RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08.132038.22 (P) Datum vonnis: 2 juli 2024 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1957 in [geboorteplaats], BRP-adres: [adres 1] (Spanje). 1Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 18 juni 2024. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door de gemachtigde raadsman mr. J. Vlug, advocaat in Deventer, naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 9 juni 2020 tot en met 3 november 2020 in [plaats] opzettelijk 685 hennepplanten heeft geteeld of aanwezig heeft gehad (feit 1). Daarnaast wordt hem verweten dat hij in die periode samen met anderen of alleen stroom heeft gestolen door middel van verbreking (feit 2). Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: feit 1 hij in of omstreeks de periode van 9 juni 2020 tot en met 3 november 2020, althans op 3 november 2020, in de gemeente [plaats] opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk in een (bedrijfs)pand aan de van [adres 2]) aanwezig heeft gehad, een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, te weten 685 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; feit 2 hij op een (of meer)tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 9 juni 2020 tot en met 3 november 2020, in de gemeente [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, en/althans alleen, een grote hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Coteq Netbeheer B.V., in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(
- s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (door een of meer (ijk)zegel(
- s)en/of het deksel van de elektriciteitsmeter te verbreken en/of verwijderen en/of (vervolgens) een elektriciteitsaansluiting in de meterkast, in elk geval buiten de meter om, te maken). 3De bewijsoverwegingen 3.1 Inleiding Op 3 november 2020 is door de politie een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen in een bedrijfspand aan de Van [adres 2] in [plaats]. In dit pand waren drie ruimtes ingericht als kweekruimte, waarin zich in totaal 685 hennepplanten bevonden. Een fraudespecialist van Coteq Netbeheer B.V. heeft geconstateerd dat de elektriciteit ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal is afgenomen. Verdachte heeft het pand vanaf 1 januari 2020 gehuurd. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij het pand vanaf 1 april 2020 aan [naam] heeft onderverhuurd. Ter onderbouwing van zijn verklaring heeft verdachte een huurovereenkomst en een kopie van een identiteitsbewijs van [naam] aan de politie overgelegd. Het is tijdens het opsporingsonderzoek niet gelukt om [naam] te traceren. Verder heeft verdachte verklaard dat hij één à twee keer per week kort in de hal van het pand kwam. Op die momenten heeft verdachte naar eigen zeggen geen indicaties van een hennepkwekerij opgemerkt. 3.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. 3.3 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat verdachte wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs volledig van de ten laste gelegde feiten moet worden vrijgesproken. 3.4 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat op grond van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om vast te kunnen stellen dat verdachte, zoals onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde is gelegd, in de periode van 9 juni 2020 tot en met 3 november 2020 opzettelijk 685 hennepplanten heeft geteeld of aanwezig heeft gehad en al dan niet samen met anderen stroom heeft gestolen door middel van verbreking. De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank kan niet meer vaststellen dan dat verdachte één à tweemaal per week in de hal van het bedrijfspand aan de Van [adres 2] in [plaats] was, dat op de eerste verdieping van dit pand een in werking zijnde hennepkwekerij met 685 hennepplanten is aangetroffen en dat de stroom ten behoeve van die kwekerij illegaal is afgenomen. De rechtbank kan niet vaststellen dat de verdachte bij die hennepkwekerij en de daarmee gepaard gaande diefstal van stroom betrokken is geweest. De feiten en omstandigheden die uit het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting volgen, roepen vragen op, omdat in het pand omstandigheden waarneembaar waren die op de aanwezigheid van een hennepkwekerij duiden, zoals illegaal aangelegde bedrading en continu hoorbaar stromend water. De rechtbank kan echter niet vaststellen dat verdachte deze omstandigheden op enig moment heeft waargenomen of heeft kunnen waarnemen. Het wettig en overtuigend bewijs daartoe ontbreekt. De rechtbank zal verdachte van het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde vrijspreken. 4De schade van de benadeelde De vordering Coteq Netbeheer B.V. heeft zich ten aanzien van het onder feit 2 ten laste gelegde als benadeelde partij in dit strafproces gevoegd. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 8.297,91, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het oordeel van de rechtbank Verdachte wordt integraal van het onder feit 2 ten laste gelegde vrijgesproken. De rechtbank zal de benadeelde partij Coteq Netbeheer B.V. daarom op de voet van artikel 361 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. De rechtbank zal bepalen dat de benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten dragen die ten aanzien van de vordering tot op heden zijn gemaakt. Die kosten zijn tot vandaag begroot op nihil. 5De beslissing De rechtbank: vrijspraak - verklaart niet bewezen dat verdachte het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij; de vordering van de benadeelde partij bepaalt dat de benadeelde partij Coteq Netbeheer B.V. (feit 2) in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; bepaalt dat de benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten dragen, die ten aanzien van de vordering zijn gemaakt. Dit vonnis is gewezen door mr. C.J. de Jong, voorzitter, mr. A. van Holten en mr. L. Kesteloo, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.G. Drent, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2024. Buiten staat mr. A. van Holten is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. mr. L. Kesteloo is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.