RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer: 10965166 \ CV EXPL 24-902 Vonnis van 25 juni 2024 in de zaak van de stichting STICHTING WOONCONCEPT, gevestigd en kantoorhoudende te Meppel, eisende partij, hierna te noemen Stichting Woonconcept, gemachtigde: K.H. Busscher, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats], gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde], procederend in persoon. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 26 februari 2024, - de conclusie van antwoord, - de conclusie van repliek. 1.
- [gedaagde] heeft hierna, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- Met ingang van 9 mei 2007 verhuurt Stichting Woonconcept de woning aan de [adres] in [woonplaats] aan [gedaagde]. De huurovereenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd, tegen een bij vooruitbetaling te betalen huurprijs van laatstelijk € 600,18 per maand. 2.
- Stichting Woonconcept is deze rechtszaak gestart, omdat zij stelt dat [gedaagde] een betalingsachterstand heeft laten ontstaan. 3Het geschil 3.
- Stichting Woonconcept vordert betaling van € 781,02, met rente en kosten. Dit bedrag bestaat uit € 663,44 aan huurachterstand en € 117,58 aan buitengerechtelijke incassokosten. 3.
- Stichting Woonconcept legt aan haar vordering ten grondslag dat partijen een huurovereenkomst zijn aangegaan en dat [gedaagde], ook nadat zij bij herhaling tot betaling is gesommeerd, (gedeeltelijk) in gebreke is gebleven met de betaling van de huurprijs. 3.
- [gedaagde] voert verweer en heeft bankafschriften ingediend. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
- Stichting Woonconcept heeft haar stelling onderbouwd met een overzicht. Daaruit kan worden afgeleid dat [gedaagde] in maart 2022 een bedrag van € 67,46, in april 2022 een bedrag van € 567,46, in juli 2022 een bedrag van € 12,91 en in juli 2023 een bedrag van € 15,61 (in totaal € 663,44) onbetaald heeft gelaten. De kantonrechter is van oordeel dat het verweer van [gedaagde] geen stand houdt. Stichting Woonconcept heeft het verweer van [gedaagde] bij repliek namelijk voldoende weersproken. Stichting Woonconcept heeft daar naar voren gebracht dat de huurprijs in juli 2022 is verhoogd met € 12,91 en in juli 2023 met € 15,
- In beide gevallen is door [gedaagde] de eerste keer de oude huurprijs voldaan. Bovendien zijn de door [gedaagde] ingebrachte bankafschriften verwerkt in het overzicht van Stichting Woonconcept. Deze overboekingen zijn dus niet meegenomen in de vordering. De conclusie is dan ook dat de vordering tot betaling van € 663,44 aan huurachterstand kan worden toegewezen. 4.
- Verder maakt Stichting Woonconcept aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Stichting Woonconcept heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Wel is de aanmaning gebaseerd op een huurachterstand van € 647,83 in plaats van de nu gevorderde € 663,
- De kantonrechter zal daarom de hoogte van de buitengerechtelijke incassokosten berekenen aan de hand van het lagere bedrag, waarvoor [gedaagde] is aangemaand. Het daarop gebaseerde gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten, inclusief 21% btw (€ 117,58) komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen. 4.
- Tot slot wordt [gedaagde] als in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van deze procedure. De proceskosten worden aan de zijde van Stichting Woonconcept begroot op: - dagvaarding € 135,97 - griffierecht € 328,00 - salaris gemachtigde € 270,00 (2 punten, voor de dagvaarding en de repliek × het tarief van € 135,00) totaal € 733,97 De nakosten worden begroot op € 67,50 (0,5 punt × het tarief van € 135,00). 5De beslissing De kantonrechter 5.
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 663,44, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 26 februari 2024 tot de dag van volledige betaling, 5.
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 117,58 aan buitengerechtelijke incassokosten, 5.
- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure aan de zijde van Stichting Woonconcept, tot op heden begroot op € 733,97, te vermeerderen met de nakosten van € 67,50 indien [gedaagde] niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis uit eigen beweging aan dit vonnis zal hebben voldaan, 5.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni
- (ED)