaarmaking alsnog zal geschieden.
- In uitzonderlijke gevallen kan openbaarmaking van andere informatie dan milieu-informatie voorts achterwege blijven indien openbaarmaking onevenredige benadeling toebrengt aan een ander belang dan genoemd in het eerste of tweede lid en het algemeen belang van openbaarheid niet tegen deze benadeling opweegt. Het bestuursorgaan baseert een beslissing tot achterwege laten van de openbaarmaking van enige informatie op deze grond ten aanzien van dezelfde informatie niet tevens op een van de in het eerste of tweede lid genoemde gronden.
- Het openbaar maken van informatie blijft in afwijking van het eerste lid, onderdeel c, in geval van milieu-informatie eveneens achterwege voor zover daardoor het in het eerste lid, onderdeel c, genoemde belang ernstig geschaad wordt en het algemeen belang van openbaarheid van informatie niet opweegt tegen deze schade.
- Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op milieu-informatie die betrekking heeft op emissies in het milieu. Artikel 5.2
- In geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, wordt geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen. Onder persoonlijke beleidsopvattingen worden verstaan ambtelijke adviezen, visies, standpunten en overwegingen ten behoeve van intern beraad, niet zijnde feiten, prognoses, beleidsalternatieven, de gevolgen van een bepaald beleidsalternatief of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter.
- Het bestuursorgaan kan over persoonlijke beleidsopvattingen met het oog op een goede en democratische bestuursvoering informatie verstrekken in niet tot personen herleidbare vorm. Indien degene die deze opvattingen heeft geuit of zich erachter heeft gesteld, daarmee heeft ingestemd, kan de informatie in tot personen herleidbare vorm worden verstrekt.
- Onverminderd het eerste en tweede lid wordt uit documenten opgesteld ten behoeve van formele bestuurlijke besluitvorming door een minister, een commissaris van de Koning, Gedeputeerde Staten, een gedeputeerde, het college van burgemeester en wethouders, een burgemeester en een wethouder, informatie verstrekt over persoonlijke beleidsopvattingen in niet tot personen herleidbare vorm, tenzij het kunnen voeren van intern beraad onevenredig wordt geschaad.
- In afwijking van het eerste lid wordt bij milieu-informatie het belang van de bescherming van de persoonlijke beleidsopvattingen afgewogen tegen het belang van openbaarmaking. Informatie over persoonlijke beleidsopvattingen kan worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm. Indien degene die deze opvattingen heeft geuit of zich erachter heeft gesteld, daarmee heeft ingestemd, kan de informatie in tot personen herleidbare vorm worden verstrekt. Voor een overzicht van de hiervoor relevante bepalingen verwijst de voorzieningenrechter naar de bijlage bij deze uitspraak.