RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer: 10961306 \ CV EXPL 24-849 Vonnis van 25 juni 2024 in de zaak van de naamloze vennootschap N.V. UNIVÉ ZORG, gevestigd te Arnhem, eisende partij, hierna te noemen: Univé, gemachtigde: Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 4 januari 2023, met producties; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek, met producties. 1.
- [gedaagde] heeft hierna, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd. 1.
- Vonnis is door de kantonrechter na een aanhouding bepaald op vandaag. 2
- Samenvatting 2.
- De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] op vordering van Univé tot betaling van achterstallige zorgpremie en het eigen risico. Dit oordeel wordt hierna toegelicht. 3De feiten 3.
- [gedaagde] is tegen ziektekosten verzekerd geweest bij Univé. Op het polisblad 2022 is – naast [gedaagde] als verzekeringnemer – ook een medeverzekerde ([naam]) genoemd. 3.
- Univé heeft een totaalbedrag van € 2.203,61 bij [gedaagde] in rekening gebracht. Het bedrag bestaat uit premie voor de basisverzekering en de aanvullende verzekering over de periode van februari tot en met juli 2022 en zorgkostennota’s vanwege eigen risico. 3.
- Op 12 oktober 2022 heeft [gedaagde] een bedrag van € 176,18 betaald. 3.
- Univé heeft haar vordering ter incasso uit handen gegeven. Bij e-mail van 18 oktober 2023 heeft (de incassogemachtigde van) Univé [gedaagde] gesommeerd om de openstaande hoofdsom van € 2.027,43 te betalen, binnen vijftien dagen nadat de brief is bezorgd, bij gebreke waarvan een bedrag van € 367,97 aan buitengerechtelijke kosten in rekening wordt gebracht. 4Het geschil 4.
- Univé vordert dat [gedaagde], bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van: a. € 2.203,61 aan hoofdsom; waarop in mindering strekt de betaling van € 176,18 (zie 3.3.);b. € 367,97 aan buitengerechtelijke incassokosten; c. € 69,42 aan rente, berekend tot 4 januari 2024; d. rente over € 2.027,43 vanaf 4 januari 2024;e. de proceskosten. 4.
- Univé legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichting uit hoofde van de tussen partijen gesloten ziektekostenverzekering. [gedaagde] heeft de premie en het in rekening gebrachte eigen risico onbetaald gelaten, ondanks sommatie daartoe. Gelet hierop is [gedaagde] ook de buitengerechtelijke incassokosten en rente verschuldigd. 4.
- [gedaagde] heeft aangevoerd dat hij in februari 2022 naar Ierland is verhuisd. Op 24 januari 2022 heeft [gedaagde] Univé via de e-mail laten weten dat hij de ziektekostenverzekering wilde stopzetten. [gedaagde] was daarom in de veronderstelling dat alles geregeld was, totdat hij weer terug in Nederland was en hij de dagvaarding ontving. [gedaagde] verzet zich ook tegen de bijkomende kosten. 4.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5De beoordeling 5.
- Bij repliek heeft Univé een uittreksel uit de Basisregistratie Personen overgelegd. Daaruit blijkt dat [gedaagde] op 5 juli 2022 is geëmigreerd. [gedaagde] heeft niet aangetoond dat hij eerder dan 5 juli 2022 is geëmigreerd, zoals hij stelt en Univé betwist. Univé heeft verder betwist dat [gedaagde] op enig moment heeft doorgegeven dat hij de ziektekostenverzekering wilde stopzetten of dat hij naar het buitenland vertrok. [gedaagde] heeft de e-mail van 24 januari 2022, waarop hij doelt, niet overgelegd. 4.
- [gedaagde] heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om te reageren bij conclusie van dupliek. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] de stellingen waarop Univé haar vordering grondt, onvoldoende heeft weersproken, zodat deze in rechte zijn komen vast te staan. Het moet ervoor worden gehouden dat [gedaagde] niet eerder dan op 5 juli 2022 is geëmigreerd en dat [gedaagde] de ziektekostenverzekering bij Univé niet heeft opgezegd. De periode tot 5 juli 2022, waarover Univé thans betaling vordert, was [gedaagde] verzekeringsplichtig. Tegen de juistheid van de declaraties heeft [gedaagde] geen verweer gevoerd. De hoofdsom zal daarom worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente is, als gegrond op de wet, toewijsbaar. 5.
- Univé vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Univé heeft aan [gedaagde] een aanmaning (zie 3.4.) gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom wordt het gevorderde bedrag van € 367,97 toegewezen. 5.
- [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Univé worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 130,48 - griffierecht € 372,00 - salaris gemachtigde € 408,00 (2,00 punten × € 204,00) - nakosten € 102,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.012,48 6De beslissing De kantonrechter 6.
- veroordeelt [gedaagde] om aan Univé te betalen een bedrag van € 2.464,82, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 2.027,43, met ingang van 4 januari 2024, tot de dag van volledige betaling, 6.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.012,48, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 6.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 25 juni
- (DG)